nieuws

Regels vertragen windenergie

bouwbreed Premium

zoetermeer – Windturbineparken op het land hebben vooralsnog de voorkeur boven die in zee. Aan zeeparken kleven nog veel technische problemen. De plaatselijke omstandigheden maken zeeparken ook duurder. De aanleg van landparken verloopt evenwel ook moeilijk.

Niet in de laatste plaats omdat gemeenten op grond van wet en regel de realisatie aanmerkelijk kunnen vertragen. Nederland dreigt zo de aanvankelijke voorsprong in windenergie te verliezen.

Een kilowattuur uit fossiele energie kost 8 cent. Dezelfde hoeveelheid elektriciteit uit windenergie kost 10 tot 15 cent, afhankelijk van de locatie. Elektriciteit uit wind valt niet onder de regulerende energiebelasting. De prijzen ontlopen elkaar niet veel, rekende oud-minister De Boer van VROM voor op een bijeenkomst van het Nederlands Studiecentrum in Zoetermeer. Toch wil het met windenergie niet echt lukken. De plannen schreven voor dit jaar een opgesteld vermogen van 1000 megawatt voor. Die hoeveelheid werd teruggedraaid naar 750 megawatt. Het doel voor 2010 beloopt 1500 megawatt. Tot nog toe is niet meer dan 400 megawatt gerealiseerd. De vraag naar ‘groene stroom’ blijft onverminderd hoog. Omdat energiebedrijven daaraan niet kunnen voldoen stimuleren ze de vraag echter niet meer.

De Boer schrijft de oorzaak van die scheve verhouding onder meer toe aan planologische problemen. De provincie kan plannen ontwikkelen voor windturbines maar gemeenten niet verplichten die uit te voeren. Hetzelfde geldt voor het Rijk.

Als gevolg daarvan dreigt wind in Nederland een marginale energiebron te blijven. In het verlengde daarvan verliest Nederland ook de technische expertise. Het bedrijvenbestand telt nog maar een fabrikant van windturbines. De anderen zijn of failliet of overgenomen. Het ministerie van Economische Zaken riep vorig jaar de gemeenten op in elk geval een windturbine te plaatsen. Een niet erg realistisch voorstel omdat grote delen van Nederland (landschappelijk) niet geschikt zijn voor windturbines.

Grote windparken komen eveneens moeilijk tot stand. Die moeten eerst in de Vijfde nota ruimtelijke ordening worden voorgesteld. Realisatie vergt vervolgens nog eens vier tot vijf jaar. Over het geheel genomen maken gemeenten niet veel bezwaar tegen windturbines, zolang ze maar op andermans grondgebied komen.

Het zogeheten Plan-De Boer komt daaraan tegemoet. Dit voorstel deelt gemeenten in drie klassen in en bindt daaraan een bepaald vermogen. Tot 5000 inwoners hoeft het plaatselijke bestuur geen turbines te plaatsen. Tot 20.000 inwoners moet er 1,5 MegaWatt komen, 2,25 MegaWatt tot 100.000 inwoners en vanaf dat aantal 4,5 MegaWatt. Gemeenten die zelf geen turbines willen of kunnen plaatsen kunnen hun vermogen tegen betaling bij een andere gemeente onderbrengen.

Reageer op dit artikel