nieuws

‘Hele wijk als speelplaats voor de kinderen’

bouwbreed

Al bij de bouw van woonwijken moet nadrukkelijk aandacht besteed worden aan speelruimte voor kinderen. Dat vindt directeur P. Laurier van Kinderlandschap uit Ede, een bedrijf dat speelvoorzieningen ontwerpt en aanlegt. Maar autovrije zones waar kinderen rustig kunnen spelen, zoals Tweede-Kamerlid Van Gijzel (PvdA) onlangs voorstelde, vindt hij geen goed idee. “Kinderen moeten opgroeien in de reële wereld, niet op een kindvriendelijk eiland.”

De ontwerper van speelvoorzieningen is ook niet gelukkig met het voorstel van de Tweede-Kamerfractie van de SP om een ‘speelruimtewet’ in te voeren. “Dan gaat het namelijk al gauw over vierkante-meternormen, waarin het aantal beschikbare vierkante meters voor speelplaatsen gekoppeld wordt aan de totale oppervlakte van de bouwlocatie.”

Dat is niet de bedoeling, aldus Laurier. “De hele woonomgeving moet geschikt zijn om in te spelen, niet alleen een afgeschermd speelplaatsje.”

In Lauriers filosofie moet de fantasie van de kinderen zoveel mogelijk geprikkeld worden. In de praktijk werkt hij dat bijvoorbeeld uit door schijnbaar achteloos zwerfkeien neer te leggen op een speelplaats. De kinderen maken er op hun eigen manier gebruik van, door erop te zitten, eroverheen te springen, of ervan af. Voor kinderspel zijn geen ergonomisch verantwoorde dure speeltoestellen nodig, aldus Laurier. “Stenen zijn perfect materiaal, want die hoeven niet aan allerlei strenge normen te voldoen. Speeltoestellen wel.”

Overal

Volgens de directeur kunnen met name projectontwikkelaars een belangrijke rol vervullen bij het kindvriendelijker maken van een nieuwbouwwijk. “Het zit hem niet alleen in speeltoestellen en speelplaatsen. Kinderen kunnen overal spelen, ze gaan creatief met hun leefomgeving om.”

“Ik weet van een woonwijk met een hoge stoeprand waar kinderen graag op bleken te spelen. Dat is voor kinderen een spanningsveld. Het is veilig om daar te spelen, maar het kind moet wel opletten of er geen gevaar dreigt van het verkeer”, zegt de directeur. “Zo leren kinderen spelenderwijs dat de wereld niet veilig is, dat je moet blijven opletten. Die ervaring is van onschatbare waarde.”

Projectontwikkelaars moeten volgens Laurier aanvoelen hoe kinderen de leefomgeving gebruiken, hoe ze zich bewegen door een wijk. “Dus eigenlijk had er wat aan gedaan moeten worden toen er in die wijk allemaal auto’s kwamen parkeren met de neus dicht tegen de stoeprand aan. Want de lol was er snel af voor de kinderen.”

Overgebleven stukjes

Een ander volgens hem verkeerd voorbeeld is de Nesselanden in Rotterdam. “Er ligt een schitterend bouwplan voor die nieuwe wijk”, zegt Laurier. “Alleen loopt er een hoogspanningsleiding doorheen, waaronder geen huizen gebouwd mogen worden. Hoogst bedenkelijk dat er op die plek dan wel een kinderspeelplaats aangelegd kan worden, waar kinderen dag in dag uit spelen met de hoogspanning boven hun hoofd.”

Volgens de directeur is dit typerend voor de manier waarop in ons land tegen speel- en groenvoorzieningen aangekeken wordt. Die kunnen mooi op de overgebleven stukjes ruimte gerealiseerd worden, is de gedachte. “Het kind wordt hier de dupe van”, waarschuwt Laurier. “Op den duur trekken gezinnen met kinderen weg uit zulke wijken. De ouders hebben het huis als kinderloze tweeverdieners gekocht en komen er jaren later achter dat het geen ideale leefomgeving is voor hun kinderen.”

Daarom hebben de nieuwbouwwijken maatschappelijk betrokken projectontwikkelaars nodig, vindt Laurier. “De wijk moet ook op toekomstige wensen van de bewoners afgestemd zijn.” Want, aldus Laurier, Nederland ligt al vol met woonwijken die zo zijn aangelegd dat kinderen alleen nog op de speelplaats kunnen spelen.

Achteruit gegaan

Dat blijft niet zonder gevolgen. Lauriers indruk is dat de bewegingsvaardigheid van kinderen zienderogen achteruit gegaan is de afgelopen decennia. “Ik zie de gevallen van Nintendo-duimen en muisarmen al bij kleine kleuters optreden”, aldus de directeur van Kinderlandschap. Dat kinderen minder buiten spelen en veel tijd achter de computer doorbrengen is hier volgens hem debet aan.

“Het is mooi als Van Gijzel een oproep doet om in nieuwbouwwijken meer rekening te houden met de speelruimte voor kinderen, maar wat doet de politiek met woonwijken die er al jaren liggen?”, vraagt Laurier zich af. “We zijn er in ons land niet eens op berekend dat alle kinderen tegelijkertijd besluiten naar buiten te gaan om te gaan spelen.”

‘Politiek moet ook wat doen met bestaande wijken’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels