nieuws

Contracten met boeven in de bouw

bouwbreed

De tijd dat in de bouw opdrachten slechts werden vastgelegd op de achterkant van een sigarendoosje is voorbij. En dat komt niet slechts omdat er nog maar weinig sigarenrokers zijn. Het was de tijd dat, naar verluidt, bij die werken zelden iets mis ging, althans niet zodanig dat de tekst van de overeenkomst van erg veel belang was. Tegenwoordig moeten stapels papier over en weer van adviseur naar adviseur terwijl details zoals het tijdstip van betaling en garanties nog niet uitonderhandeld zijn.

De betrokken partijen blijken al dat papierwerk eigenlijk onnodig ingewikkeld te vinden en slechts bedoeld om dure adviseurs aan het werk te houden. Voor een deel begrijp ik dat; er wordt soms naar mogelijke, zich zeer zelden tot nooit voordoende extremen gekeken. Bovendien, als cliënten met net zo’n haviksoog als de meeste adviseurs naar een concept zouden kijken, hadden ze geen tijd meer voor het echte werk. Daar komt bij dat het, ook ingeval van een slechte overeenkomst, niet altijd slecht afloopt. Maar als de overeenkomst niet goed is, of niet onderzocht in samenhang met aanverwante zaken die van invloed kunnen zijn, kun je in een horrorverhaal terechtkomen als de contractpartner minder goede bedoelingen heeft of in financiële moeilijkheden raakt.

Kopers

Mijn cliënt, een hardwerkende aannemer, werd door een projectontwikkelaar, met mooie en versluierende praatjes, in de arm genomen om een schoolgebouw in een binnenstad om te toveren tot, uiteraard, peperdure appartementen. De aannemer sloot met de projectontwikkelaar een aannemingsovereenkomst. In een dergelijk geval had het voor de hand gelegen dat de aannemer mede rechtstreeks in opdracht van de potentiële kopers zou werken op grond van een koop- /aannemingsovereenkomst. Dat weigerde de projectontwikkelaar ten ene male. Ondanks het aandringen van de aannemer kreeg hij zelfs geen inzage in de overeenkomsten die de projectontwikkelaar op zijn beurt met de kopers afsloot. Uiteraard was vastgelegd wat de aannemer in opdracht van de projectontwikkelaar diende te doen en tegen welke prijs. Maar waartoe de projectontwikkelaar zich jegens de kopers verbonden had en tegen welke prijs, bleef voor de aannemer helaas onbekend.

Retentie

De ellende ontstond toen de projectontwikkelaar failliet ging. De aannemer paste – uiteraard – zijn sterkste dwangmiddel toe, zijn retentierecht. Hij verzegelde het pand en zou pas weer toegang verlenen nadat was betaald. Helaas was het niet eenvoudig om met degenen die er baat bij hadden het pand in handen te krijgen, de kopers, een overeenkomst te sluiten. Dat kwam door het verschil tussen de overeenkomsten tussen aannemer/ontwikkelaar en ontwikkelaar/koper. Pas na uitoefening van het retentierecht bleek namelijk dat de kopers al een groot deel van de koopsom aan de ontwikkelaar hadden betaald. Daar kwam nog bij dat zij van de ontwikkelaar meer geleverd zouden krijgen voor hun koopprijs, dan de aannemer volgens zijn aannemingsovereenkomst diende uit te voeren. Dit móest wel fout gaan en dat ging het ook.

Rechter

Het was niet eenvoudig voor de aannemer om met de kopers tot overeenstemming te komen over het bedrag dat betaald zou moeten worden vooraleer het retentierecht zou worden opgeheven. De kopers hádden immers een groot deel van hun aanneemsom betaald (aan de projectontwikkelaar) en wilden niet ‘dubbel’ betalen. De aannemer aan de andere kant stelde dat de kopers te weinig betaalden voor wat hen door de projectontwikkelaar beloofd was. Een patstelling die natuurlijk pas door een rechter doorbroken kon worden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels