nieuws

‘Tijd niet rijp voor Grondstoffenheffing’

bouwbreed Premium

Een heffing van 1,75 gulden per ton op grondstoffen heeft desastreuze gevolgen voor de sector. Een jaarlijkse omzetdaling van bijna een half miljard gulden en verlies van 1200 arbeidsplaatsen. De klappen zullen vooral in de grensstreek met België en Duitsland vallen. Dit terwijl positieve effecten op milieu en schatkist nagenoeg uitblijven.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Belasting van oppervlaktedelfstoffen’. Het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid en het Centrum voor Energiebesparing en schone technologie voerden dit uit op verzoek van het Rijk. Opdracht was te kijken naar de effecten van de heffing op natuur, milieu en economie. Het Kabinet besluit in het najaar – mede op basis van dit rapport – of de heffing in januari 2001 van kracht wordt. De toeleveringssector zal zich er in elk geval met hand en tand verzetten. De heffing moet gaan gelden voor alle beton- en metselzand, ophoogzand, grind, kalksteen, zilverzand en klei. Het betekent direct een prijsverhogend effect op de diverse grondstoffen en eindproducten zoals cement, bakstenen en dakpannen. De onderzoekers concluderen dat de Nederlandse omzet jaarlijks met 430 miljoen gulden zal dalen. Tegelijk staan 1200 arbeidsplaatsen in de hele bouwkolom op de tocht. De economische effecten zijn zo negatief omdat de heffing niet gaat gelden voor België en Duitsland en veel opdrachtgevers zullen overstappen op import uit die landen. Tegelijk komen de onderzoekers tot de conclusie dat de milieueffecten niet bijzonder positief uitpakken. In totaal zullen zo’n 7 procent minder ontgrondingen nodig zijn. Dat geldt vooral voor ophoogzand waarbij alternatieven in de Noordzee kunnen worden ontwikkeld.

Hergebruik

Voor andere grondstoffen bestaan met uitzondering van import nauwelijks alternatieven. Bovendien is niet bewezen dat winning uit zee minder schadelijk is voor de natuurlijke waarden dan herinrichting van winputten na afloop van de ontgronding. De heffing zou het hergebruik van grondstoffen moeten stimuleren. Dat effect is volgens de onderzoekers verwaarloosbaar omdat die grotendeels al worden hergebruikt. Bovendien blijven de inkomsten voor de schatkist beperkt tot 220 miljoen per jaar. Van dat bedrag moet het Rijk overigens 40 procent zelf betalen omdat het overheidsopdrachten betreft.

Brandbrief

Het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB) ziet in het rapport een bevestiging van zijn ergste vermoedens. Vandaag krijgt staatssecretaris Bos van Financiën een brandbrief. Directeur R. Goes van het NVTB toont zich ronduit bezorgd. “Doorzetten van de heffing is funest voor werkgelegenheid in de grensstreek. Economisch is het een ramp voor de sector en dat terwijl het vanuit milieuoogpunt nauwelijks iets oplevert.” Hij vreest vooral klappen in de betonmortel- en zandindustrie. “Denk maar aan de Enci in Maastricht.” Het NVTB suggereert de staatssecretaris het alternatief van een verwijderingsbijdrage te onderzoeken. “Bij een soort belasting op alle grondstoffen in de aanneemsom, voorkom je de negatieve grenseffecten. Dat geld zou niet moeten verdwijnen in de Algemene Middelen, maar ten goede moeten komen aan een fonds voor de ontwikkeling van alternatieven.”

Reageer op dit artikel