nieuws

Gridstad (3)

bouwbreed

Kern van de stedenbouw is het ordenen tussen private en publieke domeinen. Dit thema stond ook de vorige week centraal bij de uitreiking van de BNA-kubus aan bureau Quadrat atelier voor stedebouw, landschap en architectuur. “Het gaat ons vooral om de samenhang met de stad. We zijn daarom nogal bezig met de buitenruimte, het optimale moment in het publieke domein”, melden ze in BladNA (oktober 2000).

Voor een jong Rotterdams bureau met een directie van drie voormalige ambtenaren, geen hemelbestormend standpunt. Een opvatting die het ook in het onderwijs nog goed doet. Private gebouwen worden door stedenbouwers onderling afgestemd om zo samenhang in het publieke domein te waarborgen. Stedenbouwers behartigen de belangen van de overheid, particulieren staan aan de zijlijn. Merkwaardig, die overschatting van het publieke domein, in een tijd waarin het particuliere, het individuele en bijzondere centraal staan. De huidige regering wil de zeggenschap over huizenbouw aan de consument overdragen. Zolang de Quadrat-benadering door de BNA geprijsd wordt, bouwt Remkes slechts luchtkastelen.

Op reis door Latijns Amerika zagen we dat het anders kan. Is de

Nederlandse stad het product van de overheid, de Argentijnse stad is voor particulieren. Wij werden daar geconfronteerd met drie uiterste woonvormen uit de private sector: de krottenstad, luxe hoogbouw en de besloten buurt. De krottenstad (villa miseria) bestaat in de beginfase uit tijdelijke bouwsels zonder infrastructuur; elektriciteit en water worden illegaal afgetapt. De bevolking bestaat uit economische vluchtelingen uit het platteland. Maar na verloop van tijd versteent de bebouwing terwijl de overheid toekijkt. Buitenstaanders proberen de wijk te mijden of worden geweerd. Later wordt de nederzetting – vrijwillig of gedwongen – verwijderd of bij de stad ingelijfd en voorzien van infrastructuur. De bewoners krijgen een adres. Het wilde dier is getemd, maar wel buiten het grid.

Luxe woningbouw voegt zich in het grid in tegenstelling tot sociale

woningbouw, krottenwijken en besloten buurten. Hoge, slanke, diepe gebouwen met blinde zijgevels waarin clandestiene ramen. Aaneengesloten langs lange straten en pleinen met uitzicht over water, parken en sport. Ongeveer twintig lagen hoog, één woning per verdieping met liften die uitkomen in woonkamers. Op de begane grond bewaakte entrees tussen dure winkels. In kelders parkeergarages. Gevels van glas, staal en natuursteen. Bij ons een op deze schaal onbekende woonvorm, waarvan de oorsprong in de negentiende eeuw gezocht moet worden.

Dankzij Europese wetgeving mag straks in Nederland permanent in

vakantieparken worden gewoond. Omgekeerd betekent het dat toekomstige woonwijken als besloten buurt – met de volkstuin als voorbeeld – ontwikkeld en beheerd kunnen worden. Besloten buurten zijn in Noord- en Latijns Amerika algemeen, ook rondom Buenos Aires (urbanizaciones cerradas, walled communities). Langs randen van de stad wordt dit recreatieve wonen ontwikkeld. Wonen op je vakantie-adres. Prijs, dichtheid, voorzieningen en dienstverlening variëren. Villa’s aan het water met auto’s voor de deur, maar ook hoogbouw met ondergrondse garages met op loopafstand winkels, scholen, polikliniek, zwembad, tennis- en golfbanen. Wie zich niet kan identificeren of geen introductie heeft, kan de toegang worden geweigerd.

De besloten woonbuurt is eigenlijk een omgevallen flatgebouw. Een

ultiem product van private projectontwikkeling met de overheid aan de zijlijn. Nog even, en ook Nederland kent geprivatiseerde stedenbouw waarbij de begrippen publiek en privaat zijn vervangen door collectief en individueel. Op reis werd al dit onbekende snel vanzelfsprekend. Eenmaal terug – en wij waren onmiddellijk weer in Nederland.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels