nieuws

‘Afbouwsector moet zich sterker profileren’

bouwbreed

Hij zegt het meerdere keren in het gesprek. Zoek naar het gemeenschappelijke en voer een open discussie over de wederzijdse verschillen. De opmerking van Fosag-directeur Erik Kruiderink (50) heeft betrekking op diverse kwesties. Op de relatie met de bouwsector, de verhoudingen tussen de kleine en grote bedrijven binnen Fosag, de relatie met de ‘dissidente’ werkgevers van de werkgroep K.O.E. en het groeiende aantal zzp’ers in de bedrijfstak.

Het zijn aspecten die ook dit weekeinde in de ledenvergadering van Fosag uitgebreid aan de orde komen. Het congres van de werkgeversorganisatie, die de belangen behartigt van ondernemingen in de schilders-, afbouw-, en onderhoudssector, zal waarschijnlijk zijn fiat geven aan het beleidsplan voor 2001-2004. Centraal daarin staat het gegeven dat ook het ‘bedrijf’ Fosag zich moet aanpassen aan veranderde economische en maatschappelijke trends. De werkgeversvereniging moet zich meer richten op wat de 3200 leden (klanten) willen. Kruiderink: “Ondernemingen moeten aanbieden wat klanten vragen; dat geldt ook voor Fosag.” Dé schildersbranche bestaat niet meer, benadrukt de van origine jurist, die sinds februari in functie is. De huidige schilder levert niet alleen schildersproducten, hij is ook kleurexpert en kan een kozijn of deur repareren. “Er vindt een enorme verbreding van activiteiten plaats. Daarom kan je niet meer praten over alleen maar schildersbedrijven. De afbouw en het onderhoud krijgen een steeds grotere prioriteit. Je ziet dat de grote bedrijven zich meer en meer met advisering en zelfs met vastgoedontwikkeling bezig houden.” Die ontwikkeling vereist volgens Kruiderink dat de afbouw zich sterker profileert ten opzichte van de ruwbouw. Hij bepleit een gelijkwaardige positie voor de afbouwer (onderaannemer) op de bouwplaats. “Van oudsher bepaalt de ruwbouw het traject. Vervolgens moet je wel weer samen een eindproduct afleveren. Het kan niet zo zijn dat de hoofdaannemer aan de afbouwer dicteert hoe alle werkzaamheden verlopen; in veel gevallen heeft de hoofdaannemer die expertise ook niet.”

Erkenning

Het heeft Fosag gestoord dat het AVBB afbouwbedrijven verantwoordelijk stelde voor de grote stijging van opleveringsgebreken van nieuwbouwwoningen (recent onderzoek Eigen Huis). Kruiderink, met een verwijzing naar het onderzoek: “Of je geeft een eigen positie aan de afbouwer en dan is hij ook verantwoordelijk, of je bent zelf verantwoordelijk. In het laatste geval kun je de zwarte piet niet doorschuiven.”

Belangen

Naar de politiek toe moet de afbouw een duidelijk eigen geluid laten horen, om niet door de bouw ondergesneeuwd te raken. Een recent gesprek tussen staatssecretaris Remkes van VROM en de Federatie van Ondernemersorganisaties in de Afbouw (FOA – Fosag is hierin vertegenwoordigd) noemt Kruiderink dan ook de “erkenning” van de eigen, aparte positie. “We vertegenwoordigen toch een belangrijk economisch belang: zo’n achtduizend bedrijven en bijna vijftigduizend werknemers.” “We moeten zoeken naar wat ons bindt met de bouw”, vervolgt de Fosag- directeur. “Maar je moet de verschillen ook niet wegdefiniëren. Die moet je helder maken, ook in eigen huis. Als je daar niet over praat, voelen velen zich verongelijkt.” Hij noemt het voorbeeld van de kleine en grote bedrijven binnen Fosag. “Natuurlijk hebben zij verschillende belangen. Maar er is geen sprake van een echte tegenstelling. Tachtig procent is gemeenschappelijk. Met de laatste 20 procent moet je op een volwassen manier omgaan.” Zo zouden voor grotere ondernemingen aanvullende afspraken in de schilders-cao kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld over een werktijdenregeling. “Of je aan zo’n gedifferentieerde aanpak nou het label hangt van een raam- of casco-cao; dat vind ik niet zo interessant. Waar het om gaat, is of we aan de belangen van de grote ondernemingen tegemoet kunnen komen. Werkgevers pleiten voor decentralisatie van arbeidsvoorwaarden. Maar zo’n decentrale regeling moet wel uit te voeren zijn. Als dat kan, moet je er ruimte voor maken. Natuurlijk heeft de vakbeweging een eigen positie, maar bepalend is de argumentatie. Als de bonden zeggen dat de uitvoering moeilijk is, dan heb ik daar begrip voor, niet als ze het principe van een gedifferentieerde aanpak afwijzen.” Een voorbeeld van flexibilisering van arbeidsvoorwaarden is het door MKB-Nederland ontwikkelde urencontract. De arbeidsrelatie is gebaseerd op een gemiddeld aantal uren per jaar. Het weekmodel is verlaten. Het systeem voorziet in langer werken ’s zomers en korter in de winter. Individuele bedrijven zijn verantwoordelijk voor de precieze invulling. “Het zijn binnen Fosag levende gedachten”, prijst Kruiderink het idee aan. Hij somt de voordelen op: vermindering van winterwerkloosheid, een fulltime contract en dus meer financiële zekerheid voor de werknemer en verlenging van de bedrijfstijd. “Het principe zou de vakbonden moeten aanspreken”, zegt de Fosag-directeur, die eraan toevoegt dat het urencontract nog geen onderwerp van overleg is geweest.

Open discussie

“Ik denk nog steeds dat de afgelopen vijftien jaar veel goede dingen in onze sector zijn verzonnen. Als ik het zeg, als iemand die van buiten komt, is dat toch een geluid van onverdachte zijde. De vele regelingen en instituten die er nu zijn, zijn gemaakt in een tijd dat het logisch was dat ze werden gemaakt. Nu leven we in een andere tijd en daarom is het goed dat we daarover een open discussie voeren. Maar je moet oppassen dat je het kind niet met het badwater weggooit”, zegt hij, aldus refererend aan voorstellen om het bedrijfschap maar op te doeken. “Als je bijvoorbeeld vindt dat de ongeorganiseerden (zzp’ers) mee moeten betalen, dan geef je in feite ook aan dat een bedrijfschap noodzaak is. K.O.E. bedoelt niet, denk ik, dat het schap weg moet, maar dat het dingen moet doen waar het goed in is.”

‘Leden Fosag zijn klant Fosag’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels