nieuws

‘Meer geld voor herstructurering’

bouwbreed

Alleen met een sterkere financiële betrokkenheid van het Rijk kan de vernieuwing in de grote steden een succes worden. De financiering van de herstructureringsopgave voor een belangrijk deel bij de corporaties leggen is geen afdoende oplossing.

Volgens de Haagse wethouder van Ruimtelijke Ordening, P. Noordanus, is het dan ook noodzakelijk dat in de definitieve nota Wonen het Rijk zijn financiële afstandelijkheid laat varen. Noordanus zei dit gisteren op het congres ‘De stad van de toekomst: de toekomst van de stad’ in het Haags Congrescentrum. De politicus hekelde het gemak waarmee het Rijk oproept tot een versnelling in de stedelijke vernieuwing, maar daar onvoldoende middelen tegenover zet. “Het pleidooi voor een hoger tempo is terecht. Wat dat betreft zie ik in mijn stad te veel plekken waar de veranderende woningmarkt ertoe leidt dat buurten achteruit kachelen. De herstructureringsopgave wordt verdubbeld, maar de rijksbijdrage niet.”

Andere orde

De visie van het Rijk dat de corporaties het financiële probleem moeten en kunnen oplossen onderschrijft Noordanus niet. “Corporaties zijn grote spelers in de stad, maar de stad is meer dan een verzameling van corporatiebezit. In Den Haag hebben we ook te maken met veel particulier bezit, ex-huurbezit dat gesplitst is en verkocht in klein eigendom. Dat zijn voor een groot deel niet de woningen waaraan we denken als we ons een beeld vormen van de gewenste woningvoorraad in de stad. Herstructureren van deze wijken is nog van een andere orde als de herstructurering van het corporatiebezit en vertoont grote gelijkenis met de klassieke stadsvernieuwing.” Dat betekent wel”, hield Noordanus zijn gehoor voor, “dat de multiplier die het Rijk zich voorstelt bij de herstructurering hier nimmer gerealiseerd zal kunnen worden.”

Beslotenheid

Minister Van Boxtel, verantwoordelijk voor het grotestedenbeleid, weigerde over extra geld te praten. “In elk geval niet vandaag en hier. Dat doe ik wel in de beslotenheid van de Trèveszaal. Maar het is duidelijk dat er een spanningsveld is tussen het beschikbare budget en een extra investeringsruimte.” Volgens Van Boxtel blijkt uit alles dat de stad als vestigingsplaats van bedrijven en als woonplaats populairder is dan ooit. “Ook bij de nieuwkomers in de Nederlandse samenleving, van wie zeventig procent de stad als toevluchtshaven kiest. De stad is aan het verkleuren, maar etnische minderheden zijn de stad geen blok aan het been. Allochtonen zijn nodig om de groeiende economie te laten draaien.” De groei van de stad betekent in de ogen van de bewindsman wel dat stadsgrenzen barrières voor die groei kunnen vormen. “Daarom moet over de stadsgrenzen heen worden gekeken. Er moet met een ruimere blik naar de stad worden gekeken. En of dat nu in de vorm van stadsgewesten zal zijn of van grotere gemeenten, dat zal de tijd leren.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels