nieuws

Dierbaar bouwen

bouwbreed Premium

Overal om je heen, in alle media, hoor je de mantra ‘dat onze samenleving zo ingrijpend verandert’ en dat daarop moet worden ingespeeld. Ik zal de laatste zijn om dat tegen te spreken.

Maar wel wil ik erbij opmerken dat dit slechts een deel is van de waarheid. Want met evenveel stelligheid kun je beweren dat in een snel veranderende samenleving de behoefte aan bestendigheid en identificatie toeneemt. Het is opmerkelijk dat aan dit aspect veel minder aandacht wordt besteed, zeker onder architectonische en stedenbouwkundige ontwerpers. Die lijken zich in toenemende mate door hun kortstondige ambities mee te laten sleuren in een ongekende jacht op nog opmerkelijker ruimtebeelden die zouden voldoen aan de nieuwe eisen van de tijd.

Waar kennen we dat toch van? Het grootste deel van de twintigste eeuw hebben de ontwerpers zich beziggehouden met toekomstige veranderingen. Die hebben ze willen beheersen en onbewust naar hun hand willen zetten. De ene groep deed dat met een groot beroep op sociaal wetenschappelijk en planologisch onderzoek en we kennen de uitkomst maar al te goed. De stad van de toekomst, de Bijlmermeer in Amsterdam (die reeds lang niet zo mag heten: de Orwelliaanse Newspeak schrijft voor: Amsterdam- Zuidoost) is hun betonnen kerkhof.

Een andere groep dacht intelligenter te werk te gaan: zij propageerde het demontabele, makkelijk aanpasbare gebouw. In wezen plaveide die groep de weg naar de weggooiarchitectuur. Gebouwen als een drankblikje, dat je na gebruik al of niet deponeert in een vuilnisbak. Het is een wat ruwe, globale indeling, maar beide groepen werden geobsedeerd door een samenleving ‘die ingrijpend veranderde’ en daarom leek te schreeuwen om nieuwe architectonische en stedenbouwkundige beelden.

Natuurlijk: gebouwen en stedelijke structuren moeten worden aangepast aan de nieuwe tijd. Maar de veranderingen die plaatsvinden zijn nu eenmaal onvoorspelbaar en niet bij voorbaat te calculeren.

Daarom zouden de ontwerpers ook eens oog moeten hebben voor die andere kant van de medaille. De tekenen daarvan zijn al lang zichtbaar. Het besef voor het milieu is enorm toegenomen, de aandacht voor duurzaamheid blijft groot en wie goed observeert merkt dat velen zich hechten aan continuïteit en zich emotioneel betrokken voelen bij hun omgeving. Terwijl ontwerpers zich overgeven aan een tomeloze zoektocht naar steeds nieuwere, wildere vormen (waarbij ze vaak een opmerkelijke modieuze eensgezindheid tonen), neemt onder de bevolking de liefde voor de bestaande omgeving toe. Probeer in dit land nog maar eens een gebouw te slopen, de actiegroepen zijn dan nauwelijks te tellen. En kijk maar eens naar de huizenprijzen: die stijgen overal, maar nergens zo exorbitant als bij vooroorlogse woningen. Mensen blijken een bijzondere relatie met gebouwen te kunnen ontwikkelen. Ze kunnen van gebouwen en stadswijken gaan houden.

Voor mij staat vast dat dit gevoel van dierbaarheid (een term die ik graag leen van prof ir. Hans de Jonge) vooral te maken heeft met de factor tijd. Hoe langer een gebouw, een stadsdeel bestand blijft tegen de tijd, hoe langer een pand of een wijk zich zelf kan blijven, des te geliefder wordt het. Daarmee kan iemand zich identificeren en onderscheiden van de rest. Daarmee lijkt een conflict te zijn aangeboord: hoe valt die liefde voor continuïteit te combineren met een samenleving die razendsnel verandert?

Het antwoord is volgens mij simpel: bouw structuren die wat betreft hun uiterlijk weinig veranderen maar wel een beroep doen op de verbeelding. En zorg dat achter dat uiterlijk de ruimtes van functie kunnen veranderen en makkelijk zijn aan te passen. Een revolutionaire gedachte? Welnee. De nog altijd ondergewaardeerde ‘Huig’ Maaskant ontwierp vlak na de oorlog het Groothandelsgebouw. Een fascinerende structuur waar nu al bijna vijftig jaar achter de prachtige gevels van alles gebeurt en waar steeds een ander leven is. En welke Rotterdammer zou het Groothandelsgebouw willen afbreken? Niemand toch. Daarvoor is het veel te dierbaar. Zo horen gebouwen en steden te zijn: dierbaar en veranderbaar

Reageer op dit artikel