nieuws

Welstand moet een tandje erbij zetten

bouwbreed

De voorstellen tot wijziging van het welstandstoezicht die nu bij de Tweede Kamer liggen, moeten zorgen voor een nieuwe impuls van ‘aandacht voor de aanvaardbaarheid van het uiterlijk en de plaatsing van afzonderlijke bouwwerken’. Arie de Klerk doet enkele suggesties voor uitbreiding van de samenstelling en bevoegdheden van welstandscommissies.

Woningwet noch wijzigingsvoorstel omschrijven het begrip ‘bouwwerk’. Volgens Van Dale houdt een bouwwerk alle soorten gebouwen in, ook een aaneengesloten rij huizen of een huizenblok. Op grond daarvan zullen welstandscommissies kunnen adviseren over stedenbouwkundige plannen. Daar is niets op tegen, maar het roept de vraag op hoe dit zich verhoudt tot de competentie van bijvoorbeeld een gemeentelijke dienst Stedenbouw. De vraag rijst of de welstandscommissie een last krijgt te dragen die bij de gemeente hoort en daar mogelijk als te zwaar wordt ervaren. Bouwtoezicht is ten principale het toezicht op het bouwen door in de eerste plaats particulieren. Soms vraagt dat heel wat stuurmanskunst. De opstellers van het wetsvoorstel blijken zich daarvan goed bewust. Zo wordt voorgesteld B en W de bevoegdheid te geven om “ten behoeve van zwaarwegende maatschappelijke of economische belangen (bijvoorbeeld werkgelegenheid) zo nodig van de criteria voor welstand af te wijken”. Uit oogpunt van bestuurskracht is daar veel voor te zeggen, maar wordt hier niet de deur opengezet voor goedkoop bestuurlijk opportunisme?

Verantwoordelijkheid

Een welstandscommissie draagt niet de verantwoordelijkheid voor de verschijningsvorm van de stad. Dat zijn formeel B en W, omdat zij de bouwvergunning afgeven. De gemeente kan de welstandscommissie steunen met een consequent flankerend beleid en zelf actief beleid voeren om notoir lelijke gebouwen zoals parkeergarages alleen nog ondergronds te bouwen. Gemeenten zouden zelf meer kunnen doen voor een kwalitatief betere aankleding van de openbare ruimte. In dat opzicht wekt het verbazing dat er, nota bene op verzoek van de VNG, geen bouwvergunning wordt verlangd voor het plaatsen van containers voor het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval. Achterstandswijken die met verpaupering en verloedering worden geconfronteerd, zullen een toetssteen blijken voor de reikwijdte van het welstandstoezicht. Want kan en moet de rol van welstandstoezicht zijn? Hoe hoog moet de lat worden gelegd?

Toename conflicten

Cru gesteld is het aan architecten en stedenbouwkundigen om gebouwd Nederland een stukje mooier te maken en aan welstandscommissies om Nederland voor lelijkheid te behoeden. Neemt men dit als uitgangspunt, dan moeten welstandscommissies oordelen op hoofdlijnen. Ze moeten het ontwerp van een gekwalificeerd architect of stedenbouwkundige respecteren en niet op diens stoel gaan zitten. In plaats van het lidmaatschap te binden aan een periode van maximaal vier jaar, lijkt het beter de samenstelling van de commissie een meer flexibel karakter te geven. Dat biedt mogelijkheden om per geval op deskundigheid te selecteren. Naast ontwerpers zouden beeldend kunstenaars, projectontwikkelaars en aannemers in de commissie kunnen komen. Mocht dat lukken, dan kan met recht worden gezegd dat de welstandscommissie aan draagvlak heeft gewonnen. Nederland wordt steeds rijker, er wordt meer geïnvesteerd in wooncomfort zoals serres, carports, tuinhuizen, dakkapellen en schuttingen. Dat betekent een toename van het aantal mogelijke conflicten met welstand, want de Nederlander wordt ook steeds mondiger. Het toezicht heeft daarom belang bij duidelijke richtlijnen.

Consequenties

Dit alles kan verregaande consequenties hebben. Welstandscommissies moeten wellicht een actievere rol spelen. Zo zouden zij desgevraagd de rol van supervisor op zich kunnen nemen, of iemand daartoe in dienst nemen. Verder zou welstand zich populairder kunnen maken wanneer haar advies tot lagere bouwkosten leidt, of daar tenminste op let bij haar advies. Ook de gemeentelijke overheid kan een tandje erbij zetten. Waar het algemeen belang van welstandstoezicht wordt benadrukt en de voorschriften explicieter worden, is grotere inzet van publieke middelen gerechtvaardigd. Een gemeentebestuur kan besluiten om op haar kosten een conditionerend architect in te schakelen of een architectencommissie in te stellen, zeker wanneer dat gebeurt op verzoek van de gezamenlijke opdrachtgevers. De geschiedenis kent daarvan diverse voorbeelden. Commerciële belangen, waar gemeentebesturen zich meer en meer mee vereenzelvigen, zullen meer invloed krijgen op de gebouwde omgeving. Tegelijk zien we de overheid terugtreden (vergunningsvrij bouwen) en het welstandstoezicht een boei worden waaraan de zorg voor kwaliteit van de gebouwde omgeving voor anker gaat. Bouwtoezicht, welstandstoezicht en monumentenzorg worden meer aan elkaar gerelateerd. Genoemd toezicht gaat vooraf aan een bouwvergunning van B en W. Zij hoeden over de openbare ruimte als algemeen belang. Gezien de commerciële belangen waar het openbaar bestuur steeds vaker mee te maken krijgt, is het de vraag of dat belang bij B en W nog in goede handen is. Welstandsadviezen zullen in de toekomst vaker onderwerp van bespreking worden in de gemeenteraad, het hoogste orgaan van het gemeentebestuur. De rol van de welstandscommissie moet worden uitgebreid met nieuwe instrumenten. Naast haar huidige adviserende rol zou zij op verzoek van particulieren een bemiddelende rol kunnen spelen op een breed terrein. Behalve bouwgeschillen kan het ook zaken betreffen die spelen rond de hinderwet en de milieuwetgeving. De welstandscommissie zou zich onder B en W tot een soort van juryrechtspraak kunnen ontwikkelen, met een beroepsmogelijkheid bij B en W. Haar belangrijkste wapen daarbij wordt openbaarheid. Als belanghebbenden zich publiekelijk en in persoon moeten uitspreken, kan een eind komen aan schriftelijke en tijdrovende bezwaarprocedures. Van haar handelingen houdt de welstandscommissie archief bij en bouwt zo ‘jurisprudentie’ op. Die bron kan een handleiding zijn voor het beslechten van conflicten. De welstandscommissie krijgt daarnaast de bevoegdheid arbitrage voor te stellen. Welstandscommissies zouden aan (ver)bouwplannen een soort rapportcijfer kunnen geven voor hun bijdrage aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Dat cijfer kan voor ontwerpers een rol spelen bij hun acquisitie. Ook de brancheorganisaties kunnen een bijdrage leveren door meer aan kwaliteitsbewaking te doen. In geval een aangesloten lid een wanprestatie levert, zouden zij niet moeten schromen daar een onderzoek naar in te stellen en zo nodig een berisping te geven. Met een welstandsprijs kunnen bovennormale bijdragen aan de gebouwde omgeving worden gestimuleerd. De gebouwde omgeving zal er wel bij varen en het jaarverslag van de welstandscommissie, dat het wetsvoorstel in het vooruitzicht stelt, wordt zo tot iets waar naar kan worden uitgezien.

Ir. Arie de Klerk werkt bij de dienst Stedelijke Ontwikkeling in Den Haag maar schreef deze bijdrage op persoonlijke titel. Dit is het slot van een tweeluik over welstandstoezicht, waarvan het eerste deel verscheen op 22 januari.

Literatuur: Kamerstuk 98/99 26734 Wijziging van de Woningwet.

Rijksbouwmeester: ‘Welstand op een nieuwe leest’.

‘Het belangrijkste wapen van welstand is openheid’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels