nieuws

‘Machinaal straatwerk zit vooral tussen de oren’

bouwbreed Premium

“Het aantal handen wordt steeds schaarser. Het ligt dus voor de hand straatwerk zoveel mogelijk machinaal uit te voeren. Maar de grootste bedreiging is de straatmaker zelf. Hij wil zijn vak beschermen en is bang werk te verliezen. Machinaal straatwerk zit voornamelijk tussen de oren.”

Dit zegt Cor Geense, hoofd onderhoud wegen en groen van de gemeente Rotterdam en voorzitter van de CROW-coördinatiecommissie elementenverharding. Hij is één van de belangrijkste promotors van machinaal straatwerk in ons land.

Geense sprak tijdens een seminar bij betonfabrikant MBI in Veghel. Meer dan driehonderd straatmakers en straatmakerspatroons uit Nederland en België waren erop afgekomen, veel meer dan waarop was gerekend. De lezingenzaal was te klein en het programma moest in twee groepen worden afgewerkt.

“In Nederland wordt jaarlijks voor 1,6 miljard gulden aan straatwerk verricht. Daarvan is 80 tot 90 procent arbeid, de rest zijn materiaalkosten. Het gaat om heel zwaar werk en iedereen, van ontwerpers en opdrachtgevers tot en met degenen die het werk moeten uitvoeren, moeten ervoor zorgen dat het op een gezonde basis gebeurt”, leerde Geense zijn gehoor.

Een probleem is, zo erkent hij, dat maar 20 procent nieuw werk is en dat 80 procent bestaat uit herstraatwerk: “We moeten dus met ons allen op zoek naar goede methoden voor herstraten. Want die ontbreken tot nu toe.”

Ook vindt Geense dat de leveranciers, de betonfabrikanten, ook pakketten voor kleinere projecten moeten gaan leveren. Namens gastheer MBI liet account-manager Frank van Ostaijen de pakketten de revue passeren die zijn bedrijf levert. Behalve de diverse verbanden als elleboogverband, recht gestapeld, keperverband en dergelijke viel op dat het aanbod steeds meer verschuift naar grotere pakketten van rond 1,5 vierkante meter van 64 stenen en zelfs groter.

Organisatieadviseur Waldo Falke benadrukte vooral de fysieke belasting van de straatmaker: “Weet u wie van deze zaal vol straatmakers niet in de wao komt na gemiddeld twintig jaar werken?”, vroeg hij uitdagend. Het antwoord moest hij zelf geven: “Precies één”.

Verplicht

Uit de zaal meldde een gemeentelijke opdrachtgever, dat hij verplicht is alleen naar de kosten te kijken. Maar alle drie de sprekers benadrukten dat het in feite gaat om slechts een relatief kleine kostenverhoging. “We moeten ook stilstaan bij wat de wao ons, de werkgever maar ook de maatschappij, kost”, zei Geense. “Bovendien wordt machinaal straatwerk veel sneller uitgevoerd en dat scheelt ook veel in indirecte kosten, die worden veroorzaakt doordat de straat langer openligt.”

“Dat zou allemaal moeten worden meegewogen, te beginnen bij de ontwerper en de opdrachtgever. Want ook bij hen moet machinaal straatwerk een plek tussen de oren krijgen.”

Reageer op dit artikel