nieuws

Innovatief aanbesteden op verkeerd spoor

bouwbreed

De overheid wil het innovatief aanbesteden bevorderen. De voorgestelde maatregelen volgen echter het verkeerde spoor, vindt het grootbedrijf in de bouw.

Volgens secretaris F. van Blokland van VGBouw gaat het alleen nog maar over de laagste prijs, niet meer over de kwaliteit. Vier denkfouten zijn daar debet aan. Morgen behandelt de Tweede Kamercommissie EZ het Actieplan Professioneel Inkopen en Aanbesteden, samen met het Eindverslag van de Werkgroep Innovatief Aanbesteden (IA). Het Eindverslag constateert dat innovatief inkopen en aanbesteden deel uitmaakt van de vernieuwing in de relatie tussen overheid en markt. Het gaat, volgens het eindverslag, om aanbesteedvormen waar beide partijen profijt van kunnen hebben: een betere prijs-kwaliteit-verhouding, meer stimulansen voor samenwerking en innovatie bij bedrijven. Het grootbedrijf in de bouw wil zo vroeg mogelijk bij bouwprocessen betrokken worden om samen met de opdrachtgever een optimale prijs- kwaliteitverhouding te realiseren. Daarvoor wil het zijn creativiteit en innoverend vermogen beschikbaar stellen. Uit alle publicaties over IA blijkt echter dat de overheid een veel pragmatischer doelstelling heeft gekozen. Die heeft de oorspronkelijke doelstelling inmiddels nagenoeg verdrongen. Omdat het beschikbare budget van de overheid tekortschiet voor de benodigde investeringen in de economische infrastructuur, wordt onder IA nu vooral verstaan “meer kwaliteit voor hetzelfde geld of dezelfde kwaliteit voor minder geld”. Het is hetzelfde als in de discussie over PPS: hoewel het bouwbedrijfsleven vooral de onderlinge samenwerking als partners benadrukt, benadrukt de overheid de kostenvoordelen die door PPS kunnen worden behaald.

Denkfouten

Met een overheid die zorgvuldig met bijeen gebrachte belastinggelden omgaat is niets mis. Maar in de benadering van innovatief aanbesteden zijn inmiddels wel enkele denkfouten geslopen. De eerste denkfout wordt gemaakt op het moment dat de overheid stelt dat er veel meer Europees moet worden aanbesteed. Waar we altijd dachten dat Nederland ook op dit gebied toch wel een van de braafste jongetjes in de Europese klas was, geeft een van de rapporten op een wel heel magere manier aan dat dat niet zo zou zijn – prompt wordt als beleidsinzet gesteld dat vanaf nu de overheden zoveel mogelijk Europees moeten aanbesteden. Nu zijn wij niet bang voor Europese aanbestedingsprocedures, want we kennen onze eigen kracht net zo goed als we de Nederlandse bouwmarkt kennen. Maar het is een ernstige denkfout dat met meer Europees aanbesteden bouwprojecten beter, sneller en/of goedkoper kunnen worden gerealiseerd. Het zoeken van meer (internationale) competitie, het nog scherper gaan concurreren op de laagste prijs, brengt de overheid én de Nederlandse bouw niet verder in een proces van betere prijs-kwaliteit verhoudingen. Overheid en bouw zijn veel meer gebaat bij een constructieve samenwerking in een reeks van innovatieve projecten waarmee continuïteit kan worden geboden aan de bouw en waarbij de bouw daadwerkelijk kan investeren in de eigen innovatieve capaciteit. Uiteraard moet er competitie zijn en blijven, maar het uitgangspunt in de verhouding tussen overheid en bouwbedrijfsleven moet worden: coöperatie.

Gratis ideeën

Een tweede denkfout is dat het bouwbedrijfsleven bereid is om allerlei innovatieve oplossingen in een zeer vroegtijdig stadium gratis en zonder verplichting bij de opdrachtgever op tafel te leggen. De overheid leeft met de gedachte dat zij als opdrachtgever vervolgens de beste ideeën bij elkaar kan zoeken (‘cherry picking’) en die combinatie van ideeën vervolgens weer openbaar (Europees!) kan aanbesteden. Niet alleen is dit de doodsteek voor daadwerkelijke innovatie binnen bouwbedrijven, maar betekent ook het einde van innovatief aanbesteden. Innovatief aanbesteden zal pas goed van de grond kunnen komen als opdrachtgevers bereid zijn om ideeën die door bouwbedrijven worden ingebracht vertrouwelijk te behandelen en deze ook daadwerkelijk te beschermen. Het uitgangspunt moet zijn dat het contract zal worden gegund aan het beste idee, of breder gesproken: het beste concept.

Aanbiedingskosten

De derde denkfout is dat bouwbedrijven het zich kunnen veroorloven om zeer hoge aanbiedingskosten te maken bij innovatieve aanbestedingen. Bij complexe projecten worden van verschillende bouwconsortia zeer ver uitgewerkte oplossingen gevraagd. Het rapport van het Ministerie van EZ over een viertal complexe aanbestedingen in Nederland laat zien dat de opdrachtgever geen reële tegemoetkoming in de aanbiedingskosten verstrekt. Gezien deze kosten en gelet op de nog steeds lage marges in de bouw, zullen innovatieve bouwbedrijven zich moeten beperken. En wat te denken van die blijvende geheimzinnigheid van de kant van de opdrachtgever over de raming die hij zelf hanteert voor een complex werk of voor het budget dat hem ter beschikking staat? Na maanden van ontwerpen, rekenen, tekenen, vergaderen, ideeën uitwerken, calculeren, onderhandelen en risico’s overnemen, blijkt dat de aanbieding (in de ogen van de opdrachtgever) veel te hoog is en staan opdrachtgever en aanbieder beiden met de handen in het (inmiddels grijs geworden) haar! Ook daarvoor zullen oplossingen gevonden moeten worden, wil innovatief aanbesteden slagen.

Spelregels

De vierde, en meest elementaire denkfout is, dat innovatief aanbesteden kan plaatsvinden binnen de spelregels zoals die ontwikkeld zijn voor traditioneel aanbesteden van een bestek. Binnen Nederland, zelfs binnen Europa, moeten we met elkaar echter nog de spelregels ontwikkelen, om op een goede manier innovatief te gaan aanbesteden. Het Ministerie van EZ speelt daarbij een merkwaardige dubbelrol. De oorspronkelijke opzet van EZ was om via het clusterbeleid de innovatie in het (bouw)bedrijfsleven te bevorderen. Inmiddels is goedkoper aanbesteden echter het belangrijkste uitgangspunt geworden. Binnen het EZ-beleid wordt echter steeds meer nadruk gelegd op marktwerking en het bevorderen van pure prijsconcurrentie. Datzelfde gebeurt ook bij het ontwikkelen van nieuwe spelregels voor innovatief aanbesteden in Europees verband. EZ is voorstander van nieuwe Europese aanbestedingsprocedures zonder (nog?) te willen luisteren naar de fundamentele bezwaren vanuit de Nederlandse bouw. Op de bouwmarkt heersen, met slechts enkele machtige opdrachtgevers en vele aanbieders, namelijk andere verhoudingen dan op andere markten. De marges in de bouw zijn laag, mede door de structuur van de markt en het overheersen van prijsconcurrentie. Het grootbedrijf in de bouw wil zich daaraan ontworstelen. Daartoe is bij de overheid begrip nodig voor de specifieke werking van de bouwmarkt. Innovatief aanbesteden biedt kansen en mogelijkheden voor een grotere betrokkenheid van het bouwbedrijfsleven en voor een goed samenspel tussen overheid en de bouw. Maar IA zal pas daadwerkelijk slagen als we in goed overleg spelregels ontwikkelen. Het Eindverslag van de Werkgroep Innovatief Aanbesteden kan dan een begin vormen van een echte vernieuwing in de relatie tussen overheid en markt.

Drs F.J.W. van Blokland is secretaris Economische en Europese Zaken bij de Vereniging Grootbedrijf in de Bouwnijverheid VGBouw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels