nieuws

‘Meer tijd en geld nodig voor wettelijke legionellapreventie’

bouwbreed

In oktober 2001 moet van vijfhonderdduizend waterleidinginstallaties vast staan of ze een voedingsbodem kunnen vormen voor legionella. Het ministerie van VROM becijfert de kosten van de megaklus op 1,6 miljard gulden. W. Scheffer en R. van Harten, respectievelijk installatiedeskundige en directeur van de Vereniging van Nederlandse Installatiebedrijven (VNI), hebben meer tijd en geld nodig.

De VNI stelt vast dat het onmogelijk is om binnen een jaar alle collectieve waterleidinginstallaties onder handen te nemen. De kosten zullen bovendien aanzienlijk meer bedragen dan de 1,6 miljard gulden die volgens minister Pronk (milieubeheer) nodig zijn. Installatiebedrijven hebben het bovendien druk en kampen met personeelstekorten. Daar komt bij dat de Praktijkhandleiding legionellapreventie in leidingwater pas recent verscheen en nog niet bij alle installatiebedrijven bekend is.

Kortom er is onvoldoende tijd, geld en personeel. U staat dus voor

een uiterst moeilijke, zo niet onmogelijke opgave. Scheffer: “Het is een groot probleem, dat geef ik toe. Maar dat wil niet zeggen dat legionellapreventie een farce wordt of een dode letter zal blijven. We hebben het afgelopen jaar een unieke samenwerking gekend met het ministerie van VROM. We hebben in koortsachtig tempo gewerkt en zijn tot hele goede resultaten gekomen, terwijl de buitenwereld soms denkt: Wat duurt dat allemaal lang.” Van Harten: “We zijn vanuit een panieksituatie die ontstond door de ramp in Bovenkarspel in een heel beheersbare situatie terechtgekomen. Er zijn wel enige zorgen, maar de zaken zijn pertinent niet onuitvoerbaar geworden.”

Bijstellen

Scheffer: “Er is in de afgelopen periode al veel gedaan. We hebben zeker niet stilgezeten, ook al was er nog geen wetgeving. Veel eigenaren van installaties hebben uit zorgplicht al deskundigen ingeschakeld. Of dat helemaal aansluit op de manier die de wet voorschrijft, is de vraag, maar zoiets kunnen we eenvoudig bijstellen. Dat laat onverlet dat we dit karwei niet binnen één jaar kunnen verstouwen. We gaan met VROM in gesprek om te kijken hoe we er op een andere manier invulling aan kunnen geven.” Dit overleg vindt plaats in de december. De installateurs zullen voorstellen om de waterleidinginstallaties op te delen in een aantal categorieën. De meest risicovolle systemen, zoals die in gebruik zijn in de gezondheidszorg, moeten als eerste worden gecontroleerd.

Hoe lang denkt u nodig te hebben voor het hele karwei?

Scheffer: “Misschien – maar dan maak ik een hele grote stap – kunnen we het jaar dat de minister voor ogen staat, oprekken naar drie jaar. Ook dan blijft trouwens voor de installateurs de druk op de ketel staan. Het blijft een enorme klus.” Van Harten: “Je moet het aan de andere kant niet al te zorgelijk inzien. Eigenaren van waterleidinginstallaties hebben vaak uit voorzorg monsters laten nemen en doen dat met enige regelmaat nog steeds om in ieder geval de beheersbaarheid in de gaten te houden.” Scheffer: “Als je een systeem in huis hebt waarvan je weet dat het risicovol is, dan kan je niet zeggen, ik neem nog even de tijd. Ook niet als de wettelijke termijn waarin de controle moet plaatsvinden wordt opgerekt. Ik ga er vanuit dat de eigenaar in zo’n geval de verantwoordelijkheid heeft om zo snel mogelijk herstelmaatregelen te nemen.”

Wat kost dat allemaal?

Scheffer: “Er worden verschillende bedragen genoemd. Ik heb zelfs wel eens 42 miljard gehoord, los van de onderzoekskosten, maar dat bedrag is extreem. Wel hebben we aangegeven dat 1,6 miljard gulden echt de bodem is voor het uitvoeren van de preventiemaatregelen. De werkelijke kosten zouden wel eens de jaaromzet van de installatiebranche kunnen benaderen en die ligt tussen acht en tien miljard gulden. Dat moet je dan uitsmeren over drie jaar.”

En dan nog is er het probleem van het personeelstekort.

“We moeten zoeken naar goede samenwerking met andere partijen. Dat kunnen waterleidingbedrijven zijn of adviesbureaus. Er zijn allerlei vormen van samenwerking mogelijk en daarvoor zou ik ook echt willen pleiten want anders redden we het niet. We moeten er voor zorgen dat er alleen mensen bij betrokken worden die weten waar ze het over hebben. Daar maak ik me zorgen over want de kans bestaat dat er wildgroei ontstaat. Iedereen ziet nu opeens een markt. Ik denk wel eens, als dat maar goed gaat.”

Bent u bang voor beunhazerij?

Scheffer: “Over beunhazen maak ik me geen zorgen, wel over ondeskundigheid. Onlangs kreeg ik een telefoontje van een Hogeschool uit Brabant die van plan was een cursus op te zetten voor laboranten die risicoanalyses wilden uitvoeren. Dat soort dingen gaat nu ontstaan. We moeten oppassen dat dat niet uit de hand gaat lopen. Wat weet een laborant in godsnaam van tapwaterinstallaties? Ook moet je oppassen voor bedrijven die via internet aanbieden om watermonsters te nemen. Vul een flesje met water, stuur het op en dan krijg je binnen drie weken uitslag of er legionella in zit. Dat soort gekke dingen kunnen gaan ontstaan en daar moet je waakzaam voor zijn.” Van Harten: “Ik verwacht dat iemand met enige intelligentie daar niet in trapt, maar zich tot zijn installateur zal wenden. Niettemin kan zoiets voorkomen. Het is een vrije markt.”‘ ‘Over beunhazen maak ik me geen zorgen’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels