nieuws

Bij combinatieproject geldt arbobeleid van gewoon bedrijf

bouwbreed Premium

Grote projecten worden vaak door aannemerscombinaties gebouwd. Twee of meer aannemers richten dan een vennootschap onder firma (vof.) op. Het bouwvolume dat door combinaties wordt gerealiseerd, vormt een fors onderdeel van het totaal; het loopt jaarlijks in de vele miljarden guldens.

Op 1 november vorig jaar heeft de Arbeidsinspectie het lik-op-stuk- beleid ingevoerd en daarmee de bestuurlijke boete. Maar nu wil het geval dat op grond van het huidige recht een vof geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

Bestuursrecht

In het bestuursrecht is een vof geen rechtspersoon. De constructie heeft daardoor niet dezelfde status als een bv of een nv. Er wordt wel aan gewerkt, maar wetten veranderen kost tijd. Voordat men zover is zal daarom via een reparatie van de Arbowet de status van een vof worden opgevijzeld. Artikel 37 lid 2d van de Arbowet zal hiervoor worden aangepast. Dit artikel gaat over de bestuurlijke boete; het vertelt ook aan wie een boete kan worden opgelegd. In de huidige tekst is dit “de natuurlijke persoon of rechtsperoon die voor de naleving van de wet en de daarop berustende bepalingen aansprakelijk is”. Dit wordt: “degene die voor de naleving ….enz”. Het wetsvoorstel (ook wel reparatiewetje genoemd) is bij de Tweede Kamer ingediend, het zal vermoedelijk rond de zomer van kracht worden. Naast deze wetswijziging wordt Beleidsregel 33 zodanig aangepast dat een vof automatisch wordt gezien als een groot bedrijf (> 250 werknemers), ook al heeft hij nauwelijks of geen eigen werknemers. Dit is van invloed op de hoogte van de boete: het normbedrag voor de boete kent dan geen reductie meer. Zodra genoemde wijzigingen zijn geformaliseerd, ligt het voor de hand dat de Arbeidsinspectie combinaties op dezelfde manier gaat benaderen als ‘gewone’ aannemingsbedrijven. Combinaties hebben de gewoonte geen eigen documenten voor het te voeren arbobeleid te maken; ze spelen leentjebuur bij één van de combinanten, meestal bij de penvoerder. Het gevolg is dat het beleid op onderdelen niet past op de werkelijkheid. Meestal sporen de organisatorische aspecten niet, zoals bijvoorbeeld overleg, voorlichting en toezicht. Een belangrijk aspect van de juridische aanpassing was ook dat er door combinaties vaak wordt volstaan met een V&G-plan. Dit streeft niet volledigheid na, het is slechts een coördinatieplan voor de deelnemende partijen, in het bijzonder gericht op de aanpak van gezamenlijke risico’s en voorzieningen. De Arbowet verlangt nu méér van de werkgever, namelijk een complete risico- inventarisatie en -evaluatie(RI&E) van het totale bouwproject, die tijdens de bouw actueel moet blijven. Een ongevallenregistratie behoort van zo’n RI&E deel uit te maken. Dit alles krijgt meer body als er op het project regelmatig overleg plaats vindt met een vertegenwoordiging van de belanghebbende werknemers. Ook op dit punt zal van combinaties worden verlangd dat zij de wet naleven, in de zin van het oprichten en faciliteren van een ondernemingsraad (bij meer dan vijftig m/v) of een formele personeelsvertegenwoording.

Strafrecht

In het strafrecht is er geen verschil tussen de status van een vof en die van een bv of een nv (art 51 Wetboek van Strafrecht). Een vof kan dus wel degelijk worden vervolgd na overtredingen die onder het strafrecht vallen. Bijvoorbeeld na het overtreden van ge- en verbodsbepalingen van het Arbobesluit (zoals ongereglementeerde asbestsloop), of het onvoldoend beschermen van derden (onder anderen passanten, bezoekers, spelende kinderen). Niet een natuurlijke persoon, maar de rechtspersoon is aansprakelijk, vertegenwoordigd door één of meer directeuren van de vof. Het maakt in de aansprakelijkheid niet uit of een door een ongeval getroffen werknemer in dienst is bij de vof of door één van de combinanten is gedetacheerd. Ook in het laatste geval wordt door de vof gezag over de betreffende werknemer uitgeoefend. Op combinatieprojecten werken meestal personeelsleden van de combinanten die tijdelijk zijn gedetacheerd. Tot vorig jaar was in het civiel recht de formele werkgever, dus de uitlener, aansprakelijk voor eventuele schade die zijn werknemers tijdens het werk opliepen, bijvoorbeeld na een ongeval. Als gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad is dat veranderd. Art. 7:658 van het Burgerlijk Wetboek is aangepast; in dit artikel is de zorgverplichting van een werkgever voor zijn werknemers geregeld. Het artikel is nu uitgebreid met lid 4 over ingeleende/gedetacheerde werknemers en uitzendkrachten. De aansprakelijkheid is gelegd bij de feitelijke werkgever op het moment van de overtreding, dus bij de inlenende werkgever; in dit geval de vof. Combinaties moeten beseffen dat hun arbobeleid door de overheid op dezelfde wijze zal worden gehandhaafd als bij een ‘gewoon’ aannemingsbedrijf. Zij doen er verstandig aan deze nieuwe verantwoordelijkheid tijdig te onderkennen, door aanscherping van hun arbobeleid.

Reageer op dit artikel