nieuws

BNA wil harde en heldere afspraken over ruimtegebruik

bouwbreed

“Het moet uit zijn met de ‘vrijheid-blijheid’ in de ruimtelijke ontwikkeling”, zegt prof.ir. Jan Brouwer, de voorman van een kleine drieduizend architecten in Nederland die lid zijn van de BNA. Een uiterst strakke regie door de centrale overheid is noodzakelijk, zegt hij.

“Het lijkt misschien wel stalinistisch, maar het beleid moet veel scherper. Neem de grondexploitatie. De positieve saldi worden zelden ingezet voor de kwaliteit van woningen en openbare ruimte. Wij zeggen: stop de grondwinst in kwaliteitsfondsen.” De Bond van Nederlandse Architecten, die zijn standpunten maandag aanbood aan rijksbouwmeester Wytze Patijn, noemt grondbeleid ‘de pijler voor kwaliteit van de ruimtelijke ontwikkeling’. Brouwer: “Laat de waardestijging van grond ten goede komen aan betere gebouwen, goede infrastructuur, nieuwe trams, meer natuur en landschap, aandacht voor openbare ruimte. Dat moet vanzelfsprekend zijn als de overheid bestemmingsplannen verandert. Elke grondtransactie moet leiden tot kwaliteitsverbetering.” Zo komt de BNA tot de redenering dat alle grond die van eigenaar wisselt, allereerst aan de gemeente moet worden aangeboden. Zo’n omslag vraagt om adequate wetgeving. Als eerste stap ziet Brouwer dat het voorkeursrecht gaat gelden voor alle grondtransacties binnen in te stellen ruimtelijke rooilijnen die bebouwingsgrenzen markeren. “Het Rijk moet taakstellend op plankaarten aangeven waar bepaalde ontwikkelingen al dan niet wenselijk zijn. Planologische rooilijnen leggen de contouren vast van bebouwd en onbebouwd en gebondenheid en vrijheid.” Lokale partijen kunnen heel goed de plaats bepalen van functies, zoals woningen, bedrijventerreinen en landbouw, zegt de BNA. Een bestemmingsplan zou verplicht moeten zijn voor de bebouwde kom. Via een actualiteitsverklaring kunnen gemeenten een bestemmingsplan na tien jaar afstoffen.

Dubieus

Het pleidooi voor de strakke regie wordt ingegeven door de zorg om de kwaliteit van de gebouwde omgeving. “Gemeenten gaan vooral hun eigen gang, met een tomeloze uitbreidingsproductie als gevolg. De rol van de provincies daarbij is af en toe dubieus”, zegt Brouwer. Heeft hij een voorbeeld? Hij blijft dicht bij huis, de A13 bij Delft. “De oostzijde van de verbindingsweg tussen Rotterdam en Den Haag bleef niet meer open, nadat de gemeente Delft aan het woonwarenhuis Ikea toestemming gaf daar een royaal filiaal te bouwen. Nu staat er een serie gebouwen. Iemand moet zoiets toch stopzetten?” Brouwer heeft nog een argument voor centrale ingrepen. “De kwaliteit van bedrijfsgebouwen staat in Nederland op een laag peil. De bedrijventerreinen breiden zich uit als inktvlekken met dozen erop. De cultuur ontbreekt nog om er wat van te maken. Er zijn geen stedenbouwkundige randvoorwaarden, terwijl mensen daar toch een flink deel van hun tijd doorbrengen.” Brouwer pleit voor een ‘eigen beeldmerk’ van groepen gebouwen en wijken. “Je moet toch kunnen zien dat een bepaald gebouw in Den Haag staat en niet in Amsterdam. Amsterdammers zijn toch ook net een slag anders dan Hagenaars.” Jan Brouwer, voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA), volgde twee jaar geleden Carel Weeber op. Die joeg namens de Nederlandse architecten iedereen op de kast met grove uitspraken, waarvan vooral die over ‘het wilde wonen’ nog nagalmen. Brouwer zoekt een eigen stijl.

Onder zijn leiding besteedt de BNA veel aandacht aan het mobiliseren

van de achterban: “De BNA is niet alleen een belangenvereniging voor architectuur, maar voor heel de gebouwde omgeving”, zegt Brouwer. “Jarenlang is niet voldoende gepraat over de inhoud van het vak, over hoe we het vak moeten interpreteren.” De beroepsorganisatie plant nu een duidelijke vlag in het debat over de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het is een pleidooi voor centrale sturing, maar de BNA zoekt ook verbeteringen via het eenvoudige handwerk. Zo zouden bouwaanvragen digitaal ingediend en getoetst moeten kunnen worden, aldus de maandag gepresenteerde stellingen over de Vijfde Nota. De BNA wil vier initiatieven snel ontwikkelen. “Opleidingen zijn heel belangrijk. We hebben bijvoorbeeld van de makelaarsorganisatie, de NVM, geleerd dat bijscholing belangrijk is. Misschien gaan we toe naar verplichte vervolgopleidingseisen voor onze leden”, zegt Brouwer. De architect moet ook weet hebben van de maatschappelijke context. Dat is onderdeel van de ontwerpopgave. Dat betekent onder andere voldoende besef hebben van bouwrecht, weten wat de trends zijn op het gebied van bouwmaterialen en -methoden, maar ook wat onderhandelen en compromissen maken tijdens het bouwproces betekent. Om de verkokering in eigen gelederen tegen te gaan, organiseert de BNA ontwikkelateliers. Brouwer: “Als we tegen de overheid zeggen dat ze in kokers en sectoren denkt, dan moeten wij ook naar onszelf kijken. In ateliers werken we dwars door specialisaties heen. Een voorbeeld? We hebben niet geleerd hoe je in een nieuwbouwwijk een school en een gezondheidscentrum combineert. We brengen de deeldisciplines nu bij elkaar om daar voorstellen te doen.” Daarnaast speelt ook binnen de BNA de regionalisering. De bond, met 2944 leden, was opgedeeld in kringen. Deze werden samengevoegd in regio’s met meer budget en zeggenschap. Brouwer jut de vereniging op. Hij wil de cultuur veranderen door de opkomst op vergaderingen te vergroten. “Dat kan door ledenvergaderingen te houden in architectonisch aantrekkelijke gebouwen. De architect komt dan nieuwsgierig naar onze bijeenkomst. We onderzoeken het idee van ledenvergaderingen via Internet. We kijken naar de verjonging van het vak.” BNA-voorzitter prof.ir. Jan Brouwer: “Je moet toch kunnen zien dat een bepaald gebouw in Den Haag staat en niet in Amsterdam.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels