nieuws

Publiek positiever dan bouwer zelf

bouwbreed Premium

De bouwnijverheid mag best trots zijn op zichzelf, zegt voorzitter L.C. Brinkman van het AVBB. Maar de eigen trots ontbreekt nogal eens en dat is niet terecht.

Het AVBB heeft onderzoek laten doen naar het imago van de bouwnijverheid. De conclusie is verrassend: de buitenwacht spreekt positiever over de bouw dan de bouwer zelf. Met de buitenwacht worden twee groepen bedoeld: enerzijds een groep van circa zevenhonderd geïnterviewde burgers en anderzijds de groep van de zogeheten ‘opinionmakers’: ambtenaren en politici. “De conclusie van het onderzoek is verrassend”, zegt Brinkman. “Het algemene publiek denkt niet zo negatief over de bouwers. Zij komen niet zo vaak met verhalen dat een tunnel lekt (refererend aan de perikelen rondom de Haagse tramtunnel) of dat de afwerking van een huis niet goed is. Bij het publiek leeft het beeld niet dat Nederland helemaal wordt volgestort met beton. Maar kennelijk leeft bij de bouwers wel het idee van achterstelling. Dat is de projectie van de bouwer op het publiek, die niet klopt. De bouwer denkt dat het publiek denkt dat hij slecht werk aflevert.”

Bescheidenheid

Voor een deel komt de visie van de bouwer voort uit bescheidenheid, meent het AVBB. Bij opgeleverde grote werken staan hoogwaardigheidsbekleders, opdrachtgevers en architecten in de schijnwerpers. De bouwer voert meestal niet eens het woord. Hij is in gedachten al weer bezig met het volgende project. Hij staat op de achtergrond, maar betaalt wel het bier dat wordt genuttigd ter ere van de oplevering van het bouwwerk. Het gevoel van achterstelling dat veel bouwers hebben, is niet terecht, meent Brinkman. Objectief gezien is de bouw een aantrekkelijke sector. Er is voortdurend werk en de continuïteit van voldoende opdrachten is voor de komende jaren gewaarborgd. De salarissen zijn goed. Dat erkent ook het publiek, zegt Brinkman, maar de eigen kinderen ziet het niet graag in de bedrijfstak werken. De publieke opinie erkent volgens Brinkman wel dat de bouw niet alleen maar kruiwagens en hijskranen gebruikt, maar toch verdwijnt het beeld van dreunende asfalt- en betonmolens niet geheel. Dus toch een kwestie van imago. “Blijkbaar leggen we als sector te weinig de nadruk op het brede scala van bouwactiviteiten.” De AVBB-voorzitter bedoelt dat bouwbedrijven steeds meer met ICT-toepassingen werken en dat ze steeds vaker totaalconcepten afleveren. Het bouwen op zich vormt slechts een onderdeel van het gehele bouwproces. Bij de herstructurering van oude stadswijken of projecten van binnenstedelijke vernieuwing maken in toenemende mate elementen als groenvoorziening, energiebeheer, bodemsanering en afvalinzameling onderdeel van de plannen uit. Bij de voorbereiding van deze projecten overleggen bouwbedrijven veelal in een vroeg stadium met overheden en maatschappelijke groeperingen. De boodschap is duidelijk: de bouw is ook interessant voor de goed opgeleide mbo’er of hbo’er. Hij of zij moet beseffen dat het “fantastisch werken” is in de sector. De bouw is meer dan stenen stapelen.

Op pagina 3:

‘Maatschappelijke betekenis van blauwe boorden zal groeien’

AVBB-voorzitter Brinkman tekent voor drie jaar bij.

Reageer op dit artikel