nieuws

Veiligheid in ontwerp is meetbaar te maken

bouwbreed

Ten onrechte besteden programma’s van eisen weinig aandacht aan belevingsaspecten. Architect Henk Lindeboom stelt dat ook deze ‘zachte’ aspecten, zoals veiligheid, in concrete eisen kunnen worden vertaald.

De belangrijkste taak van de architect is om bij te dragen aan het welzijn van de mens. Dat doet hij door middel van vormgeving, waarbij ‘harde’ en ‘zachte’ aspecten een rol spelen. De ‘harde’ zijn van functionele, ruimtelijke en technische aard. Ze zijn concreet, dus meetbaar. Aspecten van beleving zijn niet zo goed benoembaar. Die ‘zachte’ elementen worden vaak afgedaan als architectonisch grapje of als hobby van de architect. Ze kunnen zich vaak maar met moeite in de financiele strijd handhaven, omdat het concrete belang ervan moeilijk kan worden aangetoond.

Maar ook de ‘zachte’ aspecten kunnen worden geconcretiseerd. Zoals het mogelijk en gebruikelijk is om een functioneel, ruimtelijk en technisch programma van eisen op te stellen, zo is dat ook mogelijk voor de abstracte beleving.

Programma

Het ruimtelijk programma van eisen zegt iets over de grootte van de benodigde ruimten. Het technisch programma van eisen stelt eisen aan bijvoorbeeld tempera-tuur, isolatie en ventilatie. Een functioneel programma van eisen gaat over het functioneren van de te huisvesten organisatie en over de relaties tussen diverse functies. De grondslag voor het programma van eisen voor de beleving wordt gevonden in wat als eerste noodzakelijk is om te overleven: veiligheid.

Sinds Darwin weten wij dat omwille van het instandhouden van de soort overleven de eerste opdracht is. Daarvoor is een veilige omgeving nodig. Pas in een veilige omgeving kan een mens zich prettig voelen en op zijn gemak. Architectuur kan daaraan bijdragen.

Onderscheid kan worden gemaakt tussen je veilig voelen en je veilig weten. Een omgeving waarin je je veilig voelt hoeft nog niet veilig te zijn; dat zul je nog moeten onderzoeken.

Om voor het gevoel veilig te zijn moet een omgeving aan bepaalde voorwaarden voldoen. Die zijn in het recente verleden al uitvoerig onderzocht (zie de studies van E.T. Hall, K. Lynch e.a.). De volgende aspecten blijken van groot belang: uitzicht en overzicht, rugdekking, orientatie en territorium.

Wat uit deze studies opvalt is dat het zicht belangrijker blijkt dan de rugdekking. Als veilig ervaren ruimten zijn overzichtelijk en enkelvoudig. Of ze zijn samengesteld uit meerdere enkelvoudige ruimten die als zodanig te herkennen zijn, of die bij benadering enkelvoudig zijn of dat suggereren. De ruimte moet een gevoel van beslotenheid geven. Met name speelt hierbij de verhouding van hoogte en breedte een grote rol. Ook de continuiteit van de wanden is van belang.

Orientatie

In stedenbouwkundig opzicht zijn, omwille van de beschutting, bij grotere oppervlakken zoals brede straten en pleinen stapelbouw en hoogbouw gewenst. Een nevenvoordeel van hogere bouw boven laagbouw is een optimaler gebruik van de schaarse grond; er komt openbare ruimte vrij.

In de jaren zeventig heeft Experiment Studio Rotterdam proeven gedaan om na te gaan hoe mensen reageren op prikkels uit de omgeving. Als ze door objecten in de ruimte gedesorienteerd raakten, wat vaak gebeurde, leidde dit tot een groot gevoel van onbehagen. Weten waar je bent, is een belangrijk veiligheidsgegeven. Hulpmiddelen hierbij zijn markante punten als torens waarop je je kunt orienteren.

Ook een logische hierarchie in ruimteontwikkeling is van belang (van achterpad via woonstraat, buurtontsluiting, wijkontsluiting naar autoweg). Dat geldt ook voor de materiaalkeuze (de doorgaande route in een woonwijk afwijkend van de rest bestraten, net als de loopstruktuur bij grote winkels).

Territorium

Mensen hebben grote behoefte om een eigen plek af te bakenen, hun territorium. Ervaringen van projectontwikkelaars leren dat mensen groot belang hechten aan het zichtbaar maken van het eigendom of territorium. Het afpalen van het territorium biedt de gelegenheid zich beter te identificeren. Dat geldt voor een volledig privaat territorium (de binnenkant van de woning die voor jou alleen is) maar ook voor een gedeeld, meer publiek territorium.

De afzonderlijke identiteiten moeten ondergeschikt blijven aan de totale identiteit. Het territorium Nederland is voor ieder die zich Nederlander voelt, het woonblok-territorium geldt voor ieder die daar woont. Het territorium van het verzamelkantoor geldt voor alle daar gevestigde bedrijven. Het algemeen belang gaat voor het privaat belang.

Fenomenologie

Het belang van het afbakenen van een territorium kan onderkend worden vanuit de fenomenologische psychologie. Waar de mens de wereld voorziet van zijn tekens, gaat de wereld voor hem iets betekenen. De wereld geeft hem iets terug van hemzelf.

Hoewel een mens onmiskenbaar uniek is leeft voorspelbaar (groeps)gedrag heel sterk in de wereld van de marketing. Dat heeft alles te maken met overleven, want om te overleven kun je niet altijd jezelf zijn, al zou je dat graag willen. Dat kan immers uitsluiting van de groep betekenen. Het is vaak verstandig om af te zien van je persoonlijke voorkeuren en mee te lopen met jouw groep (ontgroening, merkkleding van teeners). Unieke, zeer persoonlijke architectuur zal zich daarom eerder in dan buiten de woning manifesteren.

Prikkels

Mensen hebben voortdurend prikkels nodig. Bij te weinig indrukken treedt verveling op en op den duur spanning. Bij een te groot aantal impulsen treedt eveneens spanning op. Bij een proef in de jaren zeventig in het Centrum van Architectuuronderzoek waar proefpersonen verzocht werden om vijf minuten te verblijven in een ‘prikkelloze’ ruimte trad deze spanning al binnen die tijd op.

Architectuur kan door ruimtelijkheid ruimschoots voor prikkels zorgen. Daarbij heeft het overigens weinig zin om ruimtelijke relaties vorm te geven als er geen sprake is van sociale relaties. Eerst de activiteit en daarna de architectuur.

Vormgeving

Op deze manier kunnen ‘zachte’ maar belangrijke belevingsaspecten zoals veiligheid worden geconcretiseerd en meetbaar gemaakt. Het bagatelliseren ervan kan dan niet langer aan de orde zijn.

Het gaat daarbij niet over vormgeving op zich, om voorschriften voor een bepaalde vorm. Het gaat over de eisen die we moeten stellen aan de te bouwen omgeving, de aspecten waaraan moet worden vormgegeven. Goede architectuur moet vormgeven aan alle programma’s van eisen die het menselijk welzijn betreffen, met name die van de beleving.

Henk Lindeboom is architect

te Zutphen

‘Desorientatie leidt

tot een groot gevoel van onbehagen’

Twee voorbeelden hoe ontwerpers kunnen inspelen op de beleving. Bovenstaande fietser kan kiezen: overdag door het park, in het donker de verlichte route langs de huizen. Het hek linksonder is wellicht veilig genoeg, maar de variant rechts heeft meer betekenis als ‘poort’.

Bron: Sociaal veilig ontwerpen (Van der Voordt, Delft 1990)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels