nieuws

Jongleren met staal en glas op de Zuidas

bouwbreed

Alles hangt met elkaar samen bij bouw hoofdkantoor ING In een krappe bouwput op de Zuidas van Amsterdam krijgt het veelbesproken nieuwe hoofdkantoor van ING vorm. Een staalconstructie, die later wordt omhuld met een glazen huid. Het vele gedetailleerde engineeringswerk maakte een ongekend brede bouwcombinatie noodzakelijk.

Ruimteschip, voetbalschoen, klapschaats. De metaforen waren niet van de lucht toen ING twee jaar geleden het ontwerp voor het nieuwe hoofdkantoor presenteerde, ontworpen door het jonge architectenduo Meyer en Van Schooten. Inmiddels krijgt dat ruimteschip langzaam vorm. Vanuit de dagelijkse file op de A10 is de bouw goed te volgen. Net zoals straks de verrichtingen van de raad van bestuur en de staf van het financiële conglomeraat straks voor iedereen te volgen zijn. Het gebouw wordt namelijk compleet transparant. Volgens de architecten en ING zelf is dat wat een moderne financiële instelling moet uitstralen: openheid en transparantie. Bankgebouwen zijn allang geen geldopslagplaatsen meer, dus het is nergens nog voor nodig massieve, gesloten bunkers op te richten.

Dubbele huid

De transparantie lijkt moeilijk te rijmen met energiezuinigheid, een ander uitgangspunt voor de opdrachtgever. Volgestouwd met installaties en computers moeten kantoorgebouwen immers vooral worden gekoeld. Maar dat probleem is voor het ING-hoofdkantoor opgelost met een dubbele huid. Achter een glazen buitenblad van enkellaags gehard glas wordt een glazen pui geplaatst, waarvan de ruiten in houten kozijnen zijn gevat. De luchtspouw is in de meeste gevallen 45 centimeter breed. Waar de vele royale binnentuinen aan de buitengevel grenzen, ligt het binnenblad aanzienlijk verder terug. Een intelligent klimaatbeheersingssysteem stuurt de lucht via die spouw het hele gebouw door. Aan de zonbelaste, maar verkeersluwe zuidkant zijn kleppen voor inlaat van frisse lucht aangebracht. De temperatuur kan bovendien met zonwering in de spouw worden geregeld. Voor opslag van koude en warmte wordt een aquifer onder het gebouw aangeboord. Traditionele klimaatbeheersingsinstallaties staan altijd standby om in te springen als de duurzame voorzieningen het niet bolwerken. Het resultaat is dat straks alle medewerkers hun raam in het binnenblad kunnen openzetten, zonder dat iemand daarbij last heeft van de herrie en stank van de snelweg. Zodra een raam opengaat, schakelt de klimaatbeheersing ter plekke automatisch uit. Dat het systeem werkt is volgens architect Roberto Meyer inmiddels bevestigd bij schaalproeven van TNO. Volgens de berekeningen kunnen de installaties 800 van de 2000 jaarlijkse gebruiksuren uitblijven. Behalve op het klimaatbeheersingsconcept is de gevel ook constructief getest. Want een gevel van bijna vijftig meter hoog, met constructief glas, dat is niet vaak vertoond. Een straalmotor voor een proefmodel in het laboratorium moest aantonen of de constructie sterk genoeg was of niet. Een verticale lamel, loodrecht op de gevel, eveneens van glas, zorgt voor voldoende stijfheid. Via roestvast stalen knooppunten is het glas aan die lamel en aan de hoofdstaalconstructie opgehangen. Die staalconstructie neemt alle verticale krachten in het gebouw voor haar rekening. Staalbouwers domineren vooralsnog in de krappe bouwput langs de A10. Dat blijft zo tot april, daarna resteren tien maanden om de constructie ‘in te vullen’ en af te bouwen. “Natuurlijk had het ontwerp volgens goede Nederlandse bouwtraditie ook in beton uitgevoerd kunnen worden, aldus architect Meyer, “maar dan zou de transparantie aanzienlijk minder zijn. Vandaar dat we al vroeg uitkwamen bij staal.” Beton is wel gebruikt voor de vloeren. In de dwarsspanten worden zogenaamde wingvloeren gehangen: een combinatie van breedplaatvloeren en kanaalplaatvloeren die gebruikt worden als verloren bekisting. Het voorkomt dat de vloeren tijdens het storten onderstempeld moeten worden en de verdieping daaronder tijdelijk onbegaanbaar is door het woud van stempels. Onder de verdieping waar gestort wordt, kan dus gewoon worden gewerkt. Dat is een voorwaarde, gezien de krappe bouwplaats en strakke planning.

Tolerantie

Lopend door de bouwput valt op hoe netjes het staalwerk allemaal past. Een dwarsligger van de ondertafel, die straks het hele gebouw moet dragen, wordt met een grote kraan op de millimeter ingehangen. De bouten gaan eigenlijk probleemloos door de uitgespaarde gaten. Voor de tafel, vervaardigd door wel drie verschillende staalbouwers, zijn toleranties van vijftien millimeter toegestaan; voor de acht verdiepingen die daar nog boven komen geldt een tolerantie van tien millimeter. De projectleider van Grootint laat zich even gaan omdat in de fabriek een paar schoren niet zijn ingelast. Dat moet nu dus vanuit hoogwerkers gebeuren, aangelijnd balancerend op de spanten. Een stuk moeilijker dan in de geconditioneerde werkplaats. Logistiek en veiligheid zijn overigens de lastige aspecten van dit project, benadrukt projectleider ir. R. Joosten van aannemingscombinatie SamenwerkING. Het is een ontwerp vol vides en patio’s, waar gemakkelijk iemand in kan vallen. “Het werkterrein begint feitelijk pas op de tweede verdieping. Het gebouw is immers boven het maaiveld uitgetild. Op een bescheiden entree met liftschachten na, blijft de ruimte tussen de draagkolommen leeg. Daarom zijn de bouwveiligheidsexperts al in de ontwerpfase bij het project betrokken. Het is niet een plaats, waar je al improviserend valbeveiligingen kunt plaatsen.”

Improviseren

Überhaupt is improviseren bij dit project niet mogelijk, volgens Joosten. Het gebouw moest op papier en in de computer al helemaal gebouwd worden voordat ze echt aan de slag konden. Voor het ontwerp van sommige details was de bouwfase bepalend. Niet voor de vorm, maar wel voor de manier waarop ze samengesteld moeten worden. De volgorde van het bouwproces is cruciaal. Joosten: “Doordat er zoveel aspecten zijn om rekening mee te houden en er ook veel detail-engineering nodig was, zijn we ook zo’n extreem brede bouwcombinatie aangegaan, inclusief de staalbouwer. Alles hangt nu eenmaal met alles samen in dit krankzinnig spectaculaire gebouw. We moesten alle beschikbare kennis en capaciteit mobiliseren.”

Feiten en cijfers

Start bouw: voorjaar 1999 Oplevering: voorjaar 2002 Bruto vloeroppervlak: 20.000 m2 Kantooroppervlak: 7500 m2 Lengte gebouw: 138 meter Hoogte: 48 meter, 10 verdiepingen Architecten: Meyer en Van Schooten Architecten, Amsterdam Opdrachtgever: ING Vastgoed Directievoering: IPMMC Vastgoed, Utrecht Aannemers: bouwcombinatie SamenwerkING: J.P van Eesteren, HBG, Heijmans, Heerema Grootint, IBC, Volker Wessels Stevin

De bouw van het ‘ruimteschip’ vergt veel detail-engineering.

De bouwput begint pas op de tweede verdieping

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels