nieuws

Huis Bergh zakt langzaam weg in leembodem

bouwbreed

“Het mag niet zo zijn dat bezoekers van Huis Bergh over twintig jaar naar de Toren van Pisa staan te kijken.” Directeur J. Meyer van de stichting Huis Bergh zegt het op gekscherende toon, maar er zit een kern van waarheid in. De muren van één van Nederlands grootste kastelen, in ‘s-Heerenberg, dreigen weg te zakken doordat de ondergrond inklinkt. Momenteel verricht bureau Kamphuis een bouwhistorisch onderzoek naar de fundamenten.

Natuurlijk gebeurt er meer. De totale restauratie neemt ruim zes jaar in beslag. In 1996 begon aannemer Hoffman uit Beltrum met de restauratie van het leien dak en muren van de ronde toren. Tom Mooy vervaardigde beeldhouwwerk op de balustrade van het bordes en intussen werden de houten dragers en dek van de toegangsbrug vervangen. Van de platte toren en kanselarijtoren werden de muren en het dak gerepareerd. Vorig jaar onderging de kapel een opknapbeurt. De gracht kreeg een nieuwe beschoeiing om het waterpeil niet verder te laten stijgen. Het oprukkende water baart directeur Meyer de grootste zorgen. Kasteel Huis Bergh, waarvan het oudste deel – de tufstenen toren – uit de twaalfde eeuw stamt, is gebouwd op een bult. De lemen ondergrond is drassig; niet zo verwonderlijk met de Rijn vlak in de buurt. De heuvel klinkt nu in en de muren zakken mee. “Het bureau Kamphuis onderzoekt op dit moment hoe de toren zich heeft gezet. Daarnaast moet bekeken worden hoe de andere gebouwen zich ten aanzien van de ondergrond gedragen. Via archieven kunnen we nagaan wanneer welk deel van het kasteel is gebouwd.”

Forse scheur

Er zijn peilbuizen de grond ingeslagen. De komende vijf jaar wordt de grondwaterstand gemeten. Op sommige plekken in de keermuur is al te zien dat de muur gaat ‘builen’, zoals dat in vakjargon heet. Het zand drukt de muur naar buiten. De eerste signalen van verval tekenden zich af in de kelder van het kasteel. Meyer wijst op een forse horizontale scheur in de muur, die op geïmproviseerde wijze is verankerd met houtjes. “Daar moet een trekanker worden aangebracht.” Buiten zijn opzichter W. Klein Gunnewiek van aannemer Hoffman en een leerling bezig om een deel van de westgevel te metselen. Klein Gunnewiek beaamt dat het metselwerk in bijzonder slechte staat verkeert. “Er is een harde cementvoeg gebruikt, waardoor de bakstenen kapot zijn gegaan. We gebruiken nu een zachtere schelpzandmortel. Tien à twintig procent van het voegwerk moet worden vernieuwd, schat ik. Dan heb je er de komende vijftig jaar geen omkijken meer naar.” Achter de halfsteens buitenmuur bevindt zich een zandlaag met daarachter weer de oude binnenmuur. Er zit weinig verband in het metselwerk, puur ambachtelijk werk derhalve. De restauratie wordt deels uitgevoerd door leerlingen. “Een prachtig project voor leerling- restaurateurs”, vindt Klein Gunnewiek. “Voor dit metselwerk heb je een stuk inzicht nodig. Zo moet je bijvoorbeeld rekening houden met instortingsgevaar van de muur en de stenen aanpassen aan de bestaande situatie.” Bij het uithakken van de metersdikke muur stuit hij op allerlei onverwachte dingen. Wijzend: “Volgens mij heeft hier vroeger een soort doorgang gezeten.” De totale restauratie kost circa vijf miljoen gulden, waarvan zeventig procent uit subsidies wordt betaald.

De totale restauratie van Huis Bergh neemt ruim zes jaar in beslag.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels