nieuws

Beste Hans,

bouwbreed

Na die laatste chaotische planteamvergadering, ben ik doorgegaan met wat we daarna op kantoor bespraken. Het wordt steeds duidelijker hoe muurvast de woningbouw zit. Iets anders dan die stomme rijtjeshuizen is bijna onmogelijk. Andere

beheersvormen en nieuwe planmethoden zullen oplossingen moeten bieden. Er is geen terrein waar professionele zelfgenoegzaamheid en reactionaire politiek sterker heerst dan bij

bouwen en ruimtelijke ordening. Remkes zal dus nog heel wat moeten ontregelen.

Zwermstedenbouw wordt wat mij betreft de volgende stap na Almere 2001. De nieuwe eeuw is begonnen.

Tien regels voor zwermstedenbouw:

1. Na een marktonderzoek worden met de gemeente afspraken over doelgroep, dichtheid, beheer gemaakt, de grond betaald en overgedragen.

2. Na een maand is het ontwerp voor de infra-, water- en groenstructuur voor het te ontwikkelen woonpark klaar en tegelijk met de catalogus op Internet gezet.

3. In het planconcept wordt niet verkaveld. Je kiest een woonplek zoals je ook op het strand een

ligplek en in het restaurant een tafel zoekt. Het mechanisme is verwant aan zwermgedrag van vogels en insecten, aan school-

gedrag van vissen en aan die van kuddedieren. Bij de dieren is daarbij de beweging centrum-

gericht, bij het zoeken naar plekken echter is de beweging rand-gericht.

4. Het zoeken

wordt aangestuurd door verschillende factoren: door de relatie tot water, zon, wind, objecten, voorzieningen, maar ook door aard en positie van aanwezige badgasten (niet alleen Duitsers). Deze toestand is in voortdurende verandering. Hierbij is sprake van Kritische Onderlinge Minimale Afstand. Wordt die overschreden, dan is het strand gevoelsmatig vol. KOMA wordt bij zwermstedenbouw bepaald door de afgesproken dichtheid.

5. Bij losstaande huizen is de gemiddelde hartafstand bij een dichtheid van 16 won/ha: 25 m, bij 9 won/ha: 33 m, bij 4won/ha: 50m en bij 1won /ha: 100m. Bij huizen met een footprint van 10×10 m, is KOMA respectievelijk 15m, 23m, 40m, 90m.

6. Toekomstige buren kunnen kortere onderlinge afstanden verkiezen (zoals vrienden op strand). Maar daarbij blijft de som van KOMA rondom gerekend constant, dus nemen de afstanden tot andere buren toe. Ook tussen blinde gevels kan de afstand korter zijn.

7. Er zijn meer spelregels, daar gebruiken we het computerspel ZWERM voor. Het stedenbouwkundig plan is hierbij een interactief speelveld waarop kopers hun eigen woonomgeving kunnen ontwerpen. Niemand grijpt in, ook Welstand niet. De toekomstige bewoners regelen het met behulp van ZWERM helemaal zelf.

8. Bij een wilde groepering van woonplekken, past geen gesloten verkaveling. Elk huis staat vrij op collectief terrein en krijgt een afgeschermd buitengebied voor eigen gebruik (zonnen, tuinieren, kinderen, huisdieren). Dit is altijd kleiner dan de helft van de footprint van het huis. Hierdoor ontstaat bij 16 won/ha een verhouding prive versus collectief terrein van 1:3 en bij 9 won/ha van 1:6.

9. Volgens de Wereldvoedsel-

organisatie van de VN is een gebied een bos als er per hectare 24 bomen staan. Een sommetje leert dat bij gelijkmatige spreiding van om de 20 m een boom en om de andere boom een huis, deze huizen in een bos staan. In dat geval is KOMA 30 m, de dichtheid is

6 won/ha, de verhouding prive versus collectief terrein 1:10.

10. Een Vereniging Van Aandeelhouders is eigenaar en beheert het woonpark. De huiseigenaren zijn de aandeelhouders. De V.V.A. kan het park, dat tientallen hectaren groot kan zijn, beveiligen en afsluiten tegen vreemd publiek. Recente voorbeelden in de VS en in Latijns Amerika, maar ook recreatieparken en volkstuinen zijn voorbeelden. En Russen hebben nog steeds hun dasja’s.

Met vriendelijke groet,

Carel Weeber Hoogleraar Bouwkunde

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels