nieuws

Sublieme regeneratie maakt kunsttempel van Londense elektriciteitscentrale

bouwbreed Premium

londen – Maak van een elektriciteitscentrale uit de jaren zestig het museum voor de moderne kusten. Dat was de niet geringe opdracht aan het Zwitserse architectenduo Jacques Herzog en Pierre de Meuron voor de Tate Modern, een van de grootste musea ter wereld, die vandaag wordt geopend door koningin Elizabeth.

De architecten lieten alleen de uit 4,2 miljoen bakstenen opgetrokken buitenmuren staan. Daarbinnen gebruikten ze 3.750 ton staal voor een heel nieuw frame. Daarop leunen voor zeven etages kunst, een restaurant, een bibliotheek, souvenirwinkels en kantoorruimte. De Tate Modern heeft een totaal vloeroppervlakte van 34.000 vierkante meter, waarvan bijna eenderde nieuwe houten vloeren.

Langs de Theems staat geen futuristisch gebouw als in Bilbao of in Salford, waar het nieuwe Lowry museum veel opzien baart. Hier is eerder sprake van sublieme regeneratie in een van de slechtste wijken van Londen.

De Tate Modern, vlak naast de nieuwe kopie van Shakespeare’s historische Globe Theatre, moet de probleemwijk Southwark meestuwen naar betere tijden. In een eerste fase schept het nieuwe museum al 2400 banen in de buurt.

De ironie wil dat de ontwerper van de oude, kathedraalachtige, elektriciteitscentrale en andere kolossen, Sir Giles Gilbert Scott (1880-1960), ook de handzamer, Britse, rode telefooncel op zijn naam heeft. Die was afgeschreven door het naar een moderner imago strevende British Telecom. Maar ze worden nu op verzoek van het publiek teruggehaald van de schroothopen, opgeknapt en herplaatst als iconen. Vanuit een vergelijkbare filosofie hebben Herzog en De Meuron gewerkt.

Het anders voor de sloop bestemde gebouw is voor bijna 500 miljoen gulden opgeknapt en onderstut voor de rest van de eeuw. Het meest imponerend deel van de bouwkundige renovatie is de ‘Turbine Hall’.

Deze gigantische centrale hal, waar veertig jaar geleden gigantische turbines de stroom produceerden voor de theezetapparaten en zwartwittelevisies van miljoenen Londenaren, zal straks wel het toeristische herkenningspunt worden. Ongeveer zoals de exterieure roltrap dat werd bij het Centre Pompidou. Alleen al de afmetingen van de hal zijn imponerend: 155 meter lang, 23 meter breed en 35 meter hoog. Een duistere grot waarin licht is gebracht door een 524 panelen tellende lichtschacht in het dak. Na binnenkomst bij de hoofdingang gaan bezoeker een schuin aflopend talud af om vervolgens vanuit de diepte, middels roltrappen en liften, op te stijgen naar de geexposeerde kunst. In de Turbine Hal ligt een grijze, gepolijste en verwarmde betonnen vloer. Vanwege het slipgevaar op het taluud moet de vloer altijd droog blijven.

Al het bestaande staalwerk in de hal is gerestaureerd en donkergrijs geschilderd. Zwart, wit, licht- en donkergrijs zijn de dominerende kleuren in de hal waarin bezoekers zich heel nietig voelen. Achter in de turbinezaal zijn de oude rijbruggen uit de centrale bewaard en opgeknapt. Ze worden nu gebruikt voor het verplaatsen van enorme kunstwerken als een tien meter hoe, stalen, spin van de Frans-Amerikaanse beeldhouwster Louise Bourgeois.

Reageer op dit artikel