nieuws

KEMA verwijdert olie uit grond bio-diëlektrisch

bouwbreed Premium

De KEMA experimenteert in Emmen met de bio-diëlektrische methode, een nieuwe manier om in-situ met olie vervuilde grond te reinigen. In de Drentse plaats reinigt het een gedeelte van een NS terrein waar een benzinestation stond. De proefsanering vindt plaats in samenwerking met de Stichting Bodemsanering NS (SBNS).

De SBNS kiest voor deze methode omdat het “een interessante techniek is, want het haalt de infrastructuur niet overhoop”, zegt woordvoerster H. Bakker. Het terrein blijft gewoon in gebruik. De methode past ook in het landelijke BEVER-beleid, dat functiegericht en kosteneffectief saneren bevordert en daarbij meer ruimte biedt voor tussenoplossingen. “Maar het is ook ons beleid om nieuwe technieken te stimuleren”, vervolgt Bakker. De bio-diëlektrische methode is ontwikkeld door de KEMA in Arnhem en verkeert nog in het experimentele stadium. Daarom is ook gekozen voor een relatief klein terrein. Op de rond de duizend vierkante meter stond vroeger een tankstation van Calpam. Met een radio frequent generator wordt de bodem bio-diëlektrisch verwarmd tot 30 graden Celsius. Volgens KEMA-projectleidster J. Janssen heeft dit als voordeel dat het overige bodemleven niet wordt gedood, zoals met andere soortgelijke technieken. Hoewel het een combinatie van bestaande technieken is, “is het belangrijkste effect van de door KEMA gepatenteerde saneringsprincipe dat de verontreiniging substantieel meer beschikbaar komt voor afbraak”. “Laboratoriumproeven hebben aangetoond dat er een hogere afbraak optreedt door bacteriën”, legt de ze uit. Behalve dat de olie beter beschikbaar komt, activeert de temperatuur de bacteriën ook tot een snellere afbraak. Behalve dat het overige bodemleven niet wordt vernietigd, kan de olievervuiling zo in relatief korte tijd teruggebracht worden tot een aanvaardbaar niveau, terwijl de kosten ongeveer gelijk zijn aan de andere in-situ methoden.

Definitieve conclusie

Hoewel laboratoriumproeven hebben uitgewezen dat het principe werkt, is een definitieve analyse van de methode nog niet beschikbaar. Vorige week zijn de eerste monsters genomen, “en aan het eind van het jaar hopen we de definitieve conclusie te kunnen trekken”, zegt Janssen. De methode is sinds 1995 in ontwikkeling bij het Arnhemse instituut. In 1998 werden de laboratoriumproeven afgerond. Het experiment in Emmen duurt nog tot eind september en wordt gesubsidieerd door Senter en Ega Energie, het vroegere EnergieNed.

Reageer op dit artikel