nieuws

Amsterdam kiest voor stedelijkheid

bouwbreed

Geen huizen met tuinen, maar dichte bebouwing in de stad op grond die vrijkomt door delen van de rondweg onder de grond te brengen en volkstuinen en sportterreinen op te offeren. Daarop stuurt Amsterdam aan in het nieuwe Structuurplan.

Amsterdam heeft een rijke traditie op het gebied van structuurplannen en stelt gemiddeld eens in de vijf jaar zo’n plan op dat de ruimtelijke indeling op middellange en lange termijn bekijkt. Gisteren werd in zalencentrum Felix Merites in de hoofdstad de aftrap gegeven voor een discussie over het plan, dat najaar 2002 definitief moet zijn. In vergelijking met eerdere plannen maakt de gemeente volgens projectleider J. Gieling van de dienst Ruimtelijke Ordening (dRO) een duidelijke keuze voor stedelijke woonmilieus. De stad probeert niet langer uit alle macht te concurreren met groeikernen in de directe omgeving, waarnaar in de jaren tachtig een hele uittocht op gang kwam. Dat wil niet zeggen dat er geen plek is voor hogere inkomens, middengroepen of gezinnen met kinderen, maar er kan volgens Gieling voor deze groepen ook in de hoge dichtheden worden gebouwd. Bovendien stemt de hoofdstad de indeling nu meer af op de regio en op hoger niveau, de Randstad (of deltametropool). Zodra het plan klaar is, wordt alweer nagedacht over een volgende versie. Een toekomst als papieren tijger ligt dus voortdurend op de loer. Maar zelfs planoloog G. Wallagh liet in Felix Merites weten dat dat in de praktijk wel meevalt. Voor zijn promotie worstelde hij 2400 pagina’s notulen van de gemeenteraad en ambtelijke stukken door over ruimtelijke beslissingen in de jaren tachtig. Hij trof slechts dertien verwijzingen naar de structuurplannen aan. Maar ondertussen werden alle discussies wel degelijk in de geest van de structuurnota gevoerd, luidde zijn conclusie. Een opsteker voor de in Felix Merites verzamelde planologen. Het document was dus wel degelijk in staat richting te geven aan de ruimtelijke indeling. Bovendien is het dankzij een recente wetswijziging een krachtiger instrument geworden. In de hoofdstad moeten alle bestemmingsplannen eraan worden getoetst. Geert Mak, publicist, Amsterdam-kenner en sinds kort hoogleraar, vindt het allemaal niet inspirerend genoeg. De plannen missen nog de visie die nodig is om lijnen uit te stippelen die tot ver in de toekomst reiken. Hij hoopt dat de discussie die volgt nog leidt tot een sprankelend plan en niet tot een laf compromis. Zaken aan de markt overlaten is volgens Mak uit den boze. De markt kijkt nooit verder dan de korte en hooguit middellange termijn. Een groot gevaar dat Amsterdam bedreigt is volgens Mak dat het een deftige museumstad wordt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels