nieuws

Asbest nog altijd dreigend aanwezig

bouwbreed

Staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opende afgelopen week het Instituut Asbestslachtoffers. Om de asbestslachtoffers een lange juridische lijdensweg te besparen, bemiddelt het instituut tussen hen en hun (voormalige) werkgever. Verwacht wordt dat de komende 30 jaar 20.600 mensen sterven doordat ze met asbest hebben gewerkt.

Vroeger werd asbest gezien als een ideaal materiaal: onverwoestbaar en ook nog eens goedkoop. Maar het bleek verwoestend en de prijs in mensenlevens hoog. Asbest werd onder meer in de bouwnijverheid op grote schaal toegepast. Maar de bouw was ook de eerste bedrijfstak die zich sterk maakte voor een verbod op het gebruik. Nadat Fins onderzoek uitwees dat binnen een aantal jaren een explosieve groei van het aantal asbestslachtoffers werd verwacht, bepleitte Arbouw in 1989 dat alle asbestsoorten uit de bouw moesten worden gebannen. Nog hetzelfde jaar spraken werkgevers en werknemers in de cao af het bewerken of verwerken van asbest vanaf 1991 te verbieden. Vervolgens werd ook in het Convenant Arbeidsomstandigheden Bouwnijverheid, dat cao-partijen met de overheid tekenden, afgesproken tot een asbestverbod te komen. Hieruit voortvloeiend volgde in 1993 een wettelijk verbod. Maar daarmee was het product nog niet de wereld uit. Zeker 80 procent van de totale asbestproductie is verwerkt in bouwmaterialen. De toepassingen waren divers. Zo werd het vaak gebruikt als brandwerend materiaal op staalconstructies en in deuren, wanden, kolommen en plafonds. Spuitasbest werd als isolatie gespoten op leidingen, plafonds, muren en ventilatiekanalen. Verder deed het dienst als constructiemateriaal, bijvoorbeeld voor asbestcementplaten, golfplaten, rioleringsbuizen, luiken in kruipruimten en borstweringsplaten. Ook vloerbedekking werd ermee verstevigd, zoals in de bekende colovinyltegels.

Strenge voorschriften

Bij onderhoud, sloop en renovatie bestaat dus nog steeds een kans dat bouwvakkers met het gevaarlijke materiaal te maken krijgen. Deze werkzaamheden zijn dan ook gebonden aan strenge voorschriften. Zo kan een gemeente pas een sloopvergunning afgeven als de aanvrager een asbestinventarisatie heeft laten uitvoeren. Desondanks kan het voorkomen dat toch op onverwachte plekken wordt gevonden. Op zo’n moment is het van belang te weten wat er moet gebeuren met het aangetroffen materiaal. Als het moet worden verwijderd, is sprake van slopen en gelden de voorschriften uit het Asbestverwijderingsbesluit, het Arbobesluit en de gemeentelijke bouwverordening. In dat geval moeten de werkzaamheden direct worden stopgezet en moet een gecertificeerd en gespecialiseerd overgaan tot verwijdering. Als het gaat om hechtgebonden asbest dat niet hoeft te worden verwijderd of bewerkt en kan gewoon worden doorgewerkt. Ook dan gelden echter nog regels, maar de vraag is, welke? Is het bijvoorbeeld verboden te boren in een asbestplaat? Mag asbesthoudend materiaal worden overgeschilderd? Mag de aannemer een asbestplaat onder een verwarmingsketel zelf verwijderen en afvoeren? Het antwoord op dit soort specifieke vragen is niet iedereen duidelijk. Daarom bracht Arbouw onlangs de brochure ‘Vraag & Antwoord Asbest’ uit, die een overzicht geeft van de wettelijke verplichtingen bij werkzaamheden met het materiaal. De brochure is speciaal bedoeld voor het middelgrote en kleine aannemingsbedrijf, dat slechts af en toe met deze materie te maken krijgt. Maar ook voor bijvoorbeeld woningbouwverenigingen is de brochure zeer bruikbaar.

De brochure ‘Vraag & Antwoord Asbest’ kost -15 en kan bij Arbouw worden besteld. Dit kan telefonisch (0900) 2025312, per fax (020) 5805555 of per e-mail: arbouw@arbouw.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels