nieuws

Nieuwe wet legt welstand aan de ketting

bouwbreed

Met duidelijke criteria voor de toetsing, een beperkte zittingstermijn voor de commissieleden en verantwoordingsplicht tegenover de gemeenteraad wil de nieuwe woningwet welstand vastleggen. De vraag is echter of het in de praktijk ook zo uitpakt.

In de nieuwe woningwet wordt het bouwvergunningstelsel aangepast. Op het ogenblik zijn er drie soorten bouwwerken: vergunningsplichtige, meldingsplichtige en vergunningvrije. Dat zullen er twee worden: vergunningsplichtige en vergunningvrije; de meldingsplicht verdwijnt. Er zullen twee soorten vergunningen worden verstrekt: ‘lichte’ en ‘reguliere’. In de lichte procedure zal binnen vier weken over de vergunning moeten worden beslist. Het gaat daarbij om kleinere bouwwerken (tot vijftig vierkante meter en maximaal vijf meter hoog), aanbouwen en verbouwingen, die alleen zullen worden getoetst aan het bestemmingsplan, de welstand en de constructieve veiligheid. Naar schatting zal zeventig procent van de aanvragen in die categorie vallen. De reguliere vergunning wordt verstrekt voor de grotere bouwwerken. Daarbij moet binnen dertien weken uitsluitsel over de aanvraag komen. Interessant daarbij is de mogelijkheid eerst een bouwvergunning op hoofdlijnen aan te vragen, een soort cascovergunning, waarbij alleen een toetsing aan het bestemmingsplan, welstandseisen, de eventuele leefmilieuverordening en de Monumentenwet plaatsvindt. In een tweede fase volgt dan de technische toetsing aan het Bouwbesluit. Die aanpassing maakt het in de toekomst mogelijk om voor alle bouwwerken in een vroeg stadium uitsluitsel over de welstand te krijgen. Dat uitsluitsel kan vervolgens ook aan de rechter worden voorgelegd zonder dat eerst (de weigering van) de hele vergunning hoeft te worden afgewacht. Welke bouwactiviteiten vergunningvrij en licht vergunningsplichtig zijn zal worden vastgelegd in een aan de wet hangende algemene maatregel van bestuur. Het is de bedoeling dat de welstandscommissies betrokken blijven bij de toetsing van de grotere bouwwerken. Bij de lichte vergunning hebben B en W de vrijheid om de commissie wel of niet in te schakelen. Vergunningvrije bouwwerken zijn uiteraard ook ‘welstandsvrij’ en zullen dat, anders dan nu, ook blijven als het pand dat wordt verbouwd of uitgebreid door die bouwactiviteit zo lelijk wordt dat het als geheel niet meer door de welstandsbeugel kan. Dat klinkt mooi, maar houdt het gevaar in dat wijken waar de welstand toch al op een laag niveau staat door een opeenvolging van kleine vergunningvrije verbouwingen steeds verder verloederen. Een belangrijk verschil met de huidige regeling is dat B en W in de toekomst zullen kunnen afwijken van het welstandsadvies om andere dan welstandsredenen. Ze zullen dan wel aannemelijk moeten maken dat die redenen “zwaarwegend” zijn. De regering vindt die koerswijziging noodzakelijk omdat het welstandstoezicht moet “vermaatschappelijken”. Reden daarvoor is de angst dat welstandseisen ontwikkelingen in de weg kunnen staan die uit een ander oogpunt belangrijk worden geacht.

Toetsing

Het is de vraag of dat een gelukkige verandering is. Zwaarwegend is immers een rekbaar begrip dat op zich ook weer tot rechtsonzekerheid leidt. Want wat bijvoorbeeld, als een krapbehuisd gezin de uitbreiding van de kinderschare wil huisvesten in een extra etage die de hele straat ontsiert? En kan een projectontwikkelaar die zonder veel scrupules huishoudt in het stadshart met succes de werkgelegenheid die hij daarmee schept in het strijdperk gooien? Het is duidelijk dat de rechter aan deze wetspassage nog een zware dobber zal krijgen. In het wetsontwerp wordt sterk de nadruk gelegd op de noodzaak van vooraf vastgestelde toetsingscriteria. Dat stond ook al in de oude wet, maar in de praktijk is daar weinig van terecht gekomen. In het wetswijzigingsvoorstel wordt hardhandig in die situatie ingegrepen. Er wordt zwaar getild aan het belang van de rechtszekerheid van de burger. Zo zwaar dat er, na een overgangsperiode van een jaar, alleen nog welstandstoezicht mag plaatsvinden als de gemeente in overleg met de burgerij een welstandsnota met criteria heeft vastgesteld.

Ivoren toren

Hoe die criteria eruit zullen moeten zien staat niet in de wet. Het zal zeker niet eenvoudig zijn om de burger die zijn plannen maakt of laat maken concrete handvatten te bieden voor een onbekommerde gang naar de welstandscommissie. Dat probleem wordt nog eens vergroot door de overgangsperiode van slechts één jaar. Dat is, zeker voor een grote stad, erg kort. Het lijkt dan ook niet ondenkbaar dat er welstandsnota’s zullen ontstaan met loze, weinigzeggende criteria, waarmee iedereen nog alle kanten op kan. Dan is er misschien wel veel gepraat en geregeld, maar in feite niets bereikt. In het wetsvoorstel worden ook wegen aangegeven om het welstandstoezicht uit zijn ivoren toren te halen. De welstandscommissies moeten dichter bij de samenleving komen te staan. Met dat doel voor ogen zullen de zittingen in beginsel openbaar moeten zijn en zal de commissie ieder jaar aan de gemeenteraad moeten duidelijk maken hoe zij met de gemeentelijke criteria is omgegaan. Ook B en W moeten jaarlijks verslag uitbrengen aan de raad. Daarbij moet onder andere aan de orde komen hoe zij zijn omgegaan met de adviezen van de commissie en in welke gevallen ze de commissie niet hebben ingeschakeld. Omdat ook het welstandspluche aangenaam zit, houden commissieleden hun stoel graag lang bezet. In de nieuwe Woningwet wordt daar paal en perk aan gesteld: na vier jaar lidmaatschap moet het afgelopen zijn.

Peter Janssen

Architect en jurist, Haarlem Het oorspronkelijke, zeer omstreden plan voor de Appelaar in de binnenstad van Haarlem. Ook onder de nieuwe wetgeving zullen dit soort ingrijpende plannen voor discussie zorgen. Weliswaar niet meer over welstand op zich, maar over mogelijke “zwaarwegende belangen” waarvoor welstand moet wijken. De Tweede Kamer behandelt binnenkort een wetsvoorstel voor wijziging van het welstandstoezicht. Vandaag het zesde deel van een serie van zeven over dit fenomeen. Voorgaande delen verschenen op 15, 21, 25, 27 september en 5 oktober.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels