nieuws

Archeologie en bouw blijven elkaar bijten

bouwbreed Premium

De bouwwereld heeft van oudsher een haat-liefde verhouding met archeologen. De aanleg van de Betuwelijn bewijst dat in de praktijk wel goede afspraken zijn te maken. Het is dan ook de vraag of een stelsel van aparte archeologie-vergunningen, dat op komst is, veel oplost.

Het lijkt erop dat de Nederlandse invulling van het Europese verdrag van Valletta, de basis voor die archeologie-vergunningen, halsoverkop moet worden ingevoerd. De Tweede Kamer moet de wet nog goedkeuren, maar het is de vraag of met die wet werkbare regels op tafel komen liggen. Zeker gezien het feit dat slechts 37 van de 500 gemeenten een archeologiebeleid voert.

De bedoeling is om vergunningen en plichten voor bodemarcheologie in te voeren. De vergunning zal worden beoordeeld aan de hand van bodemkaarten. Nu al kan dat op basis van de Monumentenwet (1988) en zogenoemde Indicatieve Kaarten van Archeologische Waarden die provincies beheren.

Witte vlekken

De Raad van Cultuur kritiseert in haar advies aan staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur dat die provinciale monumentenkaarten meestal niet voldoende gedetailleerd zijn om archeologie-vergunningen op te kunnen baseren. Invulling van ‘witte vlekken’ is daarbij onontbeerlijk en onvermijdelijk.

Bovendien is het de bedoeling dat gemeenten en niet provincies de nieuwe archeologie-vergunningen gaan afgeven. De vergunning omvat de verplichting tot archeologisch vooronderzoek en zonodig vervolgonderzoek. Gemeenten gaan dus beslissen over het al dan niet verrichten van een opgraving en de wijze waarop dat gebeurt.

Meer en aparte vergunningen leiden meestal tot nog meer stroperigheid. Weer een nieuwe procedure betekent per definitie vertraging. Dat zal zeker het geval zijn nu blijkt dat het toetsingskader van gemeenten nog lang niet op orde is en ambtenaren niet weten waar het over gaat.

Ook de Raad voor Cultuur heeft zich afgevraagd of het niet mogelijk is aan te sluiten op het al bestaande gemeentelijke stelsel van bouw- en aanlegvergunningen. De Raad komt tot de conclusie dat: “..de herkenbaarheid van de archeologische procedure voor uiteenlopende betrokken partijen op die manier het meest helder is. Het archeologisch belang is op deze wijze het meest gediend.”

Convenant beter

Het archeologisch belang is dan mogelijk wel gediend, maar uit niets blijkt uit dat ook is gekeken naar de bouwpraktijk en de praktische uitvoerbaarheid.

De aanleg van de Betuwelijn bewijst dat het ook anders kan. De Rijks Archeologische Dienst heeft in dit geval een convenant afgesloten met Rijkswaterstaat en NS. Archeologen hebben zwart op wit ruim de tijd gekregen om te graven.

Financiering van eventueel onderzoek komt voor rekening van de ‘verstoorder’. Vreemd genoeg is nog niet duidelijk geformuleerd wie die ‘verstoorder’ is.

Het ligt voor de hand om daar de opdrachtgever voor aan te wijzen. Dat zou betekenen dat de overheid zelf – rijk, provincie, gemeenten – vaak voor de kosten van archeologisch bodemonderzoek opdraait. In veel andere gevallen zal dat een projectontwikkelaar of bouwer zijn. Een voorzichtige schatting van de Raad voor Cultuur gaat uit van ongeveer 80 miljoen gulden per jaar.

De nieuwe regels lossen niets op van de in principe strijdige belangen die archeologen en bouwers hebben. Bouwers staan niet te springen om weer een nieuwe vergunning met bijhorende procedures voordat een paal de grond in kan. Ook zal het aanvragen van een extra vergunning niets veranderen aan de houding van de mensen op de bouwplaats.

Bovendien zit de sector nog minder te springen op een extra kostenpost. Het gevolg zal zijn dat ‘de verstoorder’ de kosten van zo’n onderzoek zo laag mogelijk zal proberen te houden.

Het zal nog ingewikkelder worden als daadwerkelijk iets wordt gevonden. De Raad van Cultuur vindt dat in belangrijke gevallen de bouwplannen moeten worden aangepast. Wie gaat dan bepalen wat een belangrijke vondst is, wat en hoe er aan de bouw moet worden gewijzigd? En hoe lang gaat dat allemaal duren, en wie zal dat betalen?

Het ministerie van Cultuur maakt het de archeoloog nog lastiger door het onderzoek openbaar aan te besteden. Marktwerking in het archeologisch onderzoek heeft al tot belangstelling uit onverwachte hoek geleid. Bedrijven als Arcadis, Oranjewoud en Grontmij richten zich op deze markt. Traditionelebouwpartijen lijken dus een graantje mee te willen pikken op het gebied van de archeologie.

Die interesse zal zeker niet alleen wetenschappelijk gemotiveerd zijn.

Reageer op dit artikel