nieuws

Vijf jaar bodembescherming

bouwbreed Premium

Vijf jaar geleden is de Wet bodembescherming ingrijpend gewijzigd. De Inspectie voor Milieuhygiene heeft recent een rapport opgesteld waarin die vijf jaar nader onder de loep zijn genomen. In hoofdlijnen lijkt de wetswijziging haar doel te bereiken, maar geheel feilloos is het beleid nog niet.

De evaluatie van vijf jaar toepassing van de Wet bodenbescherming zal de minister van VROM aanleiding geven met verbeteringen te komen. Dat zal vermoedelijk in de loop van dit jaar zijn. Belangrijke bevindingen uit het rapport van de Inspectie voor Milieuhygiene zijn de volgende:

s Onduidelijkheid bestaat nog al eens over de grondstromen.

Vaak ontbreekt in de milieurapporten informatie over aard, kwaliteit, hoeveelheid en bestemming van de vrijkomende grond. Met name ook de van te voren gedane schattingen van de hoeveelheid vrijkomende grond blijken regelmatig onjuist te zijn. Dit wijst erop dat de kwaliteit van onderzoek ook nog steeds voor verbetering vatbaar is.

s Het saneringsresultaat wijkt regelmatig af van hetgeen oorspronkelijk was voorgenomen.

Vaker dan voorheen is sprake van zogenaamd functiegericht saneren, waarbij een gedeelte van de verontreiniging achterblijft en de sanering vooral is toegepast op de bestemming van het betreffende terrein. Nadeel is daarbij dat regelmatig onduidelijkheid blijft bestaan over de precieze restverontreiniging en de beperkingen dientengevolge ten aanzien van toekomstig gebruik.

s De overheid handhaaft op het gebied van bodemverontreiniging niet graag.

Sterk is haar rol als (flankerend) toetser en dienstverlener, maar het regent geen bevelen.

Deze zogenaamde onderzoeks- en saneringsbevelen zijn in hun uitgebreide vorm in 1995 in de wet neergelegd, maar nauwelijks opgelegd. Anderzijds is de dreigende werking wellicht niet te onderschatten.

s De vraag doet zich voor of provincies en gemeenten wel bij uitstek geschikt zouden zijn om te handhaven.

Wellicht moet een andere orgaan met toezicht worden belast, zo vraagt de inspectie zich af. Daarmee zou overigens de zoveelste ingrijpende wijziging ontstaan op het terrein van bodemverontreiniging.

Het wachten is nu op wat de minister vindt van deze bevindingen van de inspectie.

Mr. drs. E.I.P.M. van Bellen-Weijnen, advocaat vastgoed-, milieu en bestuursrecht te Oegstgeest

Reageer op dit artikel