nieuws

Kleine corporaties slaan eigen weg in

bouwbreed

Kleine corporaties voelen zich niet meer serieus genomen door hun grotere broers. Verongelijkt, miskend en rebels hebben ze een apart platform voor woningcorporaties (MKW) opgericht. Onafhankelijk van koepelcorporatie Aedes willen de kleine corporaties een eigen koers varen, zonder het gevoel steeds een soort Calimero zijn in een bedrijfstak waarin fusie, synergie en sectorbeleid domineren.

Voorzitter B. Munneke van MKW glimlacht als hem een zekere vorm van rebellie wordt toegedicht. Op de gloednieuwe wervingsfolder prijkt uitdagend de vraag: De laatste der Mohikanen? “Die conclusie mag u wel trekken”, geeft de Groninger ruiterlijk toe. “Maar”, haast hij zich eraan toe te voegen. “Onze drijfveer mag niet negatief zijn.” Ook al is MKW opgericht uit frustratie en miskenning. Dat MKW een schot in de roos is, blijkt uit zestig spontane aanmeldingen van kleine corporaties (maximaal vijfduizend woningen) sinds het lidmaatschap vorige maand is opengesteld. Iedere week komen er tien corporaties bij en Munneke denkt op ongeveer 150 leden uit te komen. Het platform treedt 27 juni voor het eerst naar buiten met een symposium. Daarbij zijn uitdrukkelijk de leden aan het woord en zal het bestuur vooral luisteren. Want gehoor vinden voor hun specifieke problemen is iets dat de kleine corporaties de afgelopen jaren missen. Belangrijkste doelstelling van het platform is erkenning te vinden voor de kleine corporatie. “Het is belachelijk. Als je het woord fusie niet voor in de mond hebt, tel je niet meer mee. Ik betrapte mezelf erop dat ik me op congressen voorstelde als ‘Aangenaam, Munneke van woningstichting Talma in Hoogezand. Wij huisvesten tussen de zes- en tienduizend mensen.’ Bezit is nog steeds wat telt in corporatieland. Hoe meer huizen, hoe beter. En ik deed daar indirect aan mee om maar serieus te worden genomen.”

Ouderwets

“Wie denkt beter te worden door te fuseren, moet dat vooral doen. Het is echter naïef om te denken dat fusie het antwoord is op alle problemen. Wie niet wil fuseren, krijgt direct het predikaat ‘conservatief’ en ‘ouderwets’ opgeplakt. Terwijl kleine corporaties ook hun waarde hebben en daarmee net zo goed bestaansrecht. De kracht van een kleine organisatie is slagkracht, flexibiliteit en vooral betrokkenheid. Als geen ander kent zij de specifieke lokale woningmarkt en kan daar op inspelen.” “We zijn veruit in de meerderheid en niemand neemt ons serieus.” Munneke is aan het tellen geslagen en heeft berekend dat 553 ‘kleine’ corporaties op dit moment bijna een miljoen huurwoningen beheren. De 130 ‘grote’ corporaties bezitten gezamenlijk 1,3 miljoen huizen. Vijfduizend huizen is de grens.

Frustratie

Vorig jaar uitte hij voor het eerst hardop zijn frustratie voor een groter publiek. “Ik kreeg heel veel bijval. Reacties waren vaak emotioneel.” Om ook iets te doen richtte hij samen met een aantal andere corporatiedirecteuren het MKW op. Een duidelijk signaal naar de grote broers en in het bijzonder naar koepelorganisatie Aedes. Maar een wig drijven tussen beide organisaties is niet wat Munneke wil. Het platform is vooral bedoeld om de ogen te openen. Eigenlijk zou Munneke het liefst zien dat het platform zich over drie jaar weer kan opheffen en dat kleine corporaties gewoon als serieuze gesprekspartner worden geaccepteerd. Door de huidige fusiegolf zijn op dit moment nog zo’n kleine zevenhonderd corporaties actief in Nederland. Gezamenlijk beheren ze ruim twee miljoen huizen. Binnen koepelorganisatie Aedes circuleert het getal van honderd overgebleven corporaties binnen tien jaar. “Schaalvergroting, benchmarking en treasury zijn de toverwoorden. Wie klein is, doet niet meer mee. Ze doen het goed, maar hebben hun langste tijd gehad.” Munneke weigert echter zich daar bij neer te leggen en vindt dat Aedes moet streven naar vierhonderd corporaties in 2010. In de ogen van Munneke is het slechte imago van kleine corporaties geheel onterecht. “Juist kleine corporaties presteren over het algemeen uitstekend.” Het past niet bij de Groninger om zich al te hard op de borst te kloppen.

Vechten

Toch neemt hij zijn ‘eigen’ corporatie Talma als voorbeeld: een kleine corporatie – met een bezit van 1750 huizen – kan wel degelijk goed presteren. “Corporaties in het Noorden vechten al tientallen jaren tegen leegstand en verloedering. Voortvarend zijn ze aan het werk. Samenvoegen van huizen, opknippen van rijtjes en slopen zijn processen die we allang onder de knie hebben. Technische aanpassingen moeten hand in hand gaan met een sociale aanpak. Voorkomen dat mensen wegtrekken, is de enige remedie die een neerwaartse spiraal kan doorbreken.” Woningstichting Talma weet er alles van en heeft de afgelopen tien jaar 40 miljoen gulden in leefbaarheid en woonomgeving gestoken. De komende vijf jaar zal daar nog eens 35 miljoen gulden bij komen. De corporatie heeft de projecten gefinancierd uit eigen vermogen in combinatie met verkoop van een deel van het bezit. Opvallend genoeg heeft deze kleine corporatie al een proces achter de rug waar de meeste grote corporaties in de steden nog aan moeten beginnen: het proces van herstructurering en aanpak van oude wijken. Daar zouden veel grote corporaties nog van kunnen leren. Het ‘Delftse aanbodmodel’ is in de ogen van Munneke een ander voorbeeld. “Met veel tamtam presenteren de Delftse corporaties hun huurhuizen in een krantje met de mogelijkheid om daarop te kunnen reageren. Dat doen ze in Dokkum al sinds de jaren zeventig. Maar niemand die daar oog voor heeft.”

Reageer op dit artikel