nieuws

Molen De Adriaan bepaalt weer aanzicht Haarlem

bouwbreed Premium

In een halve dag veranderde gisteren het stadsgezicht van Haarlem. Krap vier uur was nodig om aan het Spaarne een complete, 28 meter hoge molen te plaatsen. Volgend jaar mei draait De Adriaan voor het eerst proef.

Haarlem rouwde nog altijd om de industriemolen De Adriaan, die in 1932 geheel afbrandde. Honderdvijftig jaar lang had de molen het aanzicht van de stad bepaald. Een molen met een lange geschiedenis, die tijdens het Spaanse beleg van 1573 begon. Toen werd een van de vestingtorens verwoest. Op de restanten van de verwoeste toren bouwde Adriaan de Boois een industriemolen en leverde onder andere cement, tras, verf en tabak. De laatste vijftig jaar voor de fatale brand deed De Adriaan dienst als korenmolen. In 1986 groeven archeologen de oude fundering op. Kort daarna vond de oprichting van Stichting Molen De Adriaan plaats, waarmee een serieuze aanzet werd gegeven tot de bouw een nieuwe molen.

Ruimteverlies

Het uitgangspunt was om de originele molen, inclusief het deel van de vestingtoren, na te bouwen. Doordat bouwtekeningen ontbraken, dienden oude afbeeldingen als uitgangspunt. F. Breen, secretaris van de Stichting Molens Zuid-Kennemerland: “Natuurlijk zijn we afgeweken van de oude situatie. De oude vestingmuren waren 1,2 meter dik. Dat geeft aan de binnenzijde een enorm ruimteverlies. Daarom hebben we voor een spouwmuur gekozen. Het binnenspouwblad, met een dikte van 33 centimeter, is van boerengrauw gemaakt. Het buitenspouwblad wordt met een steen van bijzonder formaat gemaakt.” Deze steen komt qua afmetingen overeen met de metselsteen (klein IJsselformaat) uit een ander restant van het oude vestingwerk in Haarlem: de Amsterdamse Poort. De stenen worden gemetseld met tras en platvol gevoegd met een dagge. Dat is een kras in het verste voegwerk, aldus Breen. De onderbouw is een werkervaringsproject van de Stichting Jeugdzorg Kennemerland.

Spruitstukken

De houten constructies kwamen in drie delen op het metselwerk. Als eerste werd een open achtkant geplaatst. Hierop kwam de eigenlijke molen, die al voor een gedeelte aan de buitenzijde was betimmerd. Het sluitstuk was de bovenkap met roede voor de wieken en de twee spruitstukken van het buitengedeelte van het kruiwerk, waarmee de kap op de wind is te zetten. De molen is één brok ambachtelijk werk, uitgevoerd door de firma J.Th. Poland en Zoon uit Oterleek. De constructieve onderdelen van de molen (stijlen, gebinten, korbelen) zijn gemaakt van Amerikaans grenen. Vrijwillig molnaar J. van Schooten: “Heel vroeger paste men wel eikenhout toe, maar dat is bijna niet meer voorhanden of niet te betalen en eigenlijk voor deze toepassing overgedimensioneerd. Alleen de constructie van de kap, waar alle krachten zo’n beetje samenkomen, is helemaal van eikenhout.” Het is volgens Van Schooten ook niet de bedoeling de molen helemaal ‘terug te restaureren’ en de vooruitgang in het begin van de vorige eeuw te vergeten. Zo zullen de wieken worden uitgevoerd met een ‘revolutionair’ fokkebord, dat de wieken al bij geringe wind laat draaien en ze afremt als ze te snel gaan. Projectgegevens

Opdrachtgever Gemeente Haarlem Architect Martin Busker, gemeente Haarlem Molenbouwer J.Th. Poland en Zoon, Oterleek Herbouw stenen onderbouw werkervaringsproject SJK

Bouwsom 2,5 miljoen gulden Hoogte stenen onderbouw 12 meter Hoogte tot bovenkant kap 28 meter Hoogte tot top wieken 35 meter website: www.adriaan.vuurwerk.nl

Reageer op dit artikel