nieuws

‘Ik zie ons nog op commando springen in de Kuip’

bouwbreed Premium

Het beeld is enigszins vervaagd, dat wel. Maar toch kan de 72- jarige Rotterdammer Kadesnoo zich nog herinneren dat hij in de jaren dertig aan de hand van zijn werkloze vader naar de Kuip-in-aanbouw ging. De tribunes moesten op hun houdbaarheid worden getest. “Ik zie die man nog staan met zijn vlaggen. Hij gaf aan wanneer we moesten juichen, applaudisseren of springen.”

Met enkele tussenpozen woont Kadesnoo bijna zijn hele leven in de schaduw van het Feijenoord-stadion, zondag het toneel van het sluitstuk van Euro2000. “Fantastisch theater”, zegt de Rotterdammer. “Tijdens de bouw ben ik heel vaak wezen kijken. Vooral omdat ik toen ook samen met mijn vader naar wedstrijden van Feyenoord aan de Kromme Zandweg ging.” Hoe het nou precies is gegaan weet Kadesnoo niet meer, maar zijn vader was gevraagd mee te werken aan de proefbelastingen van de Kuip. Computers om de staalberekeningen van de tribunes na te rekenen waren er in die tijd nog niet, dus was bedacht de voorziening met mensen te testen. Zo’n vijftienhonderd personen waren voor die gelegenheid gecharterd. Behalve mariniers ook veel werklozen. “Het was echt een drukte van belang. We moesten plaats nemen op een tribunedeel dat ons werd toegewezen.” Een man met een megafoon gaf aanwijzingen, terwijl een vlaggenist voor het seintje zorgde wat er van het gelegenheidspubliek werd verwacht. “Als hij twee vlaggen tegelijk opstak moesten we heel hard op en neer springen. Het was een geweldig kabaal.”

Wijk

De Rotterdammer weet niet meer of hij toen ook bang is geweest er dwars doorheen te zakken. “Maar mij staat nog wel voor de geest dat er flink beweging zat in de tribunes.” Na afloop ontvingen de deelnemers als welkome beloning een borrel en een sigaar. Hij niet. “Te jong, vond m’n vader.” De jaren die volgden was Kadesnoo geregeld bij wedstrijden van Feyenoord in de Kuip te vinden. “Iedereen ging er heen”, benadrukt hij. Zijn wijk ademde bij wijze van spreken voetbal. “Er speelden veel jongens uit deze buurt bij Feyenoord. Die club was van ons.” De tijden zijn veranderd. Kadesnoo woont nog steeds in Sportdorp, maar dan in een nieuwe seniorenwoning. En in de Kuip is hij al heel lang niet meer geweest. “Als ik de straat uitloop, kan ik hem zien. Maar voetbal trekt mij niet meer. De belangen zijn te groot geworden. Weet je wel wat die gasten tegenwoordig verdienen?” In de eerste jaren van de oorlog verhuisde het gezin Kadesnoo naar het pal achter het stadion gebouwde Sportdorp. Dit wijkje van kleine huisjes werd kort na het Duitse bombardement op Rotterdam in recordtempo uit de grond gestampt. “De woningen waren bedoeld voor de slachtoffers van de Duitse luchtaanval”, vertelt Kadesnoo, wiens ouderlijk huis daarbij ook verloren ging.

Trots

“Ook ik ben hartstikke trots op de Kuip,” zegt H. Geeven in de kantine van de Speeltuinvereniging Hillesluis. Vanaf zijn stoel heeft hij zicht op het Feijenoord-stadion. Jarenlang heeft hij samen met zijn vrouw in Feijenoord gewoond. Maar de wijk verpauperde en vorig jaar vertrok het echtpaar naar de nieuwbouw in Barendrecht. “Maar”, zegt mevrouw Geeven, “toch komen we hier nog bijna dagelijks.”

Opgegroeid bij de Kuip hebben ze heel wat voetstappen in het stadion liggen. “Ik heb op de tribunes nog ijs van Jamin voor een dubbeltje verkocht.” Ook de openingswedstrijd van Feyenoord tegen het Belgische Beerschot staat nog op het netvlies. “Het werd 5-2 met doelpunten van Puck van Heel. Een prachttijd.”

Op pagina 3: ù Het begon met een droom.

ù ‘Prachtig dekseltje op een heel mooi doosje’.

ù Historische duels in trots van Rotterdam.

Reageer op dit artikel