nieuws

Huidige stortplaatsen kunnen uitgroeien tot goudmijnen

bouwbreed Premium

Als alles gaat zoals ir. W. van Vossen en drs. B. van der Griendt van adviesbureau Iwaco verwachten, komen vuilnisbelten op niet al te lange termijn te boek te staan als goudmijn. In stortplaatsen zitten niet zelden aanmerkelijke hoeveelheden opnieuw te gebruiken materiaal. Eenmaal afgegraven kan de voormalige stort dienst doen als bouwlocatie. Zo wordt werk met werk gemaakt.

Iwaco deed eerder voor de dienst Weg- en Waterbouw van Rijkswaterstaat onderzoek naar de ‘ontginning’ van herbruikbare materialen in stortplaatsen. Een bureau-inventarisatie van gegevens uit bijvoorbeeld Hinderwetarchieven uit het begin van de jaren negentig. Die informatie geeft geen allesomvattend beeld, omdat ze niet tot in detail ingaat op de verschillende gestorte materialen. Wel wijzen de gegevens op dominante stromen. Op die manier komt ook de eventuele aanwezigheid van asbest aan het licht. Een proefproject kan uitsluitsel geven over de saneringswijze van dit materiaal. Van Vossen benadrukt dat de aanwezigheid van bouw- en sloopafval niet per definitie gelijkstaat aan de aanwezigheid van asbest. Belten worden nog niet zakelijk ontgonnen om het gestorte bouw- en sloopafval opnieuw te gebruiken. Wel worden zij afgegraven wanneer ze bouwplannen in de weg liggen.

Nazorg

Met dit in gedachten kan projectontwikkeling een onderdeel van de nazorg vormen, overweegt Van de Griendt. De overheid zou de voorwaarden daarvoor moeten versoepelen om zo publiek-private samenwerkingsconstructies mogelijk maken. Een stortplaats is in veel gevallen geen chemische tijdbom maar een bioreactor, stelt Van Vossen. De processen die zich in de belt afspelen, worden evenwel nog niet helemaal begrepen. Zo sijpelt uit ongeveer 10 procent van de stortplaatsen vervuiling door naar het grondwater. De oorzaak van dit proces blijft vooralsnog onbekend. Mogelijk komen in deze belten grotere hoeveelheden vervuiling voor dan de natuurlijke processen kunnen afbreken.

Gevaar

Veel oude stortplaatsen leveren na verloop van jaren geen gevaar voor de omgeving meer op. In die periode kan de belt vaak het best ongemoeid worden gelaten en zodanig zijn ingericht dat het regenwater en doorheen kan stromen. De natuurlijke afbraakprocessen komen echter pas op gang wanneer voldoende organisch materiaal in het stort zit. Dat wordt thans echter gescheiden opgehaald en elders verwerkt. Dit betekent dat in de huidige stortplaatsen het ergste van het ergste zit en die processen wellicht niet meer plaatsvinden. Mogelijk worden die in de toekomst de chemische tijdbommen die de oude stortplaatsen nu zouden zijn. Die gedachte vergt volgens Van Vossen en Van de Griendt een heroriëntatie op het stortbeleid. De Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) uit Utrecht breidt het project Duurzaam Storten uit. Bemeting van proefvakken op stortplaatsen moet uitsluitsel geven over technieken als (an)organische stort. De VVAV benadrukt dat het onderzoek nog maar in de kinderschoenen staat. Enkele leden realiseerden inmiddels een proefvak; andere moeten daar nog aan beginnen. Resultaten vallen om die reden nog niet te melden.

Reageer op dit artikel