nieuws

Loonkosten hinderpaal straatmakersbedrijf Klachten over concurrentie bedrijven buiten cao, beunhazen en scholingsniveau personeel

bouwbreed Premium

den haag – Hoge loonkosten vormen een belangrijk knelpunt in de straatmakersbranche. Maar liefst 78 procent van de straatmakersbedrijven geeft aan hinder te ondervinden van deze kostenpost. Dat blijkt uit de EIB-publicatie ‘De straatmakersbranche’.

Doordat de straatmakersbedrijven belonen volgens de bouw-cao, hebben ze bovendien vaak te maken met oneigenlijke concurrentie van onder meer hoveniersbedrijven en agrarische bedrijven. Hoveniersbedrijven vallen onder het lage btw-tarief. Daarnaast zijn de afdrachten voor de bedrijfstakregelingen en bedrijfsverenigingen voor hoveniersbedrijven en agrarische bedrijven veel lager dan voor straatmakersbedrijven. Beunhazerij is voor bijna 60 procent van de ondervraagden een knelpunt. Een ander probleem is scherpe prijsconcurrentie. Vooral de grotere bedrijven hebben daarvan last.

Tweederde van de bedrijven noteert een gebrek aan voldoende gekwalificeerd personeel. Het personeel in de straatmakersbranche is gemiddeld lager opgeleid dan dat in de rest van de bouw. Meer dan de helft van de straatmakers heeft geen enkele vakopleiding genoten. 43 procent heeft een primaire of secondaire vakopleiding genoten, terwijl in de rest van de bouw 47 procent wel een opleiding heeft gevolgd. Ook in algemene zin zijn straatmakers lager opgeleid: bijna de helft heeft alleen lagere school, terwijl in de rest van de bouw 27 procent alleen lager onderwijs heeft gevolgd.

Het ziekteverzuim blijft voor 36 van de ondervraagde bedrijven een probleem. Straatmaken is een zwaar beroep. Daarom ligt het ziekteverzuim over de onderzochte periode (1990 tot en met 1998) hoger dan in de rest van de bouw. Lag het ziekteverzuim in 1998 in de bouw gemiddeld op 5,6; bij de straatmakers kwam dat op 6,23.

Werkloos

Ziekteverzuim was eind jaren negentig verantwoordelijk voor 35 procent van het verlies van arbeidscapaciteit. Vijftig procent van het verlies van arbeidscapaciteit is de laatste jaren te wijten aan werkloosheid. Het risico dat een straatmaker werkloos wordt, ligt veel hoger dan in de rest van de bouw. Daar is dat risico becijferd op 12,8 procent, terwijl in de straatmakersbranche dit percentage ligt op 33,3 procent.

Werknemers in de straatmakersbranche zijn verder gemiddeld jonger dan in de rest van de bouw. Een kwart is jonger dan 25 jaar en 60 procent valt in de leeftijdscategorie van 25 tot 44 jaar. In 1998 was de mediane leeftijd 30,7, terwijl in de rest van de bouw de mediane leeftijd 34,9 jaar is.

Imago

Overigens is de leeftijdsopbouw van de straatmakers de laatste jaren sterk aan veranderingen onderhevig. Zo is het aantal jonge werknemers tot 25 jaar in de periode 1990-1998 met 25 procent gedaald, terwijl het aantal werknemers boven de 45 in die periode met 53 procent is toegenomen. Imagoproblemen en demografische factoren liggen hieraan ten grondslag.

Reageer op dit artikel