nieuws

Hoe zat het ook al weer met ‘hoor en wederhoor’?

bouwbreed Premium

De mislukte aanbesteding voor een waterkering in Kampen is de afgelopen weken uitgebreid belicht in Cobouw. In deze reeks artikelen lijkt sprake van een hetze tegen de aannemerij en de Raad van Arbitrage.

In de artikelenreeks volgt op wel zeer subjectieve wijze insinuatie op insinuatie. Volstrekt onvergelijkbare of voor dit geval irrelevante zaken worden er met de haren bijgesleept om de conclusie maar te kunnen rechtvaardigen dat de aannemerij een stinkende beerput is, die afgedekt wordt door een stelletje partijdige mannen van de Raad van Arbitrage, terwijl men woekerwinsten boekt door illegale machts- en marktverdelingsspelletjes. In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat aan het principe van hoor en wederhoor, als elementair beginsel in de journalistiek, zowel in de artikelen als in het redactionele commentaar geen recht wordt gedaan. Als men daarnaast de moeite neemt om de diverse aspecten te analyseren, ontstaat een genuanceerder beeld.

Objectief

Om bij de Raad van Arbitrage te beginnen: de jaarverslagen van de Raad van Arbitrage tonen dat opdrachtgevers in meer gevallen gelijk hebben gekregen dan aannemers. De samenstelling van de Raad staat garant die voor evenwichtige, eerlijke en objectieve beoordeling van geschillen. Met name in aanbestedingsgeschillen bestaat de Raad uit drie arbiters, in de regel een vertegenwoordiger vanuit de opdrachtgevershoek, een (voormalig) aannemer en als voorzitter een jurist, wiens connectie met de bouw is dat hij veel van bouwrecht weet. De jurist-secretaris waakt evenals de voorzitter over de correcte toepassing van het Nederlandse recht, dat onverkort van toepassing is op arbitrageprocedures. Als men de integriteit van de Raad in twijfel trekt, zonder een uitspraak van de Raad marginaal te laten toetsen door de civiele rechter, zaagt men slechts met de achterkant van een vork aan het fundament van het Nederlandse rechtsstelsel.

Vuilspuiterij

In de kwestie Kampen ligt in hoogste instantie een uitspraak van de Raad van Arbitrage, die kennelijk inhoudt dat het Waterschap niet heeft kunnen aantonen dat de laagste aanbieder geen passende aanbieding heeft gedaan. En er ligt een bouwbehoefte die kennelijk gerealiseerd moet worden in het kader van een adequate bescherming van de bevolking tegen wateroverlast of zelfs watersnoodrampen. Dat zijn de gegevens van dit moment. Op de nog niet gepubliceerde uitspraak kunnen wij niet ingaan, netzomin heeft het zin te speculeren of het Waterschap Salland zichzelf in staart heeft gebeten door mee te doen aan de hype rond openbare en Europese aanbestedingen. Er is maar één alternatief dat partijen niet tot elkaar veroordeelt en dat is: geen waterkering – dus is er geen alternatief. Men zou er thans derhalve goed aan doen om zich te onthouden van vuilspuiterij in de pers en de energie beter besteden aan constructief overleg om alsnog tot een oplossing te komen. Die kan zijn gelegen in een open discussie over de zaken, die tot de onderhavige marktprijs hebben geleid. Als die zaken op een rij staan is het ook mogelijk om te bezien of er uitgangspunten aan beide zijden moeten worden bijgesteld.

HSL

In de bedoelde artikelenreeks wordt bijna iedere keer het voorbeeld van de in eerste instantie mislukte HSL-aanbesteding genoemd. Vergeten wordt dat die aanbesteding ook aanknopingspunten bevat om in deze uit de impasse te geraken. Minister Netelenbos en haar staf zijn er bij de HSL na een arbitrage immers alsnog uitgekomen met de aannemers op basis van een “alliantiemodel”. Alle uitgangspunten en risico’s zijn geïnventariseerd, verkeerde uitgangspunten aan beide zijden zijn bijgesteld en risico’s zijn neergelegd bij de meest gerede partij. Wellicht werkt dat bij de onderhavige kwestie niet, maar het is in ieder geval nog niet geprobeerd en dat is de reden dat de Raad van Arbitrage het werk niet vrij kan geven voor heraanbesteding.

Imago

Het is een kennelijk wijdverbreid misverstand dat aannemers er een sport van maken om te bijten in de hand die ze voedt. Door zich op te stellen, zoals in de genoemde artikelen wordt gesuggereerd, zou de aannemerij dagelijks doende zijn om zijn klanten te bedriegen, af te zetten of anderszins te bedotten, en daarmee over de rug van de belastingbetaler woekerwinsten te behalen. Dat zou eigenlijk heel dom zijn, omdat met name in de gww-sector er maar een zeer beperkt aantal opdrachtgevers (lees klanten) op de markt is; aannemers zouden permanent het risico lopen die goede klanten te verliezen. Klanten, die er overigens voor zorgen dat de gww-sector een branche is met bijna de laagste winstmarges van het Nederlandse bedrijfsleven. Hoog tijd dus om op te houden met bakkeleien en vuilspuiten en in plaats daarvan constructief, zonder vooroordelen met elkaar aan het werk te gaan: een poldermodel kan alleen werken als de polder droog blijft.

Reageer op dit artikel