nieuws

Japanse bouwer: fonds dwangarbeiders China

bouwbreed

Kajima, de grootste bouwonderneming in Japan, gaat een fonds oprichten voor Chinezen die tijdens de Tweede Wereldoorlog als dwangarbeider voor het bedrijf hebben gewerkt.

De onderneming zal haar plan voorleggen aan een rechtbank in Tokio. Deze behandelt de eis van een groep voormalige Chinese dwangarbeiders dat Kajima hun schadeloos stelt.

De arbeiders hebben gewerkt in een fabriek van Kajima in het noorden van Japan. De omstandigheden waren daar zo slecht dat de arbeiders in opstand kwamen, wat vijf personen het leven kostte.

Van de ongeveer duizend Chinezen die er in 1944 gingen werken, haalden slechts 418 het einde van 1945. Duizenden Chinezen en Koreanen zijn in de Tweede Wereldoorlog naar Japan gedeporteerd. Zij werden gedwongen in fabrieken en mijnen te werken en zo de Japanse oorlogsindustrie op gang te houden. Pogingen van overlevenden om een schadevergoeding te krijgen hebben tot dusver weinig opgeleverd.

Vredesakkoorden

In het fonds wordt bijna 11,7 miljoen gulden gestopt. Waarnemers verwachten dat meer dwangarbeiders uit de Tweede Wereldoorlog Japanse bedrijven voor de rechter zullen dagen. De ondernemingen legden eisen tot schadevergoedingen steeds naast zich neer met als argument dat de zaak verviel toen aan het einde van de oorlog vredesakkoorden werden gesloten.

Reageer op dit artikel