nieuws

Schipgebonden winning schelpen in Waddenzee roept weerstanden op

bouwbreed Premium

Elk besluit tot winning van schaarse grondstoffen in een kwetsbaar gebied is per definitie fout. In de Waddenzee leidt dat tot ingewikkelde conflicten. De eisen die de overheid stelt aan de winning van schelpen, staan op zeer gespannen voet met het vrije ondernemerschap.

“Er is een zilvermijn die geëxploiteerd mag worden, iedere zilverdelver wil wat, maar de exploitatie in het unieke gebied mag niet ten koste gaan van het landschappelijke gebied.” Zo vatte mr. Douma namens het ministerie van Verkeer en Waterstaat, directie Noord- Nederland gisteren de schelpenkwestie bij de Raad van State samen. Aanleiding waren de door de staatssecretaris van genoemd departement in maart 1999 verleende vergunningen aan in totaal zes bedrijven voor de winning van schelpen in de Waddenzee, de aangrenzende zeegaten en de voorliggende Noordzeekust.

Rendabel

Tot die tijd was die activiteit nog voorbehouden aan de Vereniging van Nederlandsche Schelpenvissers (VNS) in Uithoorn. “De VNS claimt geen alleenrecht op het vissen naar schelpen in het Waddenzeegebied, maar een contingent waarmee ten minste een rendabele exploitatie mogelijk wordt gemaakt”, betoogde mr. Bel namens de vereniging. Rendabel is voor hen 60.000 kubieke meter per schip, wat in de komende jaren aanzienlijk gereduceerd zal worden. Volgens Bel gaat het bovendien niet om vijf, maar om twee nieuwe ‘zilverdelvers’, omdat vier ervan behoren tot het concern Van der Endt-Louwerse uit Yerseke, waaronder Isoschelp BV, dat de schelpen verwerkt tot isolatieproducten.

Misbruik

Om misbruik te voorkomen eiste hij namens de VNS dat de contingenten daadwerkelijk zijn gekoppeld aan in de vergunning met name genoemde schepen. Dat was volgens mr. Haans, gemachtigde namens de vier concurrenten geen optie. “De VNS heeft één vergunning gekregen voor drie schepen, die op deze ene vergunning schelpen mogen vissen. Het gaat om het contingent, niet om het vaartuig”, betoogde hij. Hij trok een parallel met de ontgrondingen op het vasteland: wanneer een vergunning wordt gegeven op grond van de Ontgrondingswet, dan wordt toch niet voorgeschreven met welke dragline precies zand gewonnen mag worden.

Marktwerking

Haans: “Een ondernemer mag toch naar eigen inzicht materialen en onderaannemers inschakelen met het door hen gekozen materieel. Het mag toch niet zo zijn, dat de door de staatssecretaris af te geven vergunning een regulering van deze vrije marktwerking zou inhouden.” Tevens wees hij op de tegenstrijdigheid dat in het Zuiden een schelpenwinvergunning niet aan een schip is gekoppeld. Uiteraard werd naast het marktbelang ook het natuurbelang verdedigd. De Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee uitte de nodige kritiek op de (aanvullende) mer. De uitspraak kan enkele maanden op zich laten wachten.

Reageer op dit artikel