nieuws

Giessense bagger- en maaibotenproducent slaat vleugels uit

bouwbreed Premium

“In feite maken we alles voor het totaalonderhoud van bermen en watergangen, met de nadruk op maai- en baggerboten met verschillende hulpstukken. Daarin hebben we vrijwel geen concurrenten meer. Nu we onze positie in de Nederlandse en Duitse markt hebben terugveroverd, gaan we ons verder richten op de export.”

Clement Verschoor, commercieel directeur, 28 jaar pas en de kleinzoon van de oprichter van het Giessense bedrijf ‘runt’ de zaak samen met zijn compagnon Jan Broere, die mede-eigenaar en technisch directeur is. Zij bouwen in hun bedrijf Broveco – “Die naam hebben we eens heel lang geleden in de kroeg verzonnen” – de boten en machines van het merk Conver, dat door grootvader is verzonnen en komt van CONstructie VERschoor. “Grootvader deed de zaak, die nu al ruim veertig jaar bestaat, aan mijn vader over, die hem in 1993 verkocht aan een investeringsmaatschappij”, zegt Verschoor. “Dat ging niet goed en in 1997 ging de zaak failliet. Onbegrijpelijk, want toen al had Conver een ijzersterke positie in de markt. Ik was economiestudent en samen met Jan hebben we de stap gewaagd. En met succes.”

Maaiboten

Het openhouden van watergangen, meren, oevers en bermen was en is van levensbelang voor landschap en infrastructuur. “Een goede afwatering is essentieel”, zegt Verschoor. “Dat vraagt om kwalitatief hoogstaande werktuigen. Conver heeft een veelzijdig programma ontwikkeld en is voortdurend bezig met de verbetering daarvan.” Het bedrijf levert maaiboten, maaiverzamelboten, baggerboten, amfibieën en ook aanbouwmachines voor tractoren en dergelijke. Maar de hoofdzaak ligt bij de (kleine) boten. “Het is vrijwel nooit een standaardproduct”, aldus Verschoor. “Bijna elke boot of amfibie is custom build.” “De basis is er en de opdrachtgever – en niet zelden zijn machinist – geven aan wat ze aan extra’s willen, wat anders kan en dergelijke. Onze ervaring is: als de machinist het er niet mee eens is, dan wordt het moeilijk. Maar het zijn toch investeringsbeslissingen van een kleine ton tot meer dan drie ton per boot of amfibie. Dat is ook niet niks.”

Waterhyacint

“Als er een vaste machinist is, dan is hij altijd op de fabriek geweest voordat de boot definitief wordt overgedragen. Wij schroeven zo’n boot in elkaar naar de wensen van de opdrachtgever, gebruik makend van standaard componenten. Het maakt nogal verschil of je de waterhyacint op het Victoriameer in Afrika binnen de perken wil houden of dat je de poldersloten van Holland wilt baggeren.” De Nederlandse en ook de Duitse markt zijn vervangingsmarkten geworden. Na het faillissement waren eer en goede naam wat ingezakt, maar Verschoor en zijn compagnon hebben dat in een paar jaar tijd weten te herstellen. Meer dan de helft van de jaarlijkse productie, enkele tientallen boten, gaat naar het buitenland. De belangstelling voor effectief en efficiënt onderhoud van watergangen groeit vooral in Frankrijk en Italië snel. “En Afrika en Azië zijn er de laatste tijd bij gekomen”, zegt Verschoor. “In Soedan bijvoorbeeld zijn perfecte irrigatiesystemen aangelegd, maar men is het onderhoud vergeten. We gaan daarmee aan de slag, rekening houdend met de lokale omstandigheden en mogelijkheden. Wij geven ook steeds vaker advies over effectief en efficiënt onderhoud van open watergangen.”

Ergonomie

“In Nederland en Duitsland ligt de nadruk op de ergonomie. Het werk moet steeds minder belastend zijn. En terecht. Daarom zijn we heel ver met zaken als servobediening, joysticks en dergelijke. Vanuit het bestaande, ongecompliceerde en dus betaalbare concept schaven we steeds bij.” “De vaste cabine wordt steeds vaker gevraagd, ook met verwarming. Al heb je ook machinisten die zeggen: ik trek wel een dikke jas aan. We hebben nu een verplaatsbaar platform ontwikkeld om het gewicht van de cabine in het licht van de stabiliteit en de belading te verbeteren. We hebben frames met een vaste voorruit en wanden van zeildoek, we maken de boot desgewenst van roestvast staal, in feite kan binnen de vaste concepten bijna alles. Daarnaast hebben we trailers en frames voor laden en lossen ontwikkeld met radiografische besturing.” De nieuwste ontwikkeling vindt plaats in samenwerking met IHC Holland: een minicutterzuiger met een casco van zes meter en een breedte van 2,70 meter. Verschoor: “Speciaal bedoeld voor Bangladesh. Na elke overstroming blijft er slib achter en dat moet weg. Een goede doorstroming van het rivierwater verhoogt de veiligheid voor de bevolking.”

Gegroeid

“Onze minicutterzuiger pompt minimaal 300 kuub per uur en moet het slib minimaal 400 meter weg kunnen pompen. De ladder kan tweeënhalve meter diep, maar kan eventueel verlengd worden. Toen de vraag kwam, hadden we toevallig al een ruwe schets liggen, omdat we al in die richting aan het denken waren. Samen met de opdrachtgever gaan we de boot verder ontwikkelen en bouwen.” “Voortdurend verbeteringen bedenken en toepassen, dat maakt het werk zo leuk”, stelt Verschoor. “Het slaat ook aan in de markt, want we zijn in een paar jaar van acht naar ruim twintig mensen gegroeid. En we zouden wel meer willen, want we zijn goed bezig. Maar waar haal ik de goede mensen vandaan?” Clement Verschoor test een maaiboot met T-front-maaibalk in een Hollandse poldersloot. Een maaiverzamelboot met opslag- en afvoerband aan het werk in India.

Reageer op dit artikel