nieuws

Heel uitzonderlijk dat een werk na aanbesteding niet wordt gegund

bouwbreed Premium

Het is heel uitzonderlijk een werk niet te gunnen. Netelenbos heeft bij de aanbesteding van de onderbouw van de HSL-Zuid gedreigd niet te gunnen. Ook dat kwam haar op een zaak voor de raad van arbitrage te staan. Ze moest opnieuw naar de onderhandelingstafel en de partijen kwamen alsnog tot overeenstemming.

Ook de aanbesteding van de tunnel onder het Pannerdensch Kanaal – onderdeel van de Betuwelijn – is op vergelijkbare manier verlopen. Rijkswaterstaat vond de bieding van de laagste inschrijver Comol Tunnelbouw te hoog. Na enkele gesprekken heeft dat tot een herziene aanbiedingssom geleid. Deze tactiek werkte niet voor Waterschap Groot Salland. Het waterschap weigerde opnieuw aan de onderhandelingstafel te gaan zitten met de laagste inschrijver, zoals de eerste uitspraak van de Raad van Arbitrage voorschreef en ging in hoger beroep. G.J. van der Pol, woordvoerder van Kampen-Midden reageert gelaten. De bouwcombinatie had als laagste ingeschreven bij de officiële procedure. “Het Waterschap heeft het recht om niet te gunnen en heeft daarvan gebruik gemaakt.” Van der Pol sluit dan ook niet uit dat de combinatie opnieuw zal meedingen naar het gewijzigde bestek. “Arbitrage leidt uitsluitend tot verliezers. We vinden het jammer dat het waterschap niet heeft willen onderhandelen. Hopelijk heeft ze nu goed gekeken naar de procedure en komen we niet weer voor een rechter te staan.” Met de beslissing met een ander bestek te komen, staat de weg open voor nieuwe bieders. Ook de combinatie Van Gelder, Haverkort en Moes kan dan meedingen. Deze beweert het werk voor maximaal 44 miljoen gulden te kunnen uitvoeren, maar is door een vormfout in de prekwalificatie uitgesloten van de oorspronkelijke aanbesteding.

‘Niet passend’

Het Waterschap verklaarde de aanbesteding ‘niet passend’ en ging in onderhandeling met de goedkopere bouwcombinatie. Dat pikte de Combinatie Kering Kampen niet en maakte de zaak aanhangig bij de Raad van Arbitrage. Die oordeelde – ook in hoger beroep – dat de aanbieding van Kering Kampen als marktconform moet worden beschouwd. De hoogte van het bedrag van een inschrijving is, volgens de arbiters, geen reden een inschrijving als “niet passend” te beschouwen. De uitspraak was in het voordeel van de bouwers, maar dat betekende niet dat zij nu als laagste inschrijver meteen aan de slag kon.

Reageer op dit artikel