nieuws

NVOB wil keus in ‘Bukla’ software

bouwbreed

Het NVOB stimuleert de ontwikkeling van software voor Bukla- bedrijven door certificaten uit te reiken. Het loopt nog niet storm. In een jaar tijd is er één pakket gecertificeerd.

‘Bukla’ staat voor ‘burgerwerk en kleine aannemingen’ en is de aanduiding van een hoofdgroep van ruim achthonderd bedrijven in het NVOB. Als beëdigd informatica-deskundige van het verbond is Henk Waaijenberg nauw betrokken bij het Bukla-project. Het heeft hem geërgerd dat software-huizen op de de Zuidlarense bouwbeurs vorige week zich al met een Bukla-product én de afkorting NVOB afficheerden, terwijl er nog slechts één certificaat door de hoofdgroep is uitgereikt. Een vorige week op deze plaats aangekondigde tweede kandidaat voldeed toch nog niet. “Het is natuurlijk slimme reclame, om bij vluchtig lezende beursbezoekers al de suggestie te wekken dat je een certificaat hebt”, oordeelt Waaijenberg. Volgens Waaijenberg zijn er verschillende oorzaken dat er niet meer goedgekeurde producten zijn: “Automatiseerders beloven altijd een snellere levering dan zij waarmaken en in dit geval speelde de toen nog gevreesde millennium-bug hen parten. Ze moesten al hun bestaande software aanpassen voor de eeuwwisseling en hadden daardoor niet voldoende tijd om een nieuw product te ontwikkelen. Het spijt me wel dat er nu nog maar één goedgekeurd pakket is; we houden van een gezonde concurrentie op de markt. Ik verwacht echter dat er later dit jaar voldoende certificaten uitgereikt kunnen worden.”

Geen cursus

Zijn de eisen van het NVOB wellicht te zwaar voor de softwaremakers? Dat bestrijdt Waaijenberg: “We hebben begin 1999 één pagina met eisen opgesteld, het minimum waaraan je moet voldoen. Een zwaarwegende eis was het educatieve aspect; de oplossing moet je je snel en eenvoudig eigen kunnen maken, zonder dat je eerst op cursus moet. Basiskennis voor het gebruik van Windows moet de gebruiker wel hebben. We hebben die educatieve eis opgenomen omdat de Bukla-aannemer geen tijd heeft of wil nemen voor de automatisering van zijn administratie, een taak waar hij toch al vaak weinig affiniteit mee heeft.” Een andere eis is de maximumprijs van vijfduizend gulden voor één werkplek, anders wordt het te duur voor de doelgroep. Hier begonnen verschillende leveranciers al te protesteren, maar het NVOB hield eraan vast dat het dichtbij dit bedrag moest liggen. En de eis dat het pakket voor de eeuwwisseling klaar moest zijn werd maar door één kandidaat gehaald. “Het ging ons niet zo zeer om de millennium-bug, maar we wilden de druk op de ketel houden”, licht Waaijenberg toe.

Hoger plan

De hele NVOB-exercitie is ontstaan toen eind 1998 werd geconstateerd dat er voor Bukla-ondernemingen met een platte organisatiestructuur eigenlijk geen goede software op de markt was. Softwaremakers hadden alleen oog voor het midden- en grootbedrijf en zagen geen markt in de kleinere aannemers. De hoofdgroep Bukla wilde daar verandering in brengen en daagde acht softwarehuizen die al actief waren op de bouwmarkt uit een pakket te laten testen door het Bukla-panel, bestaande uit drie tot vier aannemers uit de doelgroep. Waaijenberg: “Ons doel was steeds de Bukla-aannemer een instrument te geven waarmee hij zijn bedrijfsvoering op een hoger plan kon brengen. Dat moet lukken met geïntegreerde software voor onder meer relatiebeheer, calculatie, werkenadministratie, facturering, planning en de keuringsregistratie van materieel.” Het Bukla-panel bestond uit een vaste groep van twee mannen en een vrouw die oordeelden op basis van de software. Ze kregen de producten mee naar huis en konden ermee aan de slag. Maar voortdurend bleken er belangrijke zaken niet in orde; het ging soms om testversies, er zat geen leermogelijkheid in of er waren geen voorbeeld-klanten ingevoerd. Het NVOB wil terecht alleen een certificaat uitbrengen op basis van een gereed product, niet een demonstratieversie met mooie beloftes.

Gebruikersgroep

Ook de softwaremakers die eenmaal het begeerde stempel hebben gekregen, blijven periodiek onderworpen aan de kritische meningen van gebruikers, vertelt Waaijenberg: “We gaan per pakket een gebruikersgroep opzetten vanuit het NVOB. De leverancier voegt bij elk uitgeleverd pakket een brief van ons met een uitnodiging lid te worden van die groep. Daaruit komt belangrijke informatie over het gebruik van de software, waar de leverancier zijn voordeel mee kan doen. Maar gebruikers kunnen elkaar natuurlijk ook onderling ondersteunen in zo’n groep met het aanreiken van oplossingen. Zo willen we de kwaliteitsverbetering verankeren in de certificering.” Overigens verwacht het NVOB dat zijn goedkeuringsstempel niet alleen onder de 821 leden van de hoofdgroep Bukla effect zal sorteren. Ook niet-leden zoals klusbedrijven en zzp’ers zullen ongetwijfeld gevoelig zijn voor het certificaat, en daarmee de afzetmogelijkheid van de producenten vergroten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels