nieuws

LISV: wetsvoorstel wao en ww onuitvoerbaar

bouwbreed

Het wetsvoorstel van staatssecretaris Hoogervorst (sociale zaken) om de wao- en de ww-uitkering voortaan te baseren op het aantal gewerkte jaren, is in de praktijk vooralsnog onuitvoerbaar. De administratiesystemen van de uitvoeringsinstellingen blijken nog niet geschikt voor deze nieuwe berekening van de uitkering.

Deze week stuurt het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV) een brief met een dergelijke strekking naar de staatssecretaris. Het instituut is verantwoordelijk voor de uitvoering van de ww en de wao. Volgens LISV-bestuurster A. Jongerius hebben de vijf uitkeringsinstanties het al druk genoeg met de gevolgen van het nieuwe belastingplan, de euro en de aanstaande fusie tot één uitvoeringsinstelling. “De nieuwe aanpak vergt een ingewikkelde manier van berekenen. Om het arbeidsverleden van iemand te herleiden, moet je bijvoorbeeld oude werkgevers opsporen. Dat vergt een andere administratie.” Het wetsvoorstel van Hoogervorst sluit aan op afspraken in 1987 over de ww en in 1993 over de versobering van de wao. In het huidige stelsel wordt nog uitgegaan van het arbeidsverleden op grond van leeftijd. In het nieuwe voorstel gaat het aantal werkelijke gewerkte jaren tellen. Hiermee hoopt het kabinet dat de uitkering gelijke tred houdt met de ww- en wao-premie die een werknemer heeft betaald. Het kabinet en het LISV menen dat de nieuwe rekenmethode besparingen op de uitkeringen oplevert. Jongerius is ook bestuurster van de FNV. In die functie vindt zij het onacceptabel dat op de uitkeringen wordt gekort. De uitkering kan lager uitvallen voor jongeren die later dan op hun achttiende gaan werken en herintreders. Zij hebben minder jaren gewerkt dan nodig is voor een maximale uitkering. De bezuinigingsmaatregel is volgens Jongerius overbodig geworden in een tijd dat het kabinet enorm veel geld overhoudt. “Er zal geen wao’er minder door komen,” meent zij.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels