nieuws

Overheid houdt zich niet aan eigen mer-spelregels

bouwbreed Premium

Het kabinet heeft zonder milieueffectrapportage gekozen voor aanleg van een tweede Maasvlakte. Onafhankelijke toetsing en inspraak bleven achterwege, constateert voorzitter Niek Ketting van de Commissie mer Aan de orde moet komen of de beoogde verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving inderdaad wordt gehaald.

Compensatie voor verloren natuur moet gevonden worden in de directe omgeving.

Het kabinet heeft, nog voordat zelfs maar de richtlijnen voor het milieueffectrapport (MER) zijn vastgesteld, in principe al gekozen voor de aanleg van een tweede Maasvlakte. Het houdt zich dus niet aan de spelregels voor milieueffectrapportage die het zelf heeft gesteld: de gemaakte keuzen zijn niet met een MER onderbouwd, de milieu-informatie is niet onafhankelijk getoetst en burgers hebben geen inspraak in de keuze gehad. Dit terwijl het belang van burgers bij dit project centraal staat. Naast het opheffen van het ruimtetekort in de haven is immers verbetering van de leefkwaliteit voor burgers in Rotterdam het andere deel van de dubbeldoelstelling van het project. Hoe zal worden gemeten of het project ook echt een verbetering zal zijn, moet beter worden uitgewerkt. De 750 ha bos die onderdeel zijn van de verbetering kan niet bij voorbaat ook als compensatie voor de negatieve effecten van de landaanwinning dienen. Dit is het standpunt van de Commissie mer in haar advies over de inhoud van het MER voor het Project Mainport Rotterdam. Deze Commissie is een onafhankelijk, bij wet ingesteld orgaan dat adviseert over MER-procedures. Genoemd advies is kortgeleden uitgebracht aan minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat.

Beschermde status

In 1998 werd de startnotitie voor het Project Mainport Rotterdam (PMR) gepubliceerd. Daarin werd aangekondigd dat meerdere mogelijkheden voor de ontwikkeling van de Mainport Rotterdam in een MER op milieueffecten met elkaar zouden worden vergeleken. Behalve naar landaanwinning zou ook worden gekeken naar andere oplossingen, zoals intensiever gebruik van de huidige Maasvlakte of de ontwikkeling van havenactiviteiten in Zuidwest-Nederland. De Commissie mer onderschrijft deze benadering. Alleen al de beschermde status van de Noordzee maakt het noodzakelijk om te onderzoeken of ruimte ook ergens anders dan in de Noordzee kan worden gevonden. Toch lijken genoemde alternatieven nu al bij voorbaat afgevallen. Dit voorjaar bereikten het Havenbedrijf van Rotterdam en een aantal milieuorganisaties bijvoorbeeld overeenstemming over het verder uitwerken van plannen voor een tweede Maasvlakte. Volgens de conceptrichtlijnen voor het MER heeft het Kabinet geconcludeerd dat er geen volwaardige alternatieven voor landaanwinning zijn.

Kritiek

De Commissie heeft in juni van dit jaar al kritiek geuit op de gang van zaken en vindt nog steeds dat een tussentijdse inspraakronde moet worden gehouden. Naast algemene kritiek op de gang van zaken wijst de Commissie ook op enkele punten die in het nog op te stellen MER nadrukkelijk aan de orde moeten komen. Een belangrijk punt is de wijze waarop zal worden bepaald of het tweede doel van het project, de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, ook echt zal worden gehaald. De kwaliteit van de leefomgeving kan niet alleen kan worden bepaald aan de hand van absolute blootstellingsniveaus van geluid, veiligheidsrisico’s en luchtverontreiniging. Er zijn ook andere factoren die de beleving van de omwonenden bepalen. Bijvoorbeeld de mate waarin zij PMR-activiteiten als nuttig ervaren of gehoor krijgen voor hun vragen en klachten. In 1998 was dit een van de hoofdpunten van de adviezen van de Commissie. Toch is hier tot op heden nog te weinig duidelijkheid over gegeven. Een tweede hoofdpunt is de mate waarin de voorgenomen realisatie van 750 hectare natuur- en recreatiegebied ook zou kunnen dienen ter compensatie van de negatieve effecten van de landaanwinning. Op voorhand lijkt dit weinig waarschijnlijk. Het Structuurschema Groene Ruimte stelt dat compensatie in eerste instantie moet worden gezocht in de directe omgeving van het gebied waar waarden verloren gaan. Bovendien moet de compensatie aansluiten bij de aangetaste gebiedscategorie. De voorgenomen 750 hectare voldoen niet aan deze beide verplichtingen. Het ligt dus voor de hand om in eerste instantie op zoek te gaan naar compensatie die dat wel doet, zoals het creëren van nieuw intergetijdengebied.

Reageer op dit artikel