nieuws

Uitspraak maakt werk over grens makkelijker

bouwbreed Premium

Het Europese Hof van Justitie heeft opnieuw een stap gezet op de weg naar het gemakkelijker maken voor bedrijven om over de grens te werken. Administratieve verplichtingen zoals het inschrijven in de Duitse Handwerkskammer mogen wel, zolang het maar geen geld kost.

Deze zaak kwam aan het rollen toen in 1996 de Duitse architect Corsten voor een Duits bouwproject een Nederlands vloerenlegbedrijf inschakelde. Dit was niet ingeschreven bij de zogenoemde Handwerkskammer in het ambachtsregister. Corsten kreeg daarom een boete van 2000 Duitse mark, en ging daartegen in beroep. Het Amtsgericht Heinsberg, waar het hoger beroep diende, vroeg zich af of de Duitse regeling van verplichte inschrijving wel verenigbaar is met het Europese recht op het gebied van het vrij verrichten van diensten. Die vraag legde de Duitse rechter voor aan het Europese Hof. Dat heeft eerst gekeken naar de procedure die Duitsland hanteert voor buitenlandse bedrijven. Net als Duitse ambachtelijke bedrijven moeten die zich inschrijven in het ambachtsregister. Dat is destijds opgericht om de kwaliteit van werken te handhaven. Duitse bedrijven kunnen zich pas inschrijven na een meesterproef afgelegd te hebben.

Te zwaar

Voor buitenlandse bedrijven wordt gekeken of die in eigen land rechtmatig werken. Dat gebeurt in twee fasen. Een buitenlands bedrijf moet zich niet alleen melden bij de Handwerkskammer maar ook bij de bevoegde administratieve instantie. Die moet het bedrijf toestemming geven om zich bij wijze van uitzondering in te schrijven in het ambachtsregister. Die hele procedure duurt 4 tot 6 weken en kost een paar honderd mark. Daar bovenop komt nog de bijdrage voor de Handwerkskammer. Het Europese Hof erkent nu in zijn uitspraak dat de doelstelling de kwaliteit van ambachtelijke werken te garanderen en opdrachtgevers te beschermen een beperking van het vrij verkeer van diensten rechtvaardigt. Het Hof vindt echter het middel van verplichte inschrijving voor buitenlandse bedrijven te zwaar. Dit temeer omdat er geen feitelijke toetsing van de kwaliteit van zo’n bedrijf door de Duitse autoriteiten kan plaatsvinden. Die zijn volledig afhankelijk van informatie van bevoegde instanties in het buitenland.

Doorberekend

Ook de prijs die wordt gevraagd, acht het Hof een belemmering, zeker voor een bedrijfje dat incidenteel over de grens opereert. De prijs, zegt het Hof, is dan niet meer in overeenstemming met de marges die worden gehanteerd. Worden die kosten doorberekend, dan is het buitenlandse bedrijf vrijwel kansloos om een werk te krijgen. Het Hof spreekt daarom uit dat een eventueel vereiste van inschrijving in het ambachtsregister van de ontvangende lidstaat, als die al gerechtvaardigd is, geen extra administratieve kosten mag veroorzaken. Dat het Hof de inschrijving voor incidenteel werkende bedrijven niet gerechtvaardigd vindt, moge duidelijk zijn.

Reageer op dit artikel