nieuws

Green Heart Is No Central Park

bouwbreed

Tot de hardnekkige Nederlandse misverstanden behoort de twee-eenheid dat de Randstad een stad is en het Groene Hart groen. Iedereen kan met eigen ogen zien dat het niet zo is, maar voor de vele gelovigen maakt dat niets uit. Die blijven vasthouden aan de bezwering dat het Groene Hart groen moet blijven.

Een ander misverstand over het Groene Hart is, dat het voor de Randstad is wat het Central Park is voor New York. Onlangs was Maarten Kloos de zoveelste weldenkende persoon die, op de feestelijke dag dat hij de Maaskantprijs in ontvangst nam, deze vergelijking maakte. Dat je door het Central Park van de ene naar de andere kant wandelt in een kwartier terwijl je dat in het zogenaamde Groene Hart in elke richting minstens een halve dag kost, kan de gelovigen niet deren.

Maar laten we voor het gemak eens aannemen dat er een Groen Hart zou bestaan en stel dat het een frappante gelijkenis vertoont met het Central Park. Dan nog is het kolossale verschil dat het Central Park een park is waar mensen joggen, honkballen, wandelen, flaneren en op bankjes zitten en waar concerten worden gehouden. Het wordt bovendien omzoomd door wat voor Nederlandse begrippen forse gebouwen zijn.

Het vermeende Groene Hart is een als natuur vereerd agro-industrieel landschap, omzoomd door dorpen, Vinex-locaties, bedrijfsparken, kassengebieden, buitenwijken, snelwegen, sportterreinen, kanalen en rivieren, spoorlijnen en hoogspanningsleidingen. En als ongelovige kan ik het niet laten om er op te wijzen dat het Groene Hart niet alleen door dit soort verschijnselen wordt omgeven, maar er ook grotendeels uit bestaat.

Terwijl Central Park zich haarscherp onderscheidt van de bebouwing eromheen, zijn Randstad en Groen Hart vaak nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Een van de vaders van het idee dat het Groene Hart een Central Park zou zijn, is de wens om de Randstad als wereldstad te zien. Die wens leeft heel sterk, bijvoorbeeld bij het dozijn gemeenten en het handjevol waterschappen, kamers van koophandel en nog wat andere instellingen die lid zijn van de Vereniging Deltametropool.

Deze vereniging wil volgens de statuten dat de voormalige Randstad gaat meetellen in de grotemensenwereld als ‘Deltametropool van internationaal erkende kwaliteit.’ Alsof er een instantie is die certificaten van een internationale erkenning uitdeelt.

De Vereniging Deltametropool is gegrondvest op de massieve stelling, eveneens te vinden in de statuten, dat de ruimtelijke ordening het voornaamste instrument is om ‘autonome ontwikkelingen in de waterhuishouding, het cultuurlandschap, het patroon van steden en dorpen, het netwerk van verbindingen en het brede scala van bedrijvigheid te integreren’.

Met de ruimtelijke ordening als uitgangspunt lijkt het in elkaar zetten van de hardware van de metropool het voornaamste doel van de vereniging en niet het ontwikkelen van de software die van het leven in een metropool iets aangenaams zou kunnen maken.

Harvard-economen Edward Glaeser, Jed Kolko en Albert Salz hebben onlangs onderzocht waarom sommige grote steden het beter doen dan anderen. Uit hun artikel Consumer City, tegen betaling van vijf dollar te lezen op internet (www.nber.org), komt naar voren dat er vier belangrijke factoren zijn die vandaag de dag het succes van een wereldstad bepalen: het aantal en het niveau van voorzieningen als theaters en musea, restaurants en winkels; de esthetiek van de gebouwde omgeving, de ligging en het klimaat (waarbij althans in de VS het klimaat een belangrijker rol speelt dan architectuur en stedenbouw, ook eens goed om te weten); de kwaliteit van de publieke diensten (goede scholen en lage criminaliteit zijn voorwaarden voor succes); en ten vierde de snelheid waarmee personen, goederen en ideeën zich kunnen verplaatsen.

Uit hun onderzoek blijkt de kwaliteit van de stad een afgeleide is van de kwaliteit van het leven dat er geleid kan worden en daar zijn geen metaconcepten voor nodig maar vooral actieve politiek op lokaal niveau. In alle gemeenten van de Randstad kan zonder op grote schaal te gaan bouwen en verbouwen, al heel wat verbeteren, te beginnen met de verbetering van de publieke diensten. Daar valt heel wat eer te halen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels