nieuws

Openbare ruimte is de huiskamer van de stedeling

bouwbreed Premium

Voor de Zuidas streeft Amsterdam naar een optimaal vestigings- en verblijfsmilieu. De visie die hierop wordt ontwikkeld, heeft ir. Marinus Oostenbrink samengevat. Gisteren verscheen daarvan het eerste deel in Cobouw. Dit tweede en laatste deel gaat over diverse aspecten van de openbare ruimte, meervoudig grondgebruik, optimale benutting van het verkeersknooppunt, stedelijke vernieuwing en duurzaamheid.

Het gesprek over de betekenis van de openbare ruimte in de ontwikkeling van de Zuidas tot een nieuw stuk stad, moet gaan over hoe deze ruimte kan bijdragen aan de stedelijkheid van het gebied. In eerste instantie zal het niet moeten gaan over de inrichting, maar meer over de manier waarop onze leefwijze en cultuur hun weerslag hebben op deze publieke ruimte en welke factoren van invloed zijn op het verkrijgen van die stedelijkheid. Stedelijkheid is niet als zodanig maakbaar. Zij laat zich niet simpelweg oproepen via een specifieke inrichting van de openbare ruimte. De openbare ruimte wordt een stedelijke ruimte wanneer verschillende functies elkaar daar ontmoeten. Zij krijgt pas een stedelijke kwaliteit als er een wisselwerking plaatsvindt tussen botsende en overlappende functies.

Ontwikkelingen

Drie ontwikkelingen oefenen een belangrijke invloed uit op het gebruik van de openbare ruimte. Ten eerste de economische herstructurering. Het belang van de industrie in steden neemt sterk af en steeds meer mensen vinden werk in de dienstensector. Ten tweede, in samenhang hiermee: de opkomst van een nieuwe stedelijke middenklasse. Deze ontleent in de abstracte dienstensamenleving haar identiteit niet langer aan het werk, maar aan een levens- en consumptiestijl. De aard van het werk vergt directe contacten met verwante beroepsbeoefenaren. De nieuwe stedelijke middenklasse heeft vaak vloeiende overgangen tussen werk en vrije tijd. Zij heeft flexibele werktijden waardoor zij op minder gebruikelijke tijden buiten kantoor is. De derde ontwikkeling is dat de grote steden steeds meer de woonplaats worden van kleine huishoudens. Dit draagt ertoe bij dat de stedelijke openbare ruimte steeds meer een huiskamerfunctie krijgt. Men treft elkaar niet langer bij het avondeten van het gezin, maar bij een scala van stedelijke voorzieningen, variërend van galerie tot café. De openbare ruimte is niet langer de plek waar de privé-sfeer eindigt, maar waar privé en openbaar zich kunnen mengen. De openbare ruimte is daarom in de eerste plaats een sociale constructie, waarvan de toegankelijkheid gegarandeerd moet blijven.

Kneuterigheid

Wanneer de publieke ruimte tot in de directe woonomgeving kan doordringen en het wonen in de publieke ruimte, worden wonen en Zuidas een deel van elkaar. Om stedelijkheid te genereren, moeten de gebruikers de openbare ruimte adopteren. Binding met de Zuidas is nodig. Mensen moeten verleid worden gebruik te maken van de openbare ruimte, haar tot een onderdeel van hun eigen belevingswereld maken. De diverse gebruikers mengen zich niet vanzelf. Om dit te bewerkstelligen is het nodig om binnen de enorme schaal van het Zuidasgebied een kleinschalige intimiteit te creëren voor de individuele gebruiker. Je moet kunnen lopen of fietsen, zonder het idee ten onder te gaan in de enormiteit van de omgeving. Aandacht voor profielen, schaal en menselijke maat is daarom onontbeerlijk. De Zuidas als geheel vraagt om een eigen herkenbaarheid, een identiteit. Die kan tot stand komen in het spanningsveld tussen enerzijds de grote dynamiek van het internationale, zakelijke karakter en anderzijds de voor Amsterdam zo kenmerkende kneuterigheid. Daar waar deze werelden tot een ultieme climax komen, vormt zich het hart van de Zuidas. Dit brandpunt is niet zozeer een plein, maar een gebied waar de openbaarvervoerknoop en de diverse stedelijke functies in alle extreemheid tot uitdrukking komen. De infrastructuur kan een belangrijke rol vervullen in een meer pregnante openbare ruimte, met als contrast bijvoorbeeld de groene ruimte van het Beatrixpark.

Privaat en publiek

Aan de Zuidas zal een transformatie plaatsvinden die in Nederland zijn weerga niet kent. Een sleutelproject waar uiteindelijk bijna twee miljoen vierkante meters vastgoed gerealiseerd zal worden en kilometers weg- en railinfrastructuur ondergronds gebracht zullen worden. De overheid heeft de regie over het ontwikkelingsproces. De financiële risico’s zijn aanzienlijk, maar op termijn zijn ook forse rendementen te realiseren. De Zuidas is immers dé toplocatie van Nederland waar een internationaal vestigingsklimaat mogelijk is. Tegelijkertijd is het een nieuw stuk stad waar wonen, werken en recreëren in balans gebracht moeten worden. De grote private partijen in dit gebied, (ING, ABN/AMRO en NS), alsmede het rijk als eigenaar van de infrastructuur, participeren actief in het ontwikkelingsproces. Voor alle partijen is risicobeheersing en samenwerking cruciaal om de gewenste ambities te kunnen vormgeven. De banken als financiële krachtcentrale en gebruiker van het gebied en NS als vervoersgigant met ambities ten aanzien van stationsomgevingen. Het rijk vanuit de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening: netwerksteden, mobiliteitsbeheersing en ruimtelijke ontwikkeling van de Deltametropool. De gemeente heeft het voortouw. Zij zet de grote lijnen uit, geeft leiding aan de stedebouwkundige planvorming en onderhandelt met alle betrokken partijen. De gemeente zorgt voor maatschappelijk draagvlak, voor afweging van de vele belangen en heldere planologische procedures. Dit is de klassieke taak van de overheid bij stedelijke ontwikkeling. De huidige marktwerking in de ruimtelijke ordening definieert de rol van de overheid echter als voorwaardenscheppend. Private investeerders zijn onmisbaar om de torenhoge ambities te realiseren. Door marktpartijen is gesignaleerd dat een ontwikkelingstermijn van veertig jaar veel te lang is. Ondanks de omvang van het gebied ligt een termijn van ongeveer twintig jaar meer in de rede. Een te lange termijn brengt risico’s met zich ten aanzien van het vasthouden van het ambitieniveau. Het gebied is te lang een zandbak en de kwaliteit van voorzieningen en openbare ruimte blijft jarenlang onder de maat. Op de cash flow van het project heeft inkorten eveneens een gunstig effect. Een groter aandeel woningen in het programma biedt uitstekende mogelijkheden om tot een versnelling te komen. Afzet van woningen kan in veel hoger tempo dan afzet van kantoren. De kwaliteit van de openbare ruimte is voor de Zuidas een kritische succesfactor. Welke ontwikkelingsstrategie is succesvol ? Allereerst zullen de routes en verbindingen in het nieuwe stedelijk weefsel goed moeten aansluiten op de omgeving. Doorgaande bestaande routes moeten opgewaardeerd worden. Nieuwe verbindingen, met name in Oost-West richting zullen het gebied een eigen identiteit geven. Publieke ruimten zullen op verschillende niveaus komen te liggen: ondergronds in de stationszone, bovengronds in de vorm van pleinen, straten en stegen. Zorgvuldige routing van en naar het trein-, metro- en busstation is essentieel. De overheid zal het hele scala van middelen om de publieke ruimte te vormen en beheren moeten inzetten: hoe diverse voorzieningen een plaats krijgen in de plint, de strategische situering van publieke gebouwen en van entrees, de clustering en branchering van winkels, culturele en maatschappelijke functies. De rol van de ontwikkelaars en toekomstige eigenaars daarbij is nog niet helder. In elk geval zal het beheer en de exploitatie van het gebied tot stand moeten komen in goede samenwerking tussen gecommitteerde eigenaren, gebruikers en de overheid. Langdurige betrokkenheid moet lonen. Bij de selectie van opdrachtgevers kan dit een belangrijk criterium worden. Het gebruik van de openbare ruimte kan positief beïnvloed worden door een groot aantal adressen per vierkante meter, zoveel mogelijk rechtstreeks uitmondend op een straat of plein. Openbaarheid moet uitgangspunt zijn, een fijnmazig stratenpatroon is een goed instrument. Kolossale, in zichzelf gekeerde complexen mogen geen kans krijgen. De Zuidas moet vanaf de eerste fasen gepositioneerd worden als een 21ste eeuwse concentratie met alle kenmerken van een vitale, dynamische, gemixte, innovatieve netwerkstad op een vervoerknooppunt. De internationale uitstraling zal in alle facetten van de ontwikkeling aanwezig moeten zijn.

De kwaliteit van de openbare ruimte is een kritische succesfactor

Reageer op dit artikel