nieuws

Gridstad

bouwbreed Premium

Deze maand begeleid ik vijfentwintig studenten per bus door Argentinië. Daarna gaan we nog even naar Rio de Janeiro om te genieten aan de Copacabana. Wij rijden vierduizend kilometer door de Pampa’s vanaf Buenos Aires naar de Andes tot bij de grens met Bolivia en terug, om hotelkosten te besparen vaak ’s nachts.

Hier, aan de zuidkant van de equator is het winter. Dagen lang lopen we door vreemde steden. De temperaturen variëren van nul tot achttien graden, storm, regen, maar ook veel zon en donkerblauwe lucht in het hooggebergte. Ons studieobject is de gridstad. Stedenbouw op een orthogonaal patroon werd overal en vooral door kolonisten toegepast, ook vierduizend jaar geleden. Over de hele wereld is daarom dit generieke principe bekend. In zekere zin zijn onze polders ook op basis van dit principe uitgelegd en zijn het zeventiende eeuwse Amsterdam en het achttiende eeuwse Sint Petersburg hiervan verbogen varianten. In Latijns Amerika stelde koning Philips II het grid voor nieuwe Spaanse koloniale steden verplicht. Daarna deed President Jefferson in de Verenigde Staten hetzelfde. In Europa is van meer recente datum het stadsplan van Cerda voor Barcelona zeer bekend.

In 1978 was mijn bezoek aan die mooie stad aanleiding om de

Nederlandse stedenbouwpraktijk met het artikel “Geen architectuur zonder stedebouw” aan de kaak te stellen. Behalve dat het de Nieuwe Truttigheid om zeep hielp, heeft het verder weinig uitgehaald. De Nederlandse stedenbouw is de laatste vijftig jaar geen stap vooruitgekomen. De resultaten volgen sindsdien de maatschappelijke ontwikkelingen van geen kant. Ook het stedenbouwkundig onderwijs zit muurvast, gehecht aan modernistische principes uit het socialisme waar het collectieve de overhand heeft en het private domein geen autonomie wordt geboden.

In de gridstad is de infrastructuur – vooralsnog in handen van de

staat – als collectieve faciliteit principieel onderscheiden van de private kavels. Een principe dat ook voor Nederland buitengewoon actueel zou moeten zijn, nu het private domein – na honderd jaar onderdrukking – een eigen ruimte opeist. Niet dat dit zou moeten leiden tot gridsteden, kolonisatie is niet meer aan de orde en bovendien heeft de stad als fysieke verdichting haar langste tijd gehad. Het huidige staatsmonopolie op stedenbouw en architectuurproductie moet – zoals alle kartels – worden afgebroken ten gunste van particulier zeggenschap en initiatief. De leefomgeving wordt weer product van privaat ingrijpen en competitie, waarbij de overheid niet regisseert maar waar nodig faciliteert. De stedenbouwer kan als vormgever in staatsdienst worden afgevoerd. Voor studenten die nu stedenbouw studeren is het bestuderen van deze Zuid- Amerikaanse steden dus van levensbelang.

In Buenos Aires aan de rivier La Plata, een metropool van vijftien

miljoen inwoners in een halve cirkel met een diameter van honderd kilometer, neemt mijn groep enkele dagen de tijd om ogen te laten wennen aan onbekende stadsbeelden.

De kunst is om in wat aanvankelijk overkomt als chaos, structuur en

orde te zien. Gebouwen voegen zich samen tot een levendig, vanzelfsprekend stadsbeeld. Het criterium ‘samenhang’, zo hevig omarmd en bemind door Nederlandse architecten en stedenbouwers, blijkt vanuit Argentinië bezien een strijd tussen netheid en verscheidenheid, het opleggen van uniformiteit, angst voor vrijheid, een legitimatie voor een beroepsgroep. In de Latijns Amerikaanse stad heerst structuur over vorm, overheerst verschil en contrast, en is sprake van vrijheid. In dit grootstedelijk decor is het daarom ook niet moeilijk om mijn studenten van het ellendige welstandsdenken af te helpen. Er wordt hier niet geleerd, maar ontleerd.

Reageer op dit artikel