nieuws

‘Opereren op het snijvlak van privaat en publiek, dat trekt mij’

bouwbreed

Als algemeen directeur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling had Bert Klerk “de mooiste baan” bij de gemeente Den Haag. Maar na vijf jaar “knutselen aan de stad” is het ook tijd voor zelfontwikkeling. Met ingang van volgende maand stapt hij over naar Railinfrabeheer. “Mobiliteit is altijd goed.”

Klerk heeft het op zijn laatste twee officiële werkdagen nog vreselijk druk. “Het naderende afscheid is toch raar”, bekent hij in zijn werkkamer op de zevende verdieping van het ‘glazige’ stadskantoor in hartje Den Haag. Na een weekje vakantie neemt hij op 31 oktober officieel afscheid. Terugblikkend op de afgelopen vijf Haagse jaren overheerst vooral “een gevoel van tevredenheid”. Klerk: “Er gebeurt hier heel veel. De stad heeft een revival doorgemaakt. We zijn weer vitaal aan het worden. Na de financiële artikel 12- gezondmaking lijken we nu ook in ruimtelijke zin te worden bediend. Toekomstige gemeentelijke uitbreidingen met omliggende Vinex-locaties vergroten de aantrekkingskracht van Den Haag als woonlocatie, zeker voor de middeninkomens. Dat stemt tot vreugde.”

Omslag

Wanneer de geboren en getogen Hagenaar over het werk praat, gebruikt hij consequent de meervoudsvorm. Klerk werd in 1995 binnengehaald om de diensten Bouwen en Wonen en Ruimtelijke Economische Ontwikkeling om te smeden tot één Dienst Stedelijke Ontwikkeling. “Daar zat overlap in. Mijn streven was die nieuwe organisatie te stroomlijnen tot een dienst met een zekere mate van flexibiliteit naar de buitenwereld. We werken uiteindelijk voor de burgers van deze stad.” In de wijken werd afgestapt van de gebruikelijke werkwijze. “Als gemeente hebben we een omslag gemaakt naar een interactieve beleidsvorm. Burgers werden eerder in het planproces betrokken. Door daarin te investeren creëer je draagvlak voor het beleid.” De werkwijze werd onder andere toegepast bij het masterplan Kuststrook, tussen het Zwartepad en de Scheveningse Haven. De opgave hier is om, naast het behoud van het karakteristieke van Scheveningen- dorp, ook een betere verbinding tussen stad en zee tot stand te brengen. Een duidelijke definiëring van publieke en private ruimten resulteert daarnaast in een kwalitatieve impuls van de Haagse openbare ruimte. De stad heeft allengs aan aantrekkelijkheid en herkenbaarheid gewonnen, meent Klerk. “Toen ik aantrad, was er geen duidelijk profiel van de stad. Dat is er nu wel.” Groene woonstad aan zee, stad van recht en bestuur, van zakelijke dienstverlening, toerisme en cultuur zijn de kernbegrippen. “We hebben vervolgens gericht plannen gemaakt, waardoor je marktpartijen aantrekt die op risico willen bouwen. En we hadden het economische tij mee.” De aanpak leidde tot hetnieuwd leven in gebieden als het Laakhavengebied en het Beatrixkwartier.

Verketterd Klerk had vooral een regisserende functie in het geheel. Hij was niet alleen betrokken bij nieuwe plannen, maar wist ook oude plannen nieuw leven in te blazen. Het is zijn persoonlijke verdienste dat het Trekvliettracé weer “op de kaart staat”. Het idee, een rechtstreekse verbinding tussen de A13 en de binnenstad, ook wel bekend als de Rotterdamsebaan, dateert nog uit de jaren zestig. “Toen ik deze suggestie begin 1998 deed, werd ik erom verketterd. Maar in het kader van het Bereikbaarheidsoffensief Randstad is er nu wel geld voor vrijgemaakt. Momenteel zijn we bezig met het uitwerken van de plannen voor de weg, die deels ondergronds gaat”, zegt hij met een zekere trots. “Ik hoop er over tien jaar gebruik van te kunnen maken.” Het was één van de oplossingen om de stad überhaupt te bereiken, vond hij. “Een stad aan zee heeft haar beperkingen, toch is het Den Haag gelukt aan alle kanten een aansluiting op het hoofdsnelwegennet te krijgen. Den Haag is daarnaast heel goed met de trein bereikbaar, nergens rij je zo ver het centrum binnen. Maar het station vormt tevens een barrière. Hoog Hage, de ‘stad’ die uiteindelijk boven de sporen van het Centraal Station zal verrijzen, moet daar straks een schakelfunctie gaan vervullen.”

Behoefte

Terwijl zijn afscheid nadert, is de sollicitatieprocedure voor een opvolger nog in volle gang. Het Haagse gemeentebestuur zag de afgelopen maanden overigens menig topambtenaar vertrekken. Volgens Klerk is er organisatorisch niets mis. Hij ziet het meer als “een samenloop van omstandigheden”. Klerk: “Kennelijk is er een grote behoefte aan Haagse ambtenaren. Dergelijke veranderingen zijn niet schadelijk zolang de continuïteit niet in het geding is. Mobiliteit is altijd goed”, is zijn stellige overtuiging. Zijn besluit elders aan de slag te gaan lag bovendien in de lijn der verwachtingen. “Ik heb nog nooit ergens langer dan vijf jaar gewerkt.” Als algemeen directeur bij Railinfrabeheer zal hij wederom een spin-in-het-webfunctie vervullen. “Het organiseren van mobiliteit is een actueel thema. Daarnaast is Railinfrabeheer een bedrijf dat nauw is verweven met publieke partners. Ik opereer hier weer op het snijvlak van privaat en publiek, dat trekt mij.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels