nieuws

‘Jongere kijkt vaak alleen naar geld, dat is jammer’

bouwbreed Premium

“Af en toen van baan veranderen is goed”, zegt F. van Gessel (50), docent bouwkunde aan de Hogeschool ‘s-Hertogenbosch. “Je blijft flexibel, raakt niet zo snel vastgeroest. Daar staat tegenover dat dertig jaar bij dezelfde baas werken ook zijn voordelen heeft. Zeker als je het naar je zin hebt en leuke collega’s hebt.” Jonge mensen kijken volgens hem vaak meer naar het geld dan naar de werksfeer. “Dat vind ik jammer.”

Zelf wisselde Van Gessel diverse malen van baan. Sinds zijn afstuderen aan de hts in 1973 was hij achtereenvolgens rayonbouwkundige, hoofd afdeling Onderhoud, Gebouwen en Openbare Werken en hoofd sector Grondgebiedzaken bij de Rijksgebouwendienst. Tegenwoordig is hij directeur van zijn eigen bouw- en adviesbureau en docent aan de Hogeschool. Daarnaast is hij coauteur van een binnenkort te verschijnen standaardwerk over materiaalkunde. “Ik zat zes jaar hier dan weer zeven jaar daar, dan weer een jaar of wat ergens anders. Verhuizen vind ik geen probleem, mits ik ergens anders leuk kan wonen. Voor reorganisaties ben ik nooit bang geweest. Waarom zou ik?” “Achteraf gezien lijkt het alsof ik mijn carrière terdege heb gepland, maar dat is niet zo. Toen ik in 1975 uit militaire dienst kwam, was het slecht gesteld met de werkgelegenheid in de bouw. De energiecrisis van 1973 had zijn sporen nagelaten. Tot mijn verbazing kon ik kiezen uit drie banen: twee bij de Rijksgebouwendienst en een als bouwkundige bij Fokker. Ik koos de Rijksgebouwendienst.”

Goede basis

“Een verstandige keuze, gezien de ontwikkelingen bij Fokker, zou je denken, maar in 1975 was er nog helemaal geen sprake van dat Fokker over de kop zou gaan. Ik vond een carrière bij de overheid gewoon aantrekkelijker. Spijt heb ik er nooit van gehad. De Rijksgebouwendienst bleek een goede basis om over te stappen naar andere, nog interessantere, banen zoals hoofd afdeling Onderhoud, Gebouwen en Openbare werken en hoofd sector Grondgebiedzaken. Ik heb een fijne tijd gehad, maar na een kleine twintig jaar bij de overheid besloot ik voor mezelf te beginnen.” “Waarom? Een eigen bedrijf was voor mij iets nieuws. Zeg maar gerust een uitdaging, ook al klinkt dat misschien als een cliché. Daar ik over voldoende opleiding, kennis, ervaring en connecties beschik om er een succes van te maken, besloot ik die stap te zetten. In 1994 ben ik ook gaan lesgeven. Het idee kwam bij me op toen ik met mijn zoon meeging naar de open dag van de Hogeschool ‘s- Hertogenbosch. Toen ik zag hoe prettig het er daar aan toeging, kreeg ik zin om mee te werken. Ik heb meteen bij de leiding een balletje opgegooid. Met succes. Eerst heb ik een tijdje op freelance-basis lesgegeven, vanuit mijn adviesbureau. Het ging goed en ik kreeg een dienstverband.” “Ik draag graag mijn kennis over aan jonge volwassenen. Meestal hebben ze een goed stel hersens en stellen ze interessante vragen. Dat houdt me scherp. Het dwingt me om bij te blijven.” “Mijn baan bij de hogeschool is goed te combineren met mijn eigen bedrijf. Werk nakijken doe ik gewoonlijk in de avonduren. Het schrijven van een boek is daarentegen zwaarder dan ik had gedacht. Je moet je terdege verdiepen in de stof. Je kunt niet achter je bureau gaan zitten en het allemaal even opschrijven. Daar staat tegenover dat het een goede voorbereiding is voor mijn colleges en mijn studenten plukken daar de vruchten van.” Studenten houden docent bouwkunde scherp

Reageer op dit artikel