nieuws

Makelaar Kuijs afgestudeerd woningmarktconsultant

bouwbreed

De resultaten van enquêtes over woonbehoeften van senioren spreken elkaar tegen en geven een volkomen vertekend beeld van de werkelijkheid. Tot deze conclusie komt makelaar drs. R. Kuijs, afgestudeerd als een van de eerste woningmarktconsultants van Nederland.

Zijn bevindingen legde Kuijs, van kantoor Kuijs Reinder Kakes in Castricum, vast in zijn afstudeerscriptie ‘De woondroom van senioren’.

In zijn onderzoek vergeleek hij enquête-uitkomsten met elkaar van de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemingen (NVB), marktonderzoeks- en adviesbureau INBO en WBO woningbehoefteonderzoek, die voor het ministerie van VROM en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onderzoek deed.

Kuijs kwam tot opmerkelijke verschillen. Volgens WBO is slechts 5 procent van het aantal ouderen geneigd te verhuizen naar een meer passende woning. De NVB komt op 10 procent, INBO op 60 procent, terwijl het volgens regionaal onderzoek minder dan 8 procent is.

Ook gelijkluidende vragen naar de soort gewenste woning laten onderling grote verschillen zien. De resultaten van enquêtes kunnen in de visie van de woningmarktconsultant niet dienen als ‘wapening’ voor het volkshuisvestingsbeleid.

Confrontatie

Kuijs probeerde er in zijn onderzoek achter te komen hoe deze grote verschillen konden ontstaan. Hij hield zelf een enquête onder senioren (55 jaar en ouder). Later werd in een forum doorgevraagd over de gegeven antwoorden.

“Wat blijkt?”, recapituleert Kuijs. “Als ouderen geconfronteerd worden met de gevolgen van hun antwoorden, draait een aantal van hen honderdtachtig graden om. Veel senioren willen wel kleiner wonen, maar geen vierkante meters inleveren en evenmin grote meubels wegdoen. Hieruit zou je kunnen concluderen dat het beantwoorden van enquêtevragen wellicht te gemakkelijk is en ondervragers uitnodigt tot het geven van een ideaalbeeld, dat niet haalbaar blijkt te zijn.”

Nieuwbouw

Toch dient er een uitgebalanceerd volkshuisvestingsbeleid ten aanzien van ouderen te komen, meent Kuijs. “Over twintig jaar is bijna de helft van de hoofdbevolking 55 jaar of ouder. Er is veel onderzoek naar de gevolgen voor huisvesting gedaan, maar vooralsnog hanteren overheden een ad-hocbeleid.”

Het gevolg laat zich volgens Kuijs raden en begint zich al af te tekenen. “Ondanks het feit dat meer seniorenwoningen worden gebouwd met een extra kamer op de begane grond, is er van de kant van de doelgroep minder belangstelling voor deze huizen dan werd verwacht. In een enkel geval zit dit percentage slechts rond de dertig.”

Moment

Kuijs wilde achter het waarom van deze ontwikkeling komen en concludeert na onderzoek dat het moment van aanbod voor ouderen uitermate belangrijk is.

“Het komt voor dat een gemeente seniorenwoningen te koop aanbiedt waarop de doelgroep nauwelijks reageert. Een halfjaar later benaderen die ouderen dan een makelaar voor een soortgelijke seniorenwoning. Maar waarom heeft u toen niet gereageerd? Tja, dat weten ze eigenlijk niet. Ze waren er nog niet aan toe. Of de bouwtekening zei hun niets. Of ze wisten doodeenvoudig niets van het project af.”

Kuijs komt tot de conclusie dat er vier belangrijke pijlers zijn voor een evenwichtig huisvestingsbeleid.

“Het moment, de financiën, de plek en het inzicht. Gemeenten, projectontwikkelaars en makelaars moeten zich beraden over de juiste manier van voorlichten. Niet alleen het moment waarop, maar ook hoe. De doelgroep koopt niet gemakkelijk een huis ‘uit de bouwput’. Dat moment zou dus te vroeg zijn om haar enthousiast te maken. Een modelwoning visualiseert en met de huidige digitale techniek kan dat nog gemakkelijker. Ze kunnen op video door de seniorenwoning worden geleid. Desnoods met hun eigen meubelen erin door middel van computeranimatie. Reken ze voor hoe de nieuwe woning er in de praktijk financieel uit komt te zien.”

Oudesokkenwijk

De plek is in de visie van de woningmarktconsultant minstens zo belangrijk.

“Ouderen willen niet gestigmatiseerd worden. Ze wijzen een oudesokkenwijk af. Dus geen apart gedeelte op Vinex-locaties, maar in of rond het centrum, met alle voorzieningen binnen loopafstand. En tot slot: breng diversiteit aan in het aanbod. Appartementen, bungalows, woningen met een extra kamer op de begane grond.”

Aan overheden geeft Kuijs het advies zich in hun volkshuisvestingsbeleid niet te veel te laten leiden door de uitkomsten van enquêtes.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels