nieuws

AVBB laakt plan aanbestedingen EU

bouwbreed Premium

De voorstellen van Europees Commissaris Bolkestein over nieuwe Europese aanbestedingsregels geven weinig reden tot vreugde. Dit bleek tijdens de introductiebijeenkomst van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor geïntegreerde contracten. Vooral de zogenoemde competitive dialogue moest het ontgelden.

In de voorstellen van de Europese Commissie (EC) is ruimte gegeven voor onderhandelingen in de pre-contractuele fase. Die zijn bedoeld om een aanbesteder samen met potentiële aanbieders te laten kijken naar mogelijkheden om een opdracht te realiseren. Volgens de commissie mag dit wanneer het gaat om een gecompliceerd project en de opdrachtgever niet in staat is een duidelijke vraagspecificatie te maken. Onduidelijk, omslachtig en kostbaar en met het gevaar van ‘brainpicking’, luidde het korte commentaar van W. Lubberhuizen, vice-voorzitter van het AVBB. Bovendien, zo hield hij zijn gehoor voor, “als een opdrachtgever het niet weet, huurt hij een raadgevend ingenieur in die zich meteen laat betalen. Waarom moeten aannemers dan alles voor niets doen?”

Krachtige steun

De woorden van Lubberhuizen betekenen een koerswijziging van het AVBB. Eerder liet de bouwfederatie zich positiever uit, zij het onder voorwaarden. Het betrof dan precies de punten die Lubberhuizen weer aanhaalde, een kostenvergoeding en bescherming van intellectueel eigendom. Advocaat J. Janssen van Stibbe Simont Monahan Duhot steunde de vice-voorzitter krachtig. “De competitive dialogue lijkt ideaal te zijn voor de aanbesteding van geïntegreerde projecten. Het onlangs gepubliceerde voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe aanbestedingsrichtlijn ondersteunt dit enthousiasme niet”, zo viel hij bij.

Objectief

De Stibbe-partner hikte vooral aan tegen de formulering dat een aanbesteder objectief niet in staat is zijn vragen te formuleren of niet kan beoordelen wat de markt te bieden heeft. Hij wees erop dat dit bij geïntegreerde contracten dus nooit het geval zal zijn, omdat de aanbesteder meestal een professional is die best in staat is te definiëren welke technische en andere middelen de vraag kunnen bevredigen. Volgens hem zal het Europese Hof alleen daarom al er niet gauw van overtuigd zijn dat de aanbesteder objectief gezien de competitive dialogue nodig heeft. Ook de geheimhouding van oplossingen die door marktpartijen in deze fase worden aangedragen, is in zijn ogen een wassen neus. “Hoewel het voorstel erin voorziet dat de aanbestedende dienst een geheimhoudingsplicht heeft met betrekking tot oplossingen, blijft van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en innovatieve ideeën niet veel over als de grootste gemene deler van die ideeën zijn neerslag vindt in contractdocumenten waarop door alle gegadigden een aanbieding moet worden uitgebracht”, stelde Janssen. Hij was dan ook warm voorstander van een nieuw model van aanbesteden waarbij sprake is van een voorlopige gunning. In dat nieuwe model selecteert de aanbesteder aanbieders op kwaliteit en ervaring. Met hen vindt overleg plaats over oplossingsrichtingen en daaraan verbonden kostenconsequenties. Over de prijs wordt niet onderhandeld. Vervolgens doen de gegadigden een aanbieding waarbij zij een plan van aanpak leveren, een schetsontwerp of massastudie, een opgave van eenheidsprijzen voor lonen en de belangrijkste materialen, en opslagen voor algemene bouwplaatskosten en winst en risico.

Voordeligst

Op basis daarvan kiest de opdrachtgever de economisch voordeligste aanbieding en wordt overgegaan tot voorlopige gunning. Een ontbindende voorwaarde is het niet bereiken van overeenstemming over de prijs. De andere gegadigden gaan zolang de wachtkamer in. “Door deze methode worden mijns inziens de meeste van de voorwaarden voor het ideaal model van een aanbesteding gerealiseerd en wordt tevens voldaan aan de grondbeginselen van het aanbestedingsrecht, transparantie en openheid.” Janssen gaf toe dat een voorlopige gunning een onbekend fenomeen is in de aanbestedingsregels. Dat is echter geen reden om het niet te proberen. Ook de EC zou volgens hem benieuwd zijn naar dergelijke proeven, omdat “ook Brussel het niet allemaal weet”.

Reageer op dit artikel