nieuws

Tunnel blijkt meer waard dan vierhonderd mensenlevens

bouwbreed Premium

Mensenlevens zijn minder waard dan het behoud van goederen. Die conclusie kan worden getrokken uit een vergelijking van het veiligheidsniveau van de Noord-Zuidlijn en de veiligheidseisen waaraan de spoortunnels van de Betuweroute moeten voldoen.

Even veilig als een recht spoor door een weiland. Dat is de opgave aan de ontwerpers en bouwers van de Botlek-, de Sophiatunnel en de tunnel onder het Pannerdensch Kanaal. Om dat veiligheidsniveau te bereiken worden de tunnels over de gehele lengte voorzien van een brandmeldingssysteem en een sprinklerinstallatie die binnen enkele seconden na detectie 9000 liter water per minuut in de tunnel kan spuiten. Desnoods vier uur achter elkaar. Voor de Sophiatunnel, met een lengte van acht kilometer de langste van de drie tunnels, impliceert dit een watervoorraad van 2100 kubieke meter. Vergelijk dat eens met de zeven kilometer lange tunnel van de Noord-Zuidlijn: detectie- en blussystemen ontbreken. Passagiers en machinist zijn afhankelijk van eigen waarneming. En moeten maar hopen dat de metro er bij brand in slaagt het eerstvolgende station te halen. “In de meeste gevallen zal dat wel lukken, ook bij stroomuitval”, schrijft een onderzoeksteam onder leiding van prof. E. Horvat. Lukt dat niet, dan zijn de passagiers aangewezen op “zelfredzaamheid”. Ze moeten maar zien hoe zij een van de nooduitgangen weten te bereiken. In het ongunstigste geval kunnen door de rook- en hitteontwikkeling 400 slachtoffers vallen, waarschuwde TNO bij een contra-expertise.

Ventilatiesysteem

Over de gevaren van rook en hitte verschillen TNO en het onderzoeksbureau FMH van Horvat totaal van mening met het adviesbureau Noord-Zuidlijn. In het veiligheidsconcept wordt geen rekening gehouden met schade door hitte en rook. In de tunnelbuizen komt daarom geen ventilatiesysteem. “De rook wordt afgevoerd via natuurlijke ventilatie of via de installaties op de stations”, zo staat in het veiligheidsconcept te lezen. De machinist van een eventuele ongelukstrein in een van de Betuweroute-tunnels weet zich beter beschermd. Bij brand treedt een eenzijdig afvoersysteem in werking. Met een snelheid van 3,6 meter per seconde wordt de rook tegen de rijrichting in weggezogen. Het systeem is getest met de zwaarste rookbommen waarover de Luchtmacht beschikt. Een vergelijking van appels met peren? Geenszins. De ontwerpers van de Betuweroute-tunnels gaan uit van een worst-case scenario en stellen het aanvaardbare risico daarvan gelijk aan de gevolgen die een dergelijke calamiteit bovengronds zou hebben gehad. Wat weerhoudt de Amsterdamse overheid ervan dezelfde uitgangspunten te hanteren? In het slechtste geval komen bij een brand in de metro vierhonderd mensen om het leven, weten we nu. In de Sophiatunnel is een full blown koolwaterstofbrand het ergst denkbare. Eén dode en instorting van de tunnel, zijn daarvan de ergst denkbare gevolgen. Onaanvaardbaar, hebben de opdrachtgevers NS Railinfrabeheer en Verkeer en Waterstaat besloten. Behoud van de tunnel én het leven van de machinist van de goederentrein vergen een investering van vele tientallen miljoenen guldens extra. Hoeveel geld heeft het Amsterdamse gemeentebestuur voor de veiligheid van vierhonderd metropassagiers over?

Reageer op dit artikel