nieuws

Zeggen dat we doen wat we zeggen

bouwbreed Premium

“Nederlandse bouwbedrijven zijn beter en betrouwbaarder dan hun Franse collega’s”. Aldus een Overijsselse arts in Cobouw van 1 mei jl. Al jaren haalt hij Hollandse aannemers naar Frankrijk voor de restauratie van zijn oude boerderijen. “Want je kunt op de Fransen niet rekenen”, constateert hij, zonder te willen generaliseren.

Een tevreden klant. Onze nationale bouwers komen hun afspraken na. Dat is nog eens andere koek dan de dagelijkse stroom berichten over gesjoemel, ruzies, missers en fouten in onze branche. Toch vraag je je af waarom dit bericht de krant haalt. Bedrijven die ondermaats presteren, dat is nieuws. Maar is het ook nieuws als bouwers gewoon doen wat ze beloven? Spreekt het eigenlijk niet vanzelf dat leveranciers hun klanten tevreden stellen?

Zondebok

Als we de landelijke pers moeten geloven, stapelen we in de bouw evenveel problemen als stenen op elkaar. Vorig jaar werd de aannemerij beticht van veel te hoge inschrijving op een onderdeel van de HSL-lijn. De afgelopen maanden zegden verschillende gemeenten het vertrouwen in projectontwikkelaars op. Eind mei denderde de vermeende fraude bij de Schiphol Spoortunnel over ons heen. En de verhalen over vriendjespolitiek en steekpenningen in de zuidelijke provincies zijn van alle tijden. Het wil maar niet echt beteren met onze branchereputatie. En toch lijkt daarin iets wezenlijk te veranderen. Steeds minder horen we over aantoonbare fouten en opzettelijke omkoperij in de bouw. De negatieve berichtgeving van vandaag rept over conflicten en impasses, onverenigbare beleidsopvattingen en morele verontwaardiging, zwartepieten en gekneusde ego’s. Zaten we vroeger nog wel eens domweg in de fout, tegenwoordig is de schuldvraag nog zelden eenduidig. Niet alleen de opdrachtgever grijpt naar de advocaat, ook de bouwer. De Raad van Arbitrage en de onafhankelijk bemiddelaar doen goede zaken. Rechtszaken slepen zich tot vervelens toe voort en eindigen in teleurstellende compromissen. We zijn niet meer zonneklaar de zondebok. Dat wijst erop dat we ons vak steeds beter verstaan

Successen Ondertussen groeit met grote sprongen ook de positieve berichtgeving over ons werk. We konden de afgelopen tijd kennismaken met een paar prachtige staaltjes van klantgerichtheid en kwaliteit in de bouw. Het Groningse bedrijf dat kindvriendelijke huisjes timmert, waarin baby’s maar liefst zes maanden per jaar van de frisse buitenlucht kunnen genieten. De Rotterdamse woningcorporatie met de maquette op ware grootte waarin bewoners elke denkbare plattegrond aan den lijve kunnen ervaren. De Amsterdamse aannemers die zich specialiseerden in het lastige bouwen in een overvolle binnenstad. De jonge Eindhovense architect met haar onorthodoxe ontwerp voor een bruisende en veilige hoerenkast nieuwe stijl. De Rijssense bouwer die appartementen ontwikkelt in een in onbruik geraakte nor. Ze bewijzen dat bouwers zich met hun eeuwenoude ambacht moeiteloos kunnen voegen naar splinternieuwe marktvragen. Met terechte trots en zichtbaar plezier. Ook dit duidt erop dat we onze klanten allang tevreden stellen.

Wantrouwen

De rotte appels die elk ambacht kent daargelaten, doen we het gemiddeld niet slechter dan andere sectoren. Zeurende gerechtelijke conflicten vinden we in het hele bedrijfsleven en zijn ook een gevolg van de uit Amerika overwaaiende ‘sue’-cultuur. Als we lang niet altijd schuldig zijn aan problemen, waarom houden we dan toch die slechte naam? Die is deels historisch gegroeid. Al hebben veel bouwprocessen tegenwoordig een heldere bouwteamachtige opzet, de bouwkolom is nog overwegend gecollectiveerd en gelaagd. De aanbesteding kon ontstaan in een bouwmarkt waarin het aanbod groter was dan de vraag, de branche ondoorzichtig en de koper niets anders te kiezen had dan de goedkoopste. Maar vandaag de dag komen we handen tekort, is de vraag divers en hoogwaardig en zijn we gespecialiseerd en onderscheidend. Dat is geen markt voor de motie van wantrouwen die de aanbesteding in feite is. Dat is geen prijsmarkt, maar een markt voor de prijs-prestatieverhouding. Voor één-op-één-opdrachten.

Toetsbaar

Bouwen, zeker met openbare middelen, moet een zorgvuldig, open en toetsbaar proces zijn. Het ingesleten wantrouwen is niet een-twee-drie weg te nemen. Verbetering begint met het besef dat slepende conflicten het gevolg zijn van teleurstellingen. Onze klant is min of meer leek, hij kan het niet helpen als zijn verwachtingen niet realistisch zijn. Wij zijn de professional, het is onze verantwoordelijkheid dat hij weet wat hij verwachten mag. Zijn project is geen standaard model met standaard opties. Dat vraagt van de bouwer dat hij misschien nog wel meer adviseur dan uitvoerder is. Dat hij al ruim vóór de bouw een relatie met de klant heeft. Vertrouwen is het enige middel in de strijd tegen de aanbesteding. Maar we zeggen nog altijd niet genoeg wat we doen. En daarom spreekt het nog steeds niet vanzelf dat we doen wat we zeggen.

Reageer op dit artikel