nieuws

Patijn kan de pot op

bouwbreed

Veel politici, kunstenaars en televisieberoemdheden zullen zich stiekem afvragen hoe latere generaties hen gaan herinneren. Sommigen wachten dat niet af en proberen die herinnering vast een zetje in de goede richting te geven.

Zoals scheidend rijksbouwmeester Wytze Patijn subtiel heeft weten te doen. Kennelijk wil hij de geschiedenis ingaan als De Rijksbouwmeester Die Het Toilet Uit Het Verdomhoekje Heeft Gehaald. Om dat voor elkaar te krijgen heeft hij, toen zijn afscheid als ambtenaar naderde, een prijsvraag uitgeschreven voor het mooiste toilet van Nederland en België. Om zijn prestatie kracht bij te zetten heeft hij een cultureel pr-bureau ingehuurd, dat er in is geslaagd nagenoeg alle media van Nederland voor zijn karretje te spannen. Dankzij de rijksbouwmeester, de deskundige jury en het pr-bureau is het niet alleen gelukt om een misstand aan de kaak te stellen, maar tevens uit de weg te ruimen, zo blijkt uit een verslag van Hans Ouwerkerk in deze krant. Tijdens de prijsuitreiking kon Patijn triomfantelijk melden: “De tijd dat een toilet bestaat uit een helverlichte, witbetegelde ruimte is definitief voorbij.” Dat deze soundbite de wereld niet is rondgegaan, is onbegrijpelijk. De winnaar was trouwens een architect die in de jury zat, maar dat kan in de Nederlandse poldercultuur nooit een probleem zijn. En wacht even, voor alle duidelijkheid: niet de architect zelf, maar de eigenaar van het restaurant voor wie hij het toilet had ontworpen, had zich voor de wedstrijd aangemeld. Dus alles is eerlijk verlopen. Bovendien heeft het betreffende jurylid zich niet bemoeid met het juryoverleg. Dus alles is nog eerlijker verlopen. Dat de jury een winnaar uit haar midden heeft gekozen, zo gaat dat nu eenmaal in een klein land als het onze. Op elk terrein zijn immers slechts een paar toppers. Juist hen moet je hebben voor jury’s. En het is ook logisch dat zij vervolgens een grote kans maken om de prijs te winnen, want het zijn immers toppers. Ik weet niets van Freud en psychoanalyse, maar voor deze heisa-prijsvraag ligt één Freudiaanse begrip wel erg voor het oprapen. Nee, niet anale fixatie, want de dames van het pr-bureau wilden niet dat er over dit onderwerp flauwe grappen worden gemaakt. Als amateur- psychoanalyticus lijkt mij deze toiletprijsvraag een gaaf voorbeeld van fetisjisme, een obsessie voor een klein onderdeel, waar een onvermogen uit spreekt om met de hele realiteit om te gaan. Dat zou kunnen samenhangen met de rol waarin de rijksbouwmeester is geduwd en die in de nieuwe architectuurnota omfloerst is omschreven als: ‘Door de omvorming van de Rijksgebouwendienst tot een agentschap is de rechtstreekse invloed van de Rijksbouwmeester op het totale bouwbeleid van ministeries gradueel verkleind.’

Dan wordt het ineens logisch waarom de scheidend rijksbouwmeester

zich terugtrekt op de vierkante meter van toiletpot, urinoir, wastafel, wc-rolhouder, spiegel en zeepbakje. Het verlies aan macht en aanzien wordt door de rijksbouwmeester gecompenseerd door te doen alsof hij in ieder geval heer en meester is over het sanitaire universum. Patijn kan zelf beweren dat hij het toilet een belangrijk architectonisch vraagstuk acht en blij is dat hij er aandacht voor heeft kunnen vragen, maar het mooie van amateuristische psychoanalyse is dat niets mij verhindert hem te repliceren dat hij wel kan denken dat hij dat denkt, maar dat hier sprake is van een ernstig geval van verdringing. Als ik nog even mag doorgaan: zou het niet zo kunnen zijn dat Patijn aan het eind van zijn ambtsperiode is getroffen door het frustrerende gevoel dat de overheid in de nieuwe architectuurnota wel trots ‘Ontwerpen aan Nederland’ noemt, maar de aangewezen deskundige in eigen huis hiervoor nauwelijks een kans geeft. Zo bezien is de toiletprijsvraag van Patijn misschien toch niet alleen maar futiel maar heel diep van binnen een daad van verzet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels